Affichage des articles dont le libellé est Wagner. Afficher tous les articles
Affichage des articles dont le libellé est Wagner. Afficher tous les articles

lundi 24 novembre 2014

Het Karl-Marx-Hof en het Rode Wenen

Het Karl-Marx-Hof mocht niet ontbreken op onze Wenen-citytrip. Er is een permanente tentoonstelling over Das Rote Wien, maar ook een tijdelijke tentoonstelling over een thema dat mij erg interesseert: ‘Die Sozialdemokratie zieht in den Krieg’, in het kleine museum in het vroegere wassalon. Wel opletten voor de heel beperkte bezoekuren: donderdag van 13.00-18.00 uur, en zondag van 12.00-16.00!!! Wij stonden daar dus voor een gesloten deur…. In de meeste kleine musea zijn de bezoekuren trouwens fel teruggeschroefd: is dat de tol voor blingblingprojecten zoals het Museumviertel?
En nog eens opgelet: aan de andere kant van het kilometerlange gebouw is nog een echt wassalon!
De bewoner aan wie wij de weg vroegen – het gebouw is wel een kilometer lang - woonde al heel zijn leven in het Karl Marx Hof en betreurde het gebrek aan respect voor dit erfgoed: veel mensen weigeren een appartement in dit blok, hoewel alles gemoderniseerd is en de bewoonbare ruimte
vergroot is. Hij toonde ons de kleine vlaggedragertjes langs sommige vensters: daarin stak men op 1 mei rode vlagjes. Sommigen met de drie pijlen van de sociaal- democratie, anderen de hamer en sikkel. Op 1 mei was er ook een processie van de katholieken en beide kampen vergeleken de lengte van de stoet. Die traditie is verloren gegaan samen met de sociaal democratie en waar de ramen vervangen worden is er geen vlaggedragertje meer.
Naast die wassalons was er ook een apotheek, een postkantoor, twee badruimtes, twee kinderkribben, een jeugdlokaal, een bibliotheek, koffiehuizen en vergaderlokalen.
Als je dan toch in Heiligenstadt bent kun je ook doorstoten naar de Heuriger in Grunzig, via de Beethovenwandeling. In juni 1817 komt onze componist wonen in een mooi rococogebouw in de Kahlenbergerstraße 26 waar hij waarschijnlijk zijn negende schreef.
Als men de Beethovengang maar hoog genoeg opgaat, komt men in de wijngaarden. Aan de top van de Kahlenbergbahn, eindstation van het vroegere tandradspoor, gebouwd in 1887, staat nog altijd de Stefaniewarte, een 22 meter hoge uitkijktoren, toegankelijk op weekends. Maar dat is een stevige wandeling.
Men kan ook vanuit Nussdorf, aan de terminus van tram D, opstijgen naar de Eichelhofweg op de Leopoldsberg, geboorteplaats van de druivenrassen Zweigelt, Veltliner en Blaufränkisch. Wij hebben in Wenen de Sturm meegemaakt. De Oostenrijkers hebben niet veel geduld: vanaf een graad alcohol, en dat is al begin september, vindt men overal een nog troebel, zoet druivensap in volle gisting. Nog veel te jong om op flessen te trekken en om te bewaren. Een voor mij een beetje zonde van die jonge wijn…
Vlakbij zijn ook de sluizen van het Donaukanaal de moeite, architecturaal gezien (Otto Wagner maakte de plannen) en ook voor de waterhuishouding van het Donaukanaal. De Nussdorfer Wehranlage werd in 1894-99 gebouwd om de watertoevoer naar het kanaal te regelen. Opgelet: men geraakt er enkel langs de  Sickenberggasse, onder de Franz-Josefs-Bahn. Het is eigenlijk een dam,
Het sperschip van Cockerill
een geen sluis. Voor de bouw van de dam lag daar een „Sperrschiff" dat bij hoogwater in de ingang van het kanaal werd gedraaid en tot zinken werd gebracht, een beetje zoals een onderzeeër. Dit schip werd gemaakt bij John Cockerill in Seraing. Een nogal ingewikkeld systeem dat daarbij helemaal niet efficiënt was: bij het hoogwater van  1897 liepen de wijken langs het Donaukanal onder en begon men over het  „Schiffico des blamagico" te spreken. Otto Wagner bouwde er dan een systeem met schotbalken. 
Die werden ondertussen ook al vervangen en onderin heeft men een elektriciteitscentrale gebouwd.  Deze installatie zit eigenlijk weg achter een snelweg en enkel de toeristen van de cruiseschepen die verderop aanleggen zien ze nog.
En vlakbij is ook een vuilverbrandingsoven ‘aangekleed’ door Hundertwasser waarover meer in mijn volgende blog.

De Bassenawohnungen

Ajouter une légende
Dat Karl Marxhof is eigenlijk een symbool van een ambitieus programma om de woningnood te lenigen dat in 1922 in Wenen werd gelanceerd. Na de wapenstilstand was de nood het hoogst: vele  arbeiders hadden zelfs geen eigen bed; 280.000 bedden werden onderverhuurd.  Velen woonden in eenkamerwoningen, “Zimmer, Küche, Kabinett“, ZKK in de aankondigingen, 44 m2.
De Bassenawohnungen  hadden een gemeenschappelijke lavabo in de traphal.
Na de oorlog kwam de sociaal democratie aan de macht (in Wenen, niet in het land) en begon een indrukwekkend programma van sociale woningbouw. Een van de eerste initiatieven was het Metzleinstalerhof. Het bestaat nog steeds, werd in  1993 gesaneerd en kreeg daarvoor in 1997 de prijs voor Stadsvernieuwing.  Architecturaal is dit gebouw geen breuk met de klassieke huurkazernes maar qua inrichting was er direct licht in alle kamers, en een wassalon, vergaderlokalen, een kinderkribbe enz.
Het Sandleitenhof, begonnen in 1924, was en is met zijn 1531 appartementen het grootste project in Wenen. Hier is al een stijlbreuk met de vierkante Höfe: er zijn vele kleine driehoekige of veelhoekige plaatsjes, veel groen, arcades, erkers, verschillende hoogtes en veel curven.   En natuurlijk ook een wasserij en bibliotheek (in de Rosa-Luxemburg-Gasse, waar dacht je) en zelfs een post: een werkelijke stad in de stad. Er wonen nog altijd 4000 mensen maar er is een probleem van leegstand op het gelijkvloers, een probleem dat trouwens niet specifiek is voor Wenen.

Het Karl Marx en Goethehof

Goethehof in de nazi tijd
Het Karl Marxhof is gebouwd van 1926 tot 1930. Bij de opening zei de Weense burgemeester Karl Seitz: "Als wij er niet meer zijn zullen die stenen voor ons spreken." Vier jaar later spraken de wapens en werd het gebouw met kanonnen beschoten. Niet door de nazi’s maar door het Vaderlandse Front van Engelbert Dollfuss. Die veranderden de naam van het gebouw dat tot in 1945 "Heiligenstädterhof" noemde Ook werd een koffiehuis in een rooms katholieke kerk veranderd. Dit Front was de nieuwe naam die de Christelijke Sociale Partij (CSP) in mei 1933 had aangenomen. Het Vaderlandse Front verbood  prompt de Oostenrijkse Communistische Partij en een weinig later, na een golf van terreur door de Oostenrijkse nazi’s ook de Oostenrijkse Nazipartij. Toen de nazi’s in 1939 triomfeerden werd de kerk van het Heiligenstädterhof een nazilokaal.
De architect Karl Ehn is eigenlijk een ambtenaar, die trouwens tot aan zijn pensioen, ook onder de nazi’s, op de stadsdiensten blijven werken. Hij heeft in totaal 2716 woningen op zijn actief. Een indrukwekkend deel van de  61.175  woningen gebouwd door Rood Wenen. Hij kwam zoals velen uit de school van Otto Wagner. Het eerste gebouw waar hij zijn typische stijl ontwikkelde is het Bebelhof.
goethehof  1934 na de beschieting
Al die gebouwen zijn gerestaureerd, evenals het Goethehof in Kaisermühlen am Kaiserwasser, een zijarm van de Alten Donau,  ook een beschermd monument. Ik vermeld die hier in hun historische context, maar ik verwittig wel dat om die te zien je heel Wenen rond zult toeren. Een interessant overzicht vindt men op de site http://www.demokratiezentrum.org/index.php?id=453 . Een opvallend hoge concentratie is ook te vinden aan de Margaretengürtel die daarom soms de Ringstraße des Proletariats genoemd wordt
De 727 woningen van het Goethehof, in feite drie  Höfe, zijn gebouwd tussen 1923 et 1934. Ook het Goethehof is in februari 1934 door zware artillerie beschoten. De  kogelgaten waren tot in de jaren1970 nog zichtbaar.
Let wel dat de nazi’s die programma’s niet stopzetten. Alleen waren zij selectiever: na de Anschluss werden veel linkse militanten uit die Höfe gezet om plaats te maken voor aanhangers van het ‘nieuwe’ regime. 

De Werkbundsiedlungen

Aan dat bouwprogramma hebben vele architecten meegewerkt. Men verwijst meestal naar de school van Otto Wagner. Dit is niet helemaal onjuist. Alleen kan men moeilijk spreken van een eengemaakte stijl en zeker niet van een ideologische strekking. In feite blijven zij in de traditionele stijl van de huurkazernes, die op hun beurt een imitatie waren van de paleizen van de adel en de burgerij. Let wel: de voorliefde van de mensen voor de bouwstijl rond een centrale vierkante plaats is diepgeworteld. In de DDR bijvoorbeeld is men geprobeerd daarvan af te stappen om meer de Bauhausrichting uit te gaan maar men is daarvan afgestapt.
Een tendens die dat wel kritiseert is de Werkbundsiedlung. Let wel: ze zijn Modernisten eerden dan socialisten. Ze staan voor functionalisme. Ik heb het al over Adolf Loos gehad. Loos had al het imiteren van de burgerpaleizen voor de volkswoningen gekritiseerd. 
De Werkbund zoekt zijn inspiratie in de CIAM – Congrès Internationaux d’Architecture moderne waar men Le Corbusier mee verbindt. De Ciam organiseerde in 1927 in Stuttgart een tentoonstelling, de Weißenhofsiedlung. Deze werd gevolgd in 1930 door de  Werkbundausstellung in Wenen. Ook in Luik profiteerde de Belgische CIAM afdeling van de honderdste verjaardag van het koninkrijk om een modelwijk te bouwen  in de Tribouilletwijk in Luik, waar nu mijn dochter woont.
Werkbundsiedlung- Lurçatwoningen
De Wiener Werkbundsiedlung bestond uit 70 huizen ontworpen door 32 architecten waaronder naast de Wenenaars Josef Hoffmann, Margarete Schütte-Lihotzky - die hele steden zal bouwen voor de vijfjarenplannen van de USSR – en de al genoemde Adolf Loos ook Rietveld deelnam en de Fransman André Lurçat. Hij zal de grote architect-urbanist van de ceinture rouge rond Parijs worden.
De drijvende kracht achter de tentoonstelling die 100.000 bezoekers trok is Josef Frank. Hij kocht er trouwens zelf een huis.
De beweging refereert ook naar de tuinwijken. En daarmee is ze atypisch voor de CIAM die zoals Le Corbusier hoogbouw voorstonden. Die hoogbouw van de CIAM heeft natuurlijk niets te maken met de Höfe die rond een per definitie donkere binnenkoer gebouwd zijn.
De Werkbund is ook meer voor  koopwoningen in plaats van huurwoningen en komt daarmee bij de middenklasse terecht die zich een aankoop kan permitteren. De modelwijk wordt gebouwd in de periferie van Wenen, op 20 minuten te voet van het openbaar vervoersnet. Het bouwterrein was moeilijk, in driehoeksvorm, heel drassig waardoor onderkelderd moest worden. De gemiddelde bewoonbare oppervlakte is 75 m2 wat in
weense normen veel is, zeker voor sociale woningen. De bouwmeester, de Heimbauhilfsaktion van Wenen, had voorzien die te verkopen, waarbij de grond eigendom bleef van de stad (zij waren voorlopers: die formule wordt nu in 2014 als een revolutionair middel voorgesteld om de aankoop betaalbaar te houden).  De huizen kosten tussen 25 000 S en 65 000 S (een gemiddeld maandloon was 220 S). Slechts 14 huizen vonden een koper zodat in 1939 de stad die moest overnemen als huurhuis. De wijk is sinds 1978 Denkmalschutz. In 1982 werden alle huizen gerenoveerd. In het vroegere Trafostation naast het huis van Josef Frank is nu een klein Museum.
Frank vestigde zich na 1934 in Zweden waar hij nog een tweede carrière begon als grondlegger van het Zweedse design. Hij kreeg op 15 juli 2010 postuum een Doodle logo van Google ter gelegenheid van de 125e verjaardag.

Hugo Breitner en zijn luxetaksen

L’argent est le nerf de la guerre. Na de architecten zou ik Hugo Breitner willen voorstellen, die de financiële basis heeft gelegd voor die bouwprojecten door o.a. een luxetaks. Deze vroegere bankier (voorzitter van de nationale Austrian Länderbank) werd schepen van financiën van Wenen, van 1919 tot 1932. Zo vat hij zijn programma samen: Niet afgeschrikt door al het geroep van de belastinghatende bezittende klassen nemen we het geld waar het is om de verschillende gemeenteprojecten te financieren”.
Hugo Breitner werd in 1918 lid van de Sociaaldemocratische Partij van de Arbeid. In 1919 schafte hij de bestaande huurtaks af die alle huren op dezelfde manier belastte, en stelde in plaats daarvan een nieuwe huurtaks in voor de top 20. Zijn bouwtaks van 1923 heeft de fondsen geleverd voor het programma van sociale woningbouw:  82% van alle woningen droegen slechts 22% bij, terwijl het percent duurste woningen 45% inbrachten. In totaal dekte de belasting op de nieuwe woningen ongeveer een derde van de bouwkosten, de rest kwam uit de algemene begroting.
Breitner verving de "verbruiksbelasting" die alle voedingsmiddelen gelijk belastte, door een belasting op de duurste winkels en restaurants: 250 van ongeveer 22.000 kruidenierswinkels, 32 van de 1.200 koffiehuizen en 700 van 3.600 restaurants.
Breitner zelf verklaarde zijn nieuwe belastingstelsel - iets provocerend - als volgt: “de exploitatiekosten van de tandheelkundige klinieken voor het volk worden betaald door de vier grootste Weense patisserieën. Het Grand Hotel, Hotel Bristol en Imperial betaalt voor buitenzwembaden voor kinderen. De gemeentelijke kraamkliniek werd gebouwd van de belastingen van de bordelen en de bedrijfskosten worden gedekt door de belastingen van de paardenrennen”.
Geen andere sociaaldemocraat werd daarom zo heftig aangevallen als Hugo Breitner. De Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken Starhemberg zei tijdens   een kiescampagne van de Christelijke Sociale Heimwehr: “Alleen wanneer het hoofd van deze Aziaat in het zand rolt, zal de overwinning aan ons zijn”. En die Aziaat was een duidelijke toespeling op Breitners Joodse afkomst.
Die persoonlijke aanvallen werden voor Hugo Breitner teveel en in november 1932 legde hij zijn ambt neer. Wat niet verhinderde dat hij na de februarikamp van 1934 tussen de socialisten en austrofascisten gearresteerd werd. Hij kon in 1936 emigreren naar de USA. In 1948, werd een gebouw "Hugo-Breitner-Hof" genoemd. 
Vandaag leeft 60% van de Weense bevolking in een publieke woning, dank zij mensen zoals Breitner.
Rood Wenen werd weleens het Moskou van de Tweede internationale genoemd. Het woningbouwprogramma van het Rode Wenen, betaald door rijkentaksen, is inderdaad indrukwekkend en in zijn radicaliteit zelfs atypisch voor de sociaaldemocratie. Maar als men het Rode Wenen met Moskou wil vergelijken, moet men wel de reactie op het austro-fascisme van Dolfus en de naziemachtsgreep van 1938 in de weegschaal werpen: door een politiek van voortdurende toegevingen en ontmanteling van hun eigen zelfverdedigingsorganisatie stonden de Weense arbeiders in 1934 praktisch ongewapend tegen de kanonnen van Dolfuss….
Een late uitloper van die sociale woningen is het Hundertwasserhaus, een klein project met 52 appartementen, een kleurrijk gebouw waar men de toeristen met bussen tegelijk afzet is gebouwd in 1983. Dit is het onderwerp voor mijn volgende blog.

Referenties

Behalve de hyperlinks in de tekst, hierbij nog een paar interessante sites:

http://oe1.orf.at/artikel/248828 wagner en leerlingen in sociaalbouw
http://othes.univie.ac.at/8539/1/2009-12-16_0002375.pdf „Josef Frank (1885-1967) – Möbel und Raumgestaltung“ 2009
http://www.buchfreund.de/Internationale-Ausstellung-Wien-1932-70-eingerichtete-Haeuser-Katalog-Ausstellungsleitung-Josef-Frank-Hermann-Neubacher-Laszlo-Gabor-Werkbundsiedlung,44364860-buch  Internationale Ausstellung Wien 1932. 70 eingerichtete Häuser. Katalog. Ausstellungsleitung: Josef Frank, Hermann Neubacher, Laszlo Gabor.
http://www.wiener-gasometer.info/dokumente/Architektur_Wien.pdf  haas haus looshausblz 38 ortner&ortner leopold weerstand  p44 kmhof p50 werkbundsiedlung

Donau wenen

Wenen october 2014- Deel I  

http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/11/wenen-tervuren-en-de-secession.html
http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/11/wenen-kokoscha-schiele-het-leopold.html


samedi 1 novembre 2014

Wenen, Tervuren en de Secession

De "Weense Jugendstil" of "Secessionsstijl” afgeleid van de kunstenaarsvereniging "Wiener Secession” opgericht door o.a. Gustav Klimt, Koloman Moser, Josef Hoffmann en Joseph Maria Olbrich wordt beschouwd als een vernieuwende kunststroming. Dat moet toch met een korreltje zout worden genomen. De openheid voor vernieuwing is in Wenen heel relatief. Men kan zich daar heel goed rekenschap van geven als men de reacties ziet op het Looshaus, en dat meer dan tien jaar na de oprichting van de  Secessionsbeweging   
Maar men moet Wenen niet te vlug met de vinger wijzen. In Frankrijk begon Viollet-le-duc, een van de Art Nouveau epigonen,  met neogotieke bouwsels  vooraleer in zijn Art nouveau k kasteel in  Pierrefonds neer te zetten. In Barcelona begon Gaudi eveneens met neogotiek  http://huberthedebouw.blogspot.be/2007/12/barcelona4-gaudi-mislukte-architect.html .

Het Looshaus, het huis zonder wenkbrauwen

Het Looshaus
Het Looshaus aan de Michaelerplatz, recht tegenover de Hofburg, is met een strakke voorgevel een vuistslag in het gezicht van alle ‘beklede’ architectuur waar Habsburgs Wenen voor stond. Voor de Wenenaars was het een "huis zonder wenkbrauwen", omdat de vensters geen omkadering hadden. De stad Wenen liet de werken stilleggen. Loos argumenteerde tevergeefs dat zijn groene Cipollinomarmer en zijn wit Carraramarmer op zichzelf decoratief waren.  Hij heeft dan maar bloembakken onder de ramen gezet, op suggestie van zijn leermeester Otto Wagner, en in mei 1912 mochten de werken hervatten.
Adolf Loos predikte een architectuur die van alle overbodige ornamentiek was ontdaan; Hij wilde die terugbengen tot de naakte functionaliteit. Loos was ook functioneel in zijn materiaalgebruik: de winkelruimten van het Looshuis waren bekleed met waardevolle materialen zoals wortelmahonie, eiken vloeren, messing en spiegels. Voor de werkruimten kiest hij Spartaanse materialen: wit gelakte ijzeren staven, stenen vloeren, groen geëmailleerde lampen en wit gepleisterde wanden. On ne mélange pas torchons et serviettes…
Loos heeft zich tien jaar later nog eens doen opmerken als hoofd van de bouwafdeling van de stad Wenen. Hij bekleedde die functie van 1920 tot 1922. Hij bouwde in 1922 het eerste huis met plat dak in Wenen, en kreeg iedereen op zijn kop. Men zei dat platte daken goed waren voor Algerije. Hij week ontgoocheld in 1924 uit naar Parijs. De sociale woningbouw heeft daarmee een groot architect verloren. Zijn ontwerp voor een "kern" woning, een eenvoudig maar gemakkelijk te vergroten huis, lijkt mij heel interessant als concept. Hij ging de geschiedenis in met een ontwerp voor de Chicago Tribune, een wolkenkrabber in de vorm van een Dorische zuil. Zijn project werd niet verkozen. Het is wel eigenaardig dat het toch de geschiedenis heeft gehaald, als enig ontwerp uit 260 andere.

Otto Wagner heeft het stadsbeeld van Wenen bepaald

het Majolikahaus
Otto Wagner is slechts een van de grondleggers van de Secession. Maar hij heeft een grote invloed gehad, eerst en vooral vanuit zijn leerstoel aan de architectuurschool van de Weense academie. Maar tot zijn vijftigste bouwt hij in klassiek Florentijnse renaissancestijl zoals de Länderbank.
Een ander interessant voorbeeld van zijn klassieke stijl is zijn eerste villa in een historiserende stijl die hij voor zichzelf in 1886 bouwde in Hütteldorf (aan het einde van de later door hem gebouwde tramlijn Wientallinie). Men komt binnen langs een loggia met ionische zuilen. De verglaasde zijvleugels worden gedragen door dorische zuilen. 25 Jaar later, in 1912, bouwt hij de Villa Wagner II die qua constructie veel moderner is, in gewapend beton.
Maar hij heeft het stadsbeeld van Wenen bepaald en een grote invloed uitgeoefend op de Secession vanuit zijn leidende positie in het Generalregulierungsplan van 1892. Dit plan kwam er na de politieke en administratieve fusie van de stad met zijn voorsteden in 1890, en de beslissing van 1894 om de stadswallen af te breken. Wagner bouwt een bureau uit van zeventig medewerkers. Reken daarbij de kunstenaars die opdrachten kregen voor dat stadplan en je hebt de mannen die de Secession gemaakt hebben.
Wagner- Linker Wienzeile Naschmarkt
In het kader van dit plan wordt de rivier de Wien overwelfd en het tramnet van de Stadtbahn uitgebouwd. De oevers van het Donaukanal krijgen ook een opwaartse dynamiek vanuit de nieuw tramlijn. Hij bouwt dertig stations, bruggen, sluizen, viaducten enz.
Ik vrag me zelfs af als dat niet het determinerend element is geweest in zijn verandering van stijl: hij moest wel gewapend beton en staal gebruiken, het moest goedkoop zijn (de tram was een privaat gefinancierd) en het moest snel gaan (in tegenstelling met de bouwsels die door de hoge adel zijn gebouwd waar vooral het prestige telde en waar de leveringstermijn van een gebouw niet meetelde).
Aan de Linke Wienzeile, de linker oever van de Wien, waarvan hij de overwelving leidde, bouwde Wagner het huis met de Medaillons en het Majolikahaus bekleed met geglazuurde keramieken tegeltjes. Majolica verwijst naar Mallorca. De tegeltjes zijn een ontwerp van Koloman Moser.
Station Karlsplatz was oorspronkelijk een station van de Wiener Stadtbahn en is ontworpen door Otto Wagner. Daaronder is nu een metrostation gebouwd in 1976.
het Hofpavilllon van Otto Wagner bij Schonbrünn
Een interessant ontwerp is het Hofpavillon Hietzing. In 1898 huldigde Kaiser Franz Jozef I de eerste tram in. Wagner wilde een station alleen voor de  keizer en waar kon die anders komen als aan de zomerresidentie Schloss Schönbrunn. Het ontwerp was funktioneel: hij had voor Hofhaltestelle een wachtkamer voor de keizerlijke entourage en een werkkabinet voorzien voor de keizer, bekend als een onvermoeibare werker. Op de prijs van de materialen werd niet gekeken: matrood zijden behang, geknoopt tapijt, mahoniehouten lambrisering, open haarden met sierlijke bars. Alleen heeft de keizer nooit veel de tram genomen: dit station heeft maar een keer gediend, bij de inhuldiging van de Untere Wientallinie. In die zin was het dus alles behalve functioneel: hij had eerder een soort tent moeten bouwen die na de plechtige inhuldiging zou gedemonteerd worden. Een kleine troost: vandaag is dat paviljoen toegankelijk voor iedereen.
De tramlijn van de Gürtel, de eerste ring van Wenen, loopt voor een deel op een viaduct. Wagner voorzag stadsbogen die als winkel verhuurd werden en waarvoor hij de facade tekende. Onlangs werden die onder het motto 'Oude Bogen - Nieuw Leven' gerestaureerd voor cafés en restaurants.
Vlak bij ons hotel in de Postgasse bouwde hij de Postsparkasse: een ontwerp van 1904. Het gebouw
is nog steeds als bank in gebruik en is toegankelijk. De aluminium bouten waarmee de marmeren platen zijn vastgezet zorgen voor een ritmische verdeling van de gevelvlakken. Twee beschermengelen bekronen de grote hal. Wagner ontwierrp eveneens tot in de kleinste details de inrichting. Wagner tekende ook de stoelen die hij liet maken door de gebroeders Thonet. Een overzicht van zijn werken kan bewonderd worden in een kleine permanente tentoonstelling over de architect (wie de 5€ inkom wil uitsparen -op vijf minuten ben je er buiten – kan het muzeum op youtube bekijken https://www.youtube.com/watch?v=DxZUmdMIpzE
Men moet dat gebouw vergelijken met het vroegere ministerie van Oorlog er vlakover. Scherper contrast tussen barok en Secession is moeilijk denkbaar.
Van zijn hand is eveneens de Kirche am Steinhof. Het is kerk van een psychiatrisch ziekenhuis. De gebrandschilderde ramen zijn van Koloman Moser. De kerk is enkel te bezichtigen op afspraak. Dit psychiatrisch ziekenhuis was ook een doorbraak in de behandeling van geesteszieken.

Het Secessiongebouw van Olbrich, een van de beroemdste Jugenstilgebouwen

Het Secessionsgebouw op de 50 eurocent
Op de Karlsplatz, vlakbij de Wagnertramstatie, is het Secessiongebouw, een ontwerp van 1898 van Joseph Maria Olbrich, is een van de beroemdste Jugenstilgebouwen in de Oostenrijkse hoofdstad. Het staat op de Oostenrijkse euromunt van 50 cent. Dit gebouw is opgevat als een Gesamtkunstwerk en opgevat als expositieruimte. Vandaag zijn er opnieuw interessante tijdelijke tentoonstellingen.
Het Secessiongebouw werd geopend op 12 november 1898 door keizer Franz. Boven het portaal prijkt het motto van de Secession in gouden letters; ‘Der Zeit ihre Kunst, der Kunst ihre Freiheit’ (de tijd haar kunst, de kunst haar vrijheid), en ‘Ver Sacrum’ (gewijde lente), een verwijzing naar de frisse wind van vernieuwing. In 1889 schreef Gorter "Een nieuwe lente en een nieuw geluid". Moet de Secession  hem een copyright?

Klinger - Beethoven
Het zou mij verwonderen moest dit gedicht de Secession geinspireerd hebben, maar je weet nooit…
De koepel van vergulde smeedijzeren laurierbladen  geeft een sacraal effect. De tentoonstellingsruimte moest een kunsttempel zijn. Josef Hoffmann ontwierp de binnenarchitectuur met flexibele ruimten die aan de exposities kunnen worden aangepast. Het licht komt van vier dakramen en vensters in de noordelijke zijgevel.
Het thema van één van de eerste tentoonstellingen, in 1898, is Beethoven. Centraal staat een Beethovenbeeld van de beeldhouwer  Klinger en een muzikale act van Mahler rond de 9de symfonie. Klimt schildert een Beethovenfries: het kan niet op. De tentoonstelling moest een totaalkunstwerk worden.In 1943 is die Beethoven Fries het pronkstuk van de grootste Klimt tentoonstelling ooit, gesponsord door Baldur von Schirach, the Nazi gouverneur van Wenen. De nazi’s geven wel een andere titel aan het portret van de joodse Adele Bloch-Bauer, de beroemde ‘gouden dame’.
Het gebouw werd door de SS in brand gestoken in 1945. Het werd grondig gerestaureerd in 1964.  In 1986 graaft men voor de Beethovenfries van Klimt een kelder onder het Secessionsgebouw.
Men heeft van die fries DE blikvanger gemaakt van dit gebouw. Onterect, vind ik
In 1898 was die fries alleen bedoeld als omkadering van een Beethovenbeeld van Max Klinger 
Klinger was lid van de Secession, alhoewel hij in Leipzig woonde. Hij had 15 jaar aan zijn Beethoven gewerkt, en 150.000 mark uitgegeven voor zijn materialen: 5 ton marmer, albast, ivoor en brons. In Wenen krijgt het kritiek van alle kanten (zoals je ondertussen begrepen hebt zijn de Wenenaars nogal konservatief). Het moet ook gezegd dat het boordevol symboliek zit die niet altijd even duidelijk is. 
De beethoven in het Secessionshaus
In alle geval wordt er vandaag niet meer over Klinger gesproken (een comité in zijn geboortestad Leipzig  heeft zijn Beethoven  in 1912 gekocht om het aan de stad te schenken waar het nu in het Museum der Bildenden Künste staat).
Rond dat beeld had Gustav Mahler, die een grote rol speelde in de organisatie van die tentoonstelling , een muzikaal evenement opgebouwd op basis van de pianoversie van de negende door Richard Wagner. Wij zijn hiermee ten volle in het kader van een totaalkunstwerk. Mahler zelf werd in Wenen beschouwd als een reïncarnatie van Richard Wagner.
Wagner hadBeethoven nog ontmoet in Wenen (het was voor hem zoiets als een moslim die naar Mekka gaat). Hij had daarvoor een week zijn intrek nemen in een hotel vlakbij de woning van Beethoven. Hij beschrijft zijn emotie bij de confrontatie met de dove Beethoven, die communiceerde via een schriftes die trouwens bewaard zijn. Wat hem niet belet een ellenlange conversatie te reconstruereren.  In alle geval stortte Wagner zich na die ontmoeting als een bezetene op elke partituur die hij kon vastkrijgen. Het was in die tijd natuurlijk niet mogelijk een plaat op te leggen en de enige manieren waren een concert of de lezing van een partituur. Wanneer hij op de Negende valt, wil hij die onmiddellijk kopiëren, en maakt dan maar direct een pianoversie. Grosartig! Dit soort muziek verzoent mijn zelfs met Wagner. Wagner beschrijft hier hoe die tot stand is gekomen:
"Beethoven's Ninth Symphony became the mystical goal of all my strange thoughts about music. At the very first glance at the score, of which I obtained possession with such difficulty, I felt irresistibly attracted ; the first thing to be done was to make the score my own by a process of laborious copying. The symphony at that time had not yet been arranged for the piano; it had found so little favour that the publisher did not feel inclined to run the risk of producing it. I set to work at it, and actually composed a complete piano solo, which I tried to play to myself".
Die fries van Klimt is dus niets meer dan een decor voor het Klingerbeeld en de muzikale act van Mahler. De symboliek is trouwens gebaseerd op Richard Wagners interpretatie van de 9de symfonie. Het is er trouwens aan te zien dat Klimt daar niet veel tijd heeft in gestoken, maar dit doet niets af aan de waarde van een kunstwerk natuurlijk. De fries was trouwens maar bedoeld voor de duur van de tentoonstelling en was op goedkoop materiaal geschilderd, rieten platen bekleed met klei.
In de huidige presentatie vinden wij dus geen enkele referentie meer naar dat totaalkunstwerk, wat ergens wel jammer is.

Roofkunst, Raubkunst, Entartete Kunst: een delikaat verhaal

 Schiele - Liegender Knabe (Erich Lederer) - wikipedia
De fries is zoals voorzien na de tentoonstelling weggehaald.
Klimt’s mecenas August Lederer kocht de fries. Lederer sterft in 1936, twee jaar voor de Anschluss. De Nazis slaan in 1940 zijn schilderijen aan bij zijn weduwe Serena. Het gaat hier over roofkunst, Raubkunst, en niet Entartete Kunst : de nazis appreciëerden Klimt. Zoon Erich Lederer overleeft WO II en heeft decennia lang geprobeerd bij de Oostenrijkse om die fries te installeren in zijn huis in Zwitserland. Ontmoedigd aanvaardde hij in 1973 750.000 $ voor de fries, alhoewel de waarde ervan geschat wordt op $2 miljoen. Zijn erven proberen nu de fries terug te krijgen.
Na de Klimt tentoonstelling in 1943 had de Gestapo de werken in veiligheid gebracht in het kasteel van Immendorf. Op 8 mai 1945 steken SS-troepen het kasteel in brand om die kunstwerken niet in handen te laten vallen van de Sovjettroepen. De Beethovenfries komt in een ander klooster terecht
Erich Lederer en vrouw - foto derstandart.at
waar Erich Lederer die na de oorlog terugvindt. Hij wil die in zijn huis in Zwitserland ophangen, maar Oostenrijk weigert een uitvoertoelating, zelfs als Lederer een uitwisseling voorstelt met andere stukken van zijn collectie. De fries komt in het Belvedere in Wenen terecht, en men doet Lederer jaren lang stockeringskosten betalen ‘omdat die werken technisch zijn eigendom zijn’. Lederer krijgt wel de toelating om andere stukken uit te voeren, in ruil voor donaties van een deel van de aangeslagen kunstwerken, een afpersingsmethode die wordt gebruikt om nazi-buit een naoorlogse juridisch tintje te geven. Hij slaagt er nog in de Klimt portretten van zijn zuster en moeder terug te krijgen juist voor zij openbaar geveild zouden worden. Maar uiteindelijk staakt de oude  Erich de strijd voor de fries en verkoopt aan de staat.
Vandaag vragen zijn erven de teruggave: zij baseren zich op een aanpassing in 2009 van de Oostenrijkse wetgeving op de teruggave van kunstwerken, in gevallen waar betwiste kunt onder zijn waarde wordt verkocht.

Klimt: een gevierd schilder

Klimt: filosofie
Net als Otto Wagner was ook Klimt een gevierd schilder van de Weense society voor hij tot de Secession toetrad. Ook bij hem kan men niet zeggen dat de breuk was met de toen dominerende stijl in Wenen brusk was. Op veertienjarige leeftijd toonde hij tijdens zijn studie al zoveel talent dat hij toen al van commissielonen kon leven. Klimt krijgt ook grote opdrachten voor architectonische decoraties in musea, theaters en kerken. Af en toe krijgt hij wel wat tegenwind (wij hebben met Loos gezien hoe conservatief de Weense society was). Zo was hij in 1894 al beschuldigd van pornografie (“sterk erotisch getint symbolisme”) voor een bestelling van de Universiteit van Wenen. Hij had drie werken geschilderd voor het plafond van de grote aula. Een ervan, ‘filosofie’, had een gouden medaille gekregen in Parijs. Een aantal proffen waren niet akkoord en er werd erover gediscuteerd tot in het Oostenrijks Parlement.
Zijn vriend Koloman Moser en de mecenas August Lederer betaalden 30.000 kronen voor de drie geweigerde schilderijen. Die panelen verdwijnen in de brand van Immendorf. De industrieel August Lederer had de grootste privéverzameling van Klimt ter wereld. Klimt liep bij de Lederer binnen en buiten zoals bij hem thuis, en gaf tenenles aan de dochter. Hij introduceerde bij hen ook Egon Schiele waarvan zoon Erich later een verwoed verzamelaar zou worden. In 1939 was hun verzameling in de Bartensteingasse onteigend. In het kader van de teruggave na de oorlog probeerden verschillende muzea hun Secessionscollecties te vervolledigen of uit te bouwen. Een interessant voorbeeld is de Mauerbach collectie – genoemd naar het klooster waar de nazis kunstwerken hadden opgeslagen.
In 1995 besliste de Oostenrijkse regering de 1.000 stukken van die collectie te verkopen ten voordele van de slachtoffers van de Holocaust. Een openbare verkoop bracht $10 miljoen op. De kunsthistorica Sophie Lillie moest nagaan hoe die stukken in Mauerbach waren terechtgekomen. Zes
Klimt - Wasserschlangen
jaar later kwam ze af met een dik boek "Was Einmal War" waarin zij 150 collecties van Oostenrijkse Joden documenteerde, met een lijst van alle werken. Een ervan was die van Jenny Steiner, die in de VS terecht kwam en een aantal Klimts had moeten achterlaten, waaronder Wasserschlangen II. Dit werk was afgepakt van  Jenny Steiner in 1938, en te koop gesteld in het Dorotheum verkoophuis in Wenen in 1940, maar teruggetrokken voor de verkoop en verkocht aan Gustav Ucicky, na en tussenkomst van Baldur von Schirach, the naziburgemeester van Wenen. Gustav Ucicky was een Nazi film producent die Klimt verzamelde. Het werk is in of na de oorlog verloren gegaan.
Die studie van Sophie Lillie was de aanzet van een nieuwe kijk op de teruggave van in beslag genomen werken. De Oostenrijkse muzea hebben een dozijn Klimts moeten teruggeven nadat de Weense ballinge Maria Altmann en de procureur van Los Angeles Randol Schoenberg een
Adèle Bloch-Bauer- de gulden lady
successvolle procedure stratten in 1998 om de Klimtcollectie van de familie Bloch-Bauer te recupereren, waaronder ook het portret van Adele Bloch-Bauer – de ‘gouden dame’ die juist verkocht was geweest voor $135 miljoen in de the Neue Galerie (NY) in 2006.
De film van George Clooney Monuments Men, over de roofkunst van de nazi’s, heeft het debat natuurlijk nog aangezwengeld.
Het project Body Missing begon in Linz in 1994, rond de gestolen werken die de Führer had samengebracht voor zijn muzeum in zijn geboortestad. Het Oostenrijks establishment slaagde erin het project te blokkeren, tot Vera Frenkel in het Freudmuzeum gastvrijheid kreeg in 2000.
Dit is een van de vele voorbeelden van de hypocriete politiek van Oostenrijk, die het stauut kreeg van slachtoffer van de nazi’s en daarmee zijn verregaande collaboratie, ook in de kunstroof, kon wegsteken.

Klimt in Brussel

Het Stocletpaleis in Brussel
Eind 1903 al richt een groep rond Klimt een nieuwe beweging op: Kunstschau of Wiener Werkstätte op. De Naam Werkstätte = atelier, verwijst naar handwerk, maar dat is het niet: hun Gesamtkunstwerk  wilde "grote" kunst mengen met "decoratieve kunst", maar ze hebben zelden meer dan een exemplaar gemaakt van hu stukken, in tegenstelling met Arts en Crafts of de Luikenaar Serrurier-Bovy die meubels in serie produceerde.
Daardoor is Werkstätte ook geen economisch succes: die mannen vonden dat het nooit mooi genoeg kon zijn: quand on aime on ne compte pas.
Het is een Belg die hen economisch een tijd de kop boven water houdt. De architect Josef Hoffmann mocht in 1905 voor Adolphe Stoclet, directeur bij de Société Générale, een totaalkunstwerk bouwen, het Stocletpaleis, nu Werelderfgoed.  Het interieur is van Fernand Khnopff. Ze krijgen carte blanche, De deurknoppen, de bloembakken, de luchters in kristal van Lobmeyr en het speelgoed voor de kinderen komt uit de Werkstätte. Klimt mag de eetzaal versieren met mosaiek voor 100.000 kronen. Dan doe je 1000 kilometers tot in Wenen om Klimt, Moser en Hoffmann te zien, en dan hoor je dat  de top van hun werken op de Tervurenlaan in St Pieters Woluwe staat. 
eetzaal van Stocletpaleis met Klimtfries
en een onbeperkt budget.
Spijtig genoeg is er niets van al die schoonheid  te zien. Het Brussels Gewest heeft terechtheel de inboedel laten klasseren, in het kader van de Unesco-erkenning, maar daar waren de erven van Stoclet niet mee akkoordDie sloten na de dood van baronnes Anny Stoclet het paleis af.  De italiaanse fotograaf Luciano Romano heeft er nog gedurende een week mogen foto’s nemen voor een boek van de uitgeverij Taschen over het hele  œuvre van Klimt; een boek in zeer groot formaat (8 kg 135 euros), waarvan 90 bladzijden zijn gewijd aan de Klimtmozaiëken. Tobias Natter die directeur is geworden van het Leopoldmuseum verzorgde de  uitgave.

Het Leopold Muzeum en Schiele

Klimt had een grote invloed op Egon Schiele en Oskar Kokoschka. Hij is rijk genoeg om hun werken te kopen. Ons bezoek aan Wenen en de Secession zou niet af zijn zonder een museum te bezoeken. En daar heb je wel een probleem: zowat elk muzeum dat zich respecteert heeft een paar Klimts of Kokoschkas hangen. Onze keuze viel op het Leopoldmuzeum. En met Leopold vallen wij opnieuw op het hallucinerende probleem van de roofkunst. Hoe heeft Leopold zijn collectie uitgebouwd. Daarvoor even wachten op mijn volgende blog…

Zie ook mijn blog Citytrip Wenen october 2014- Deel I  

http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/10/citytrip-wenen-october-2014-deel-i.html

Mijn blogs over de Donauradweg

Interessante sites

(naast de hyperlinks in de tekst opgenomen)
http://oe1.orf.at/artikel/248828 wagner en leerlingen in sociaalbouw
Midzomerconcert van de Wiener Philharmoniker in het park van Schönbrunn, ook te beluisteren in het Haus der Musik https://www.youtube.com/watch?v=aesA2QpEQKE
Virtueel bezoek aan het Wagnermuzeumpje in de Postsparkasse: https://www.youtube.com/watch?v=DxZUmdMIpzE