lundi 27 juillet 2015

Radebeul: een goed vertrekpunt voor de Elbefietsroute

Het landschap achter Schloss Wackerbarth in Radebeul
Radebeul is een interessante stop op de Elberadweg, op een goede tien kilometer van Dresden.  Voor ons begin en eindpunt, bij Anita en Reinhard Starke, waar wij onze wagen een week konden laten staan.
Men zou kunnen zeggen dat Radebeul het Knokke is van de ex-DDR. In de 19e eeuw installeerden welgestelde gepensionneerden hun villa’s tussen de wijngaarden in dit milde microklimaat. Radebeul is nog altijd de stad met de hoogste gemiddelde inkomen van de nieuwe landen, de minste werkloosheid, de laagste leegstand, de meeste villa's in particulier bezit, een vrijwel sluitende begroting - en ongeveer 250 miljonairs. En dit zijn niet alleen Wessies. De stad heeft het best verkopende Ferrarifiliaal van Duitsland!
Zo kwam ook de best verkopende auteur Karl May terecht in Radebeul. Hij heeft er nog altijd zijn muzeum. Tijdens de DDR periode waren deze rijke villa’s een probleem. Voor het huis langs onze gastheer bijvoorbeeld waren drie erfgenamen, waarvan twee in het Westen. Voor die twee was er geen sprake van hun geld te steken in een eigendom ‘bezet gebied’. De derde wilde niet alleen voor het onderhoud instaan en schonk het huis aan de stad die ondanks de woningnood na de oorlog moeilijk kandidaten vond voor dergelijke villa’s. Het huis werd toegewezen aan een man die er veertig jaar woonde. Die  kreeg in 1989 na de Wende de erven van die twee wessies op zijn nek. Al moet gezegd dat in dergelijke gevallen de bewoner het over het algemeen aan het rechte eind trok. Alle staatsbedrijven kwamen in handen van de Treuhand, maar voor particulier bezit zoals een huis gold de regel dat de bewoner voorrang had.
Tijdens de DDR periode zijn die villawijken min of meer gebleven. Zo werd een uniek cultureel landschap bewaard, met weelderige tuinen tussen tien wijndorpjes. Ik heb vergeleken met Knokke maar de stad doet eerder denken aan Tilff, eerder sympatiek.

Een smalspoorweg naar Moritzburg

op weg naar Moritzburg met een stoomtreintje
De eerste historische stadskern van Radebeul was Alt-Kötzschenbroda. Vandaag de gouden mijl waar de restaurantjes van elke rang en prijs uitnodigen voor een terrasje. Let op de gleuf van vijftig centimeter tussen de huisjes die niet tegen elkaar zijn gebouwd.  De gemeenschappelijke muur heeft eeuwen nodig gehad om in wetteksten gegoten te worden….
De radweg passeert door dit pittoresk plaatsje. Voor wie er een halve dag wil voor uittrekken kan van daaruit een toeristentreintje nemen– een stoomtrein op smalspoor - naar het prachtig barokkasteel van Moritzburg. In de jaren na de bevrijding waren de kolen schaars, en zeker voor de smalspoorlijnen. Het treintje had de naam niet erg stipt te zijn. Dat zegt men vandaag van heel de NMBS. De vertragingen van het Kötzschenbroda-lijntje werden een DDR-schlager: “Verzeih’n Sie mein Herr, fährt dieser Zug nach Kötzschenbroda? Er schafft’s vielleicht, wenn die Kohle nog reicht. Ja, der zug nach Kötzschenbroda, der hat immer zeit“. Het had een concurrent: er bestond ook een versie ‚Sonderzug nachPankow’.
Het lied is opgenomen in het "Amiga-Schlagerarchiv" met meer dan 500 DDR-schlagers, en gaat terug op een melodie van Glenn Miller "Chatanooga Choo Choo”. Men zou zelfs het stationnetje omgedoopt hebben tot Radebeul-West om die slechte reputatie wat te doen vergeten.
Rond 1960 werd Radebeul West een driesporenstation voor de sovjet Breitspurwagen (spoorbreedte 1520 mm) Sinds 1996 heeft het zijn vroegere naam teruggevonden, maar als station van de S-Bahn-Linie S 1 Dresden-Meissen.
Dat treintje brengt je dus honderd meter hoger naar Moritzburg met  de Moritzburger Teichroute, een circuit van 29 km. Ik stelde mij een dijkroute voor als een bescherming tegen hoogwater. Maar daarvoor ligt het kasteel te hoog. Nee: deze dijken zijn gebouwd voor de visvijvers van Moritz. Ieder jaar worden er nog tonnen karpers gevangen. Wie het laatste weekend van oktober in de buurt is kan aan de Moritzburger kasteelvijver de traditionele "Moritzburger haul" bijwonen. De vijver wordt dan leeggelaten voor het grote
"Schauabfischen". En deze vijvers dienden ook voor de jacht op waterwild. Er is ook een Fasanenschlößchen en een Fasanerie. Die fazanten hebben altijd eten gekregen van de mens: vandaar dat ze op de jager aflopen die ze maar neer te knallen heeft. Mag men die jacht nog sport noemen?
De dijkroute is gemarkeerd door een kenteken maar deze wegwijzering is nogal slordig.
In Kötzschenbroda passeert de Radweg ook voorbij de kleingarten, vlak bij een commerciëel centrum. Soms ook Schrebergarten genoemd. Ieder dorp langs de Elbe-fietsroute heeft wel ergens een paar honderd dergelijke percelen, heel dikwijls in overstromingsgebied langs de Elbe. Die zijn soms afgesloten voor niet-leden, maar waar men binnengeraakt zoals hier zijn die tuintjes een waar genot voor het oog. De volkstuintjes rond Wittenberg hebben bijvoorbeeld 3700 leden die op 200 ha hun hobby kunnen uitleven.

DDR museum zeitreise

Een must in Radebeul is het DDR museum zeitreiseOnze gastheer deelde on enthoesiasme niet: zet men andere bevolkingsgroepen ook in een muzeum? Voor wat de Vie Wallonne betreft  kan ik volmondig ja antwoorden. In de rue Hors Chateau in Luik vindt men een interieur van de jaren zeventig terug. Wij zijn ook goed voor het muzeum….
Een reis inde goede oude tijd. Het muzeum verkoopt er zijn Ostalgietasmet het motto:”alles was niet goed, maar veel dingen waren beter”.
Dit privémuzeum is in 2006 geopend in een vroeger fabrieksgebouw in de Meißner Straße. Er staan onder andere 140 auto’s uit DDR, afkomstig van het vroegere Automobilmuseum Dresden dat na twee jaar zijn deuren moest sluiten. Het Zeitreisemuzeum is privé en dat heeft zijn charmes. Ze exposeren alles wat ze hebben. Zo vind je er 15 verschillende stofzuigers. Maar men mag overal aan komen. Zo vind je er ook DDR Lingerie, van het VEB – volkseigene Betrieb of tekstielkombinaat  Feinwäsche „Bruno Freitag“.
Het muzeum geeft een relatief positieve voorstelling van het dagelijke leven in de DRR en speelt expliciet op de Ostalgie. In het gastenboek  reageren ook buitenlanders: ‘dit was eigenlijk niet zoveel anders als bij ons’. Niet alleen de meubels lijken op wat wij gekend hebben. Wij hadden nog een Ericaschrijfmachine en een Pentax.
Die ddr design lijkt mij verbluffend modern en vele concepten vinden wij vandaag terug bij. De DDR had een Amt für industrielle Formgestaltung zu Design, Architekturund angewandter Kunst.  245 medewerkers van dit Amt stonden tussen 1972-1990 onder leiding van een staatssecretaris voor design. Goed materiaalgebruik, bruikbaarheid, esthetiek,duurzaam ontwerp en verspilling vermijden waren de sleutelwoorden. VEB product en milieu-design had afdelingen in Halle, Gotha, Karl-Marx-Stadt, Berlijn en Dresden om bedrijven die niet de middelen hadden te begeleiden voor designkwesties.
Na de Wende werden duurzaamheid en repareerbaarheid snel afgevoerd. In 1990 werden instellingen zoals het Design Center in Berlijn, het onderwijscentrum Bauhaus Dessau, het tijdschrift form + zweck (vorm + doel) en de VEB Design Center geprivatiseerd. In 2014 kwam een ommekeer toen het Design Award van de Bondsrepubliek Duitsland voor het eerst uitgereikt werd aan een Oost-Duitse ontwerper Karl Clauss Dietel voor zijn levenswerk. Die verklaarde in een radio-interview dat met deze erkenning de vele andere Oost-Duitse ontwerpers zijn bedoeld die hebben gewerkt "onder deels ongunstige omstandigheden in de DDR" en die zijn vergeten voor vele jaren. 25 jaar na de val van de muur lijkt een nieuwe discussie over de DDR design en de daarmee gerelateerde waarden te kunnen beginnen.
Ik heb de indruk dat de bezoekers van het DDR  muzeum die Ostalgie appreciëren. Men ziet ook in de verzameling veel giften van mensen, met zowaar een volledige familiegeschiedenis van een Trabantje, tot en met de vacanties van de gelukkige eigenaar (er waren wachtlijsten van 10 jaar voor een wagen in de DDR).
Deze Ostalgie wordt actief tegengewerkt in Duitsland. Zo erkent het dokumentationszentrum alltagskultuur DDR van Eisenhüttenstadt dat om fondsen te krijgen men zich beter afzet tegen de Ostalgie.
Ook het DDR muzeum Zeitreise ontsnapt daar niet aan: in het muzeim hoort men over de vier verdiepen een toeppsraak van de vroegere DDR President Honecker die erg aan Hitlertoespraken doet denken. Erg irriterend. En het muzeum plant ook een tentoonstelling over de Stasi. Wij zijn op onze tocht langs de Elbe trouwens in elke stad –tentoonstellingen tegengekomen – gratis! – waar men probeert te argumenteren dat de DDR een ‘Unrechtssstaat’ was. Een vitaal argument voor de federale republiek die daarmee probeert te rechtvaardigen dat iederen die in de DDR iets betekende – op alle vlakken: onderwijs, gerecht, administratie- kan vervolgd worden voor beslissingen die hij in naam van deze ‘onrechtstaat ‘heeft genomen. Deze DDR bashing slaat niet altijd aan. In het muzeum ging in 2012 een colloquium door over hoe via de school het idee van ‘vroeger was alles beter’ te bestrijden. Een pak deelnemers gingen daar tegen in. Zelfs jongeren die de DDR niet meer gekend hebben vinden dat vroeger alles beter was, op basis van wat hun ouders hen vertellen…
En voor hongerige magen is er bij het buitenkomen een winkeltje  en een restaurantje waar men erlebnisgastronomie presenteert. Een aangename afsluiter.
Wie nog niet nostalgiemoe is kan in de Kötitzer Straße 27   de factoryoutlet van Nudossi bezoeken. Nudossi was vroeger de "Nutella" de DDR. Het merk bestaat nog steeds, en het assortiment is uitgebreid met wafels, chocolade en pralines.

Radebeul en zijn Steilanlagen

En tenslotte zijn er de wijngaarden, met hier en daar bezemterrasjes. Wijnboeren mogen nog altijd een aantal dagen der jaar hun wijn aanbieden met een eenvoudige maaltijd en ze kondigen dit aan met een bezem voor de deur of een bloementuil aan de gevel.
Sachsen is het meest noordelijke wijnbouwgebied van Europa, na Potsdam natuurlijk, maar Frederik de Grote kweekte er druiven in serres. Het wijngebied tussen Pirna en Meissen vertegenwoordigt maar 0,3 Procent van alle Duitse wijnen. 492 hectare in heel Sachsen. Interessante maar dure wijnen, in een gebied dat met 1600 zonne-uren aan het minimum zit voor wijnbouw.
Op die vijfhonderd hectare werken 2485 wijnbouwers waarvan 35 uitsluitend leven van hun wijn. 99 procent doen het dus als hobby. In 2014 werden 20.016 hectoliter geproduceerd. Daarbij zitten ook wijnen die elders worden gekocht. Saksen is daar wel discreet over aangezien dit het image van de Saksenwijn natuurlijk geen goed doet.
De obsessie voor die noordelijke hobbywinzers is het Oechslegehalte. Dit bedroeg in 2014 gemiddeld 78 graden. Een vuistregel is dat er aan de most suiker wordt toegevoegd tot 80 graden. Wie geen toegevoegde suiker wil moet Predikatwijn kopen. Maar voor de kwaliteitswijnen is er een minimum alcoholgehalte en dat kan men slechts in minder goede jaren bereiken door suiker toe te voegen.
Saksen beroemt er zich op als enige nog de Goud Riesling te planten. Dit is waar, maar de productie is niniem: in 2002 waren elf hectare goldriesling, en dit areaal is in 2014 gestegen tot 25 hectare voor een oogst van 1.500 hectoliter. De trend is ook om meer en meer schimmel-resistente rassen, aan te planten, zoals Souvignier gris, Cabernet Blanc of Muscaris.
Zoals gezegd is zit Saksen aan de klimaatgrens voor de wijn. Dit wordt ten dele opgevangen door de Steilanlagen: de muren van terrassen  geven s’nachts hun warmte af. Maar op de terrassen kan niet met machines gewerkt worden. En het onderhoud van de muren is voor een hobbywijnbouwer niet altijd evident. Vandaar dat de Elbewijn niet goedkoop is. Maar "entweder wir werden in zehn Jahren sagen, es gab hier auch einmal Wein, oder Sie bezahlen."
Net als de Steilanlagen van de Moezel is het Saksenwijnbouw met uitsterven bedreigd.
En dat heeft ook te maken met het einde van de DDR. Daar  had de Sachsenwein geen directe concurrenten. De wijn had er een sterke reputatie. 2500 Hobbywijnbouwers produceerden in die periode 1,5 Miljoen flessen. 300.000 daarvan werden door de DDR opgekocht om als geschenk te worden uitgedeeld.  Naast de harde West-Mark was de Elbewijn een betaalmiddel in de DDR: "Schilder gezocht, in ruil voor blauwe briefjes – de 100 mark van het Westen – of druivensap ", stond er in advertenties om een klusjesman te lokken. In de DDR-tijd dekten de Elbewijnen maar 2% van de consumptie  „und dabei könnten wir verkaufen“, zegt de voorzitter van een Winzergenossenschaft, Erich Waack, „verkaufen wie die Teufel“, “en daarbij konden wij verkopen als de duivel”. Nog altijd leveren 1550 weekendwijnbouwers hun druiven aan de „VdgB Sächs. Winzergenossenschaft Meißen“ (VdgB: Vereinigung der gegenseitigen Bauernhilfe). Deze coöperatieve is een overblijfsel van een DDR model dat zoveel jaar na de Wende nog altijd attractief blijkt…
De meeste hobbywijnbouwers zijn dus lid van de coöperatieve van Meissen. Daarnaast leveren een aantal aan het Weingut Schloß Wackerbarth, juist boven Radebeul gelegen en waarvan ik een bezoekje kan aanraden. Voor ongeveer 5 euro kan je er 10 cl van de Sachsenwijnen proeven. August Christoph Graf von Wackerbarth was Generalfeldmarschall van August der Starke (1670 - 1733). Het is een prestigeinitiatief –een beetje bloing bling-  maar het landschap boven het kasteel is een postkaart. Men kan in de wijngaarden boven Radebeul een prachtige maar sportieve wandeling maken: de Weinwanderweg Niederlösznitz gaat tot het Weinbaumuzeum Hoflössnitz. Voor de fietstoeristen kan ik aanraden in Radebeul van de Elberadroute af te wijken en paralel ermee een paar kilometer de Weinroute te volgen.
de phylloxeraluis
De wijnbouw in Saksen is een goede eeuw geleden op sterven na dood geweest met de phylloxeraplaag die vanaf 1860 uit Amerika overkwam en bijna de hele Europese Wijnbouw ten gronde richtte. Het Reblauslied gaat over die Reblauskatastrophe: “Ik moet in mijn vroeger leven een druivenluis zijn geweest, anders was de weemoed naar de wijn nooit zo sterk geweest”.
Naast Radebeul vinden wij verder nog wijngebiedjes langs de Elberadweg: na Niederaus begint het Spaargebirge. Een grote naam voor een bultje van drie Kilometer lang en 90 Meter hoog. In Sörnewitz zijn 480 ha ‘wunderbare weinwirtschaften’.
In Seuschlitz werd een riddergoed in 1945 in het kader van de landbouwhervorming onteigend. De kleine boeren kregen elk vijf hectaren Land. Een deel van de gronden werden toegewezen aan het Volksweingut Radebeul. Het kasteel zelf werd een vakantiedomein van de FDGB (Freier Deutscher Gewerkschaftsbund). Tot aan de Wende van 1989 verbleven er ca. 200 gasten voor 14 dagen vakantie. Seuschlitz is het einde van de wijnroute.
Het verdwijnen van die hobbywijnbouwers zou de dood kunnen betekenen van de terraswijnbouw waar men niet met machines op kan.
Wat voor druiven verbouwt men er? De streek roemt er zich op de enige te zijn die de Goldriesling nog verbouwt, een kruising Riesling x Courtiller musqué. Dat zal wel zijn, maar het gaat hier over in totaal 24 ha of 20.000 flessen. Hetzelfde voor de Gutedel, 2800 jaar oud, alleen nog gekweekt in kleine percelen, in pergola's en aan de rand van de wijngaarden.
De de topcepages in Sachsen zijn naast de Riesling de Weißburgunder (pinot blanc) en de Traminer (familie van de Gewurz, iets minder aromatisch).  De beste oogsten van de Grauburgunder (pinot gris) worden onder de naam Ruländer verkocht. Deze pinotmutatie heeft blauwe en witte trossen en zelfs in de tros vindt men de twee kleuren terug. De Müller – Thurgau dateert van 1882 en heeft Rieslinggenen.
Verder worden een aantal nieuwe rassen aangeplant die geselecteerd zijn op basis van hun weerstand tegen meeldauw en andere schimmels, zoals de Kerner, een kruising van Trollinger x Riesling. Deze jonge druivensoort dateert uit de jaren 60.
Tot zover ons verblijf in Radebeul. Wij vertrokken van hieruit voor 400 kilometer tot Magdeburg. Wij kwamen met de trein terug tot in Dresden en bleven nog twee nachten in Radebeul om van daaruit – met de wagen – nog een paar dagen Praag te doen. Maar dat is voor een volgende blog.


lundi 1 juin 2015

Het Calatravastation van de Guillemins

Als afsluiting van onze citytrip naar Valencia heb ik de rekening gemaakt van Calatrava. Hij heeft zijn geboortestad Valencia op de kaart heeft gezet als de stad met de grootste stadsschuld van Spanje. Ik had mij geëngageerd om een tekst in het Nederlands te maken, maar dan specifiek over het Calatravastation van de Guillemins, voor mijn eerste geleid bezoek aan dit station. Dit is in juni 2015 het geval. De BBC sprak – terecht - over Liège-Guillemins als “his latest sculpture”. Dit is geen station, maar een kunstwerk! Calatrava zegt het zelf: "Als men in het station staat bekijkt men niet meer de vorm maar is men in de ruimte, is men het kunstwerk binnengedrongen." Maar juist zoals niemand Miss België zal vragen om een lek te komen repareren raad ik ten stelligste af om de artiest Calatrava te vragen om een bouwwerk te realiseren. Dat is gegarandeerd om moeilijkheden vragen!

Calatrava: eerst artiest, dan architect

Wie Calatrava wil begrijpen moet beginnen met zijn beeldhouwwerken: « Mijn werk als beeldhouwer is fundamenteel om mijn werk als architect te verstaan. Ik probeer eerst de grenzen tussen architectuur en beeldhouwwerk af te breken, en de architectuur als kunst te zien».
In 201 heeft hij een tentoonstelling gehad in de Curtius in Luik « SANTIAGO CALATRAVA ARCHITECTE, SCULPTEUR, CÉRAMISTE »: tekeningen, mobiles, meubels, maquettes, ceramiek enz. Hij had al in 1993 geëxposeerd in de Moma ‘Sculpture into Architecture’. Zie ook Calatrava Sculptures in Movement in het Palazzo strozzi à Florence (2000)
In de Curtius stond een torso, eigenlijk een kolom uit negen delen, die zijn wonderlijke gedraaide toren is geworden in Malmö, in 2005.
Er waren ook verschillende mobiles, grote vierkanten (1,83x1,83m) met twee golven in die bewegen. Dit heeft geleid tot een van zijn eerste bouwsels, waar hij voor een opslagplaats in Coesfeld (1983-
85) verbazende deuren ontwierp. Wij vinden dit idee terug in de (discrete) plooideuren voor de metro Alameda n Valencia.  Ook de hemisfeer van Valence heeft een gigantisch ooglid dat open en toegaat. Voor het museum van Milwaukee ontwierp hij een bewegend zonnescherm dat op een vogel lijkt. Zie ook zijn "Wave" Sculpture in Dallas
Hij heeft het contract voor de Reichstag in Berlin niet gehad, maar als het van hem had afgehangen was ook die koepel open en toe gegaan. De winnende architect Norman is dan verplicht geweest een glazen koepel in zijn projet te verwerken wat hem het verwijt van plagiaat heeft opgeleverd van Calatrava.
In de Guillemins hebben wij geen mobielen, maar de werf is begonnen met een voor hem typische brug die leidt naar de Kiss&Ride. Zijn truc is het principe van symmetrie op te geven voor een dynamische compositie. Zijn bogen staan scheef et suggereren een gestolde beweging. Voor de Alamillo brug in Sevilla compenseert de massieve schuine pijler het gewicht van de brug

De Guillemins : “his latest sculpture”.

De BBC sprak – terecht – over de Guillemins als “his latest sculpture”. Dit is Magritte: ceci n’est pas une gare, dit is een kunstwerk! Hij zegt het zelf: "wie een station binnengaat kijkt niet meer naar de vorm ; hij is in een ruimte ; hij is een beeldhouwwerk binnengegaan." 
http://culture.ulg.ac.be/jcms/prod_95315/de-verre-de-beton-et-de-metal?part=2 Hij stelde zijn maquette voor Ground Zero voor als een «architecturaal beeldhouwwerk. Doordat geen enkele muur die afsluit bepaalt deze structuur een fijne osmose tussen het station en de stad... Er is geen gevel meer wat volgens mij een fundamentele transgressie is». Dit is natuurlijk volledig toepasselijk op de Guillemins. Dit station is een tochtgat!
Men moet dus Calatrava eerst en vooral als en beeldhouwer zien. De citymarketing heeft de ingenieur Calatrava toegelaten ruim zijn boterham te verdienen door sculpturen te maken in de vorm van gebouwen.
Wie zijn manier van werken wil begrijpen kan de film ‘CALATRAVA - Dieu ne joue pas aux dés bekijken van Catherine Adda, prijs van de jury op het Festival van de kunstfilm van Montréal en prijs van de beste realisatie op het MIPA (Metra Internacional de patrimonio arquitectonico) van Madrid in 2001. De architect legt er zijn "organische architectuur " uit. De hand van de architect maakt schetsen die aan de basis liggen van de plannen. Alles is doordrongen van het observeren van het menselijk lichaam of van de natuur, bomen of bladeren. Zijn Oriente- station in Lissabon is een woud van palmbomen, zijn bogen roepen een gestrekt lichaam op, Liège-Guillemins is een liggend vrouwenlichaam.

Inspiratie bij Gaudí

Wanneer de BBC hem vraagt een film te maken over zijn meest geliefde gebouw kiest hij voor de crypte van de Sagrada Familia van Gaudi. Calatrava zegt, “in alle nederigheid, dat mijn merk de natuurlijke voortzetting is van Gaudí». De zaligverklaring van Gaudi is begonnen. Ook Calatrava zegt niet geïnteresseerd te zijn in de materiële valstrikken van het succes:  'I just design to get things right'.
Zoals Gaudí gebruikt hij trencadís, stukken keramiek, en natuurlijke vormen. De toegang tot de perrons van de Guillemins doet denken aan een walvis skelet. Wij vinden de skeletten van Gaudí ook terug in de plannen van Calatrava van 1991 voor de Cathedral Church of St. John the Divine.
Gaudi heeft als en bezetene gewerkt om met natuursteen te werken in een periode dat het beton opkwam. Calatrava gaat tot de uiterste limieten van beton en staal. Gaudi testte voor de Sagrada Familia zijn parabolische bogen uit met zandzakjes en koorden om de steunberen te vermijden. Calatrava schept dezelfde bogen in staal en beton. Sommige sculpturen van Calatrava blijven staan door fijne kabels en steunen op stalen punten. In Mallorca past hij dit toe op een gebouw
Net als Gaudi heeft Calatrava een degelijke architectenopleiding en denkt hij als wiskundige en ingenieur: zijn doctoraatthesis ging over het nogal abstract onderwerp:  «de plooimogelijkheden van kaders in de ruimte".
De enige andere inspiratiebron die Calatrava zelf aanhaalt is Eugène Freyssinet « die voorgespannen beton gebruikt om vliegtuigvleugels te bouwen. Hij is er niet in geslaagd, maar hij heeft op het probleem gewerkt. In de jaren '20 en '30 durfden de mensen en stelden veel hoop in dit materiaal ». Calatrava vergist zich: die vleugels hebben gevlogen in de vorm van een vliegende bom weliswaar! BREGUET ontwierp een zwevende bom, de Breguet 910, voorzien voor een ton springstof. 
Orvieto Aircraft Hanger, Pier Luigi Nervi 
Anderen vinden dat hij plagiaat pleegt op het Federal Science Pavilion van Minoru Yamasaki op de Seattle World's Fair of op de radiale betonnen bogen en de parabolische bogen van Pier Luigi Nervi. 
 Anderen vernoemen ook Brancusi. Maar die (wederzijdse) beschuldigingen van plagiaat zijn steriel: in een bepaalde tijdsperiode is het onvermijdelijk dat de individuele stijlen in elkaar overlopen.

De branding business’ heeft Calatrava wel geduwd in een gemakkelijk herkenbare design. Sommigen spreken van vervelende en herhaalbare patronen. Dit is overdreven: Mies van der Rohe zei al dat men niet iedere week een nieuwe architectuur kon uitvinden. Bij mijn wandeling in de bedding van de Turia in zijn geboortestad Valencia had ik bij verschillende bruggen gezworen dat zij van Calatrava waren. Nee dus. En omgekeerd word ook hij geplagieerd. Pfalzkeller Gallery http://imgs.abduzeedo.com/files/archi/calatrava/pfal.jpg  http://imgs.abduzeedo.com/files/archi/calatrava/pfal2.jpg 
Hij kopieert trouwens zichzelf: de gelijkenissen tussen Milwaukee en WTC transportation hub, tussen de opera’s van Tenerife en van Valencia zijn flagrant.

Een artiest die technologische hoogstandjes maakt

Calatrava tekent zelf geen plannen; hij maakt schetsen. Maar hij weet wat hij wil en heeft degelijke technologische kennis. De bouwmeesters van het Milwaukeemuseum http://fr.wikipedia.org/wiki/Milwaukee_Art_Museum wilden meer licht in hun museum. Zij wilden niet te veel uitgeven en zochten dus in de rijzende sterren. Zij wilden dus niet tot elke prijs Calatrava: ze onderzochten 73 voorstellen. Calatrava won met een perfect nutteloze maar spectaculaire zonnewering.
De boogbruggen van Calatrava zijn een ware uitdaging voor ons evenwichtsgevoel. De boogbrug zelf heeft hij natuurlijk niet uitgevonden. De eerste boogbrug was de Royal Albert Bridge in Plymouth van 1859, uniek met zijn a dubbele lensvormige bogen. Men heeft bruggen gebouwd met de boog van onder of van boven, en later de bow-string. Maar Calatrava is de eerste geweest die zijn boog schuin plaatste, niet symmetrisch. Dit is eigenlijk het ei van Colombus: geen enkele wet van de zwaartekracht zegt dat een boog symmetrisch moet staan tegenover de brug. De moeilijkheid zit in het ontwerp. De meerkost van de uitvoering zelf bedraagt volgens Calatrava maar 10%...
Dergelijke ontwerpen hebben natuurlijk hun voedingsbodem in de vooruitgang van de techniek: ik denk dat de vroegere technieken dergelijke zaken niet toelieten: zonder computergestuurde laserbranders om die vormen te realiseren is dat niet te realiseren. De schoonheid van die grote kunstwerken van Calatrava is intiem verbonden met een perfecte beheersing van staal en beton, zijn twee uitverkoren materialen. Op een conferentie voor het Massachusets Institute of Technology verklaarde hij: « voor de architectuur is het materiaal fundamenteel.  Wie de architectuur wil begrijpen moet verstaan wat dat beton en staal zijn; hoe die verwerken, welke vormen laten zij toe? Kan men van een vorm in een andere overgaan met hetzelfde materiaal? De evolutie van de staaltechnologie is niet verbonden met zijn kwaliteit, maar aan de manier om die te assembleren».
De stalen boog van zijn Dublinbrug is koud gevormd op de grootste hydraulische open horizontale pers ter wereld, vertrekkende van buizen van 368 mm dik en van verschillende diameters. Deze stukken zijn gelast op de scheepswerf Harland & Wolff van Belfast (waar de Titanic gebouwd werd). De brug zelf werd in Rotterdam gemaakt en over zee in een stuk naar Dublin gebracht. Voor de Guillemins is alles gemaakt in La Corogne, in Galicië, op 60 kilometer van Sint-Jacob van Compostella. Voor de technisch directeur Javier Wirtz die anders de ingewikkelde technische uitdagingen van de Catalaanse architect kent is dit station het moeilijkste van alle Calatravabouwsels. La Corogna had al de metaalconstructie van het station Oriente in Lissabon en de Ciudad de las Artes y las Ciencias van Valencia en zijn ‘torso’gebouw in Malmö gemaakt. Dit is bijna handwerk, zoals de steenhouwers en metsers van Gaudi. Die 10.000 ton hebben de bedevaart van Santiago de Compostella in omgekeerde richting gevolgd.
Calatrava heeft hoogstaande technische oplossingen moeten vinden om de Guillemins te bouwen zonder het spoorverkeer te onderbreken. Daarvoor rekende hij op het studiebureau van Greisch die de viaduct van Millau bouwde. Het zijn galiciaanse arbeiders die de 39 bogen hebben gemonteerd - 3.600 ton – op wat nu het voorplein is. Die bogen zijn dan over de sporen geduwd over een soort rails in teflon.
Zijn wit beton is ook zijn handelsmerk. Voor de Guillemins heeft een betoncentrale alleen voor hem gewerkt om de witte kleur te garanderen. Als men het vergelijkt met het grijs beton van het Oriente station in Lissabon van 1993 is het resultaat van dat wit beton verbluffend. Ook voor het Satolas TGV station eiste hij dit wit beton met wit cement, lichtgekleurde kiezel en lichtgrijs zand.
Le Corbusier was zeer ontgoocheld over het brute beton van zijn Cité Radieuse in Marseille. Corbu loste het probleem op door een hele theorie uit te werken over de charmes van een beton ‘brut de décoffrage’. Calatrava eiste een betoncentrale voor hem alleen…

Verwerpen van het functionalisme

Calatrava verwerpt het functionalisme dat de architectuur domineerde tot in de sixties. Voor het functionalisme bepaalt de vorm de functie. Le Corbusier en Ludwig Mies van der Rohe noemden zich functionalisten, Le Corbusier sprak van « machines à habiter ».
Het vroegere Guilleminsstation van de groep EGAU gebouwd voor de Expo van 58 was een mooi voorbeeld van functionalisme. Het Calatrava is het tegendeel: het is een kunstwerk, geen station. In Miwaukee bouwde hij een extravagante superstructuur voor een museum; de tentoonstellingsruimtes zelf zitten in een betonnen doos eronder, als een irritant nevenproduct....
In de Ciudad de las Artes y las Ciencias van Valencia zijn er enorme lege volumes. Aan de buitenkant heeft men een soort springplanken met een open galerij die tot niets dienen en waarvan de toegang zelfs geblokkeerd is. De 147 appartementen Turning Torso hebben scheve vensters en gebogen muren. De woonkamers zijn in hoekvorm of zelfs in de vorm van een W. Bepaalde vensters zijn zo plat als de voorruit van een wagen.

Grootheidswaan?

Calatrava wil de grootste zijn. Zijn pyloon del Alamillo is het hoogste punt van Sevilla, hoger dan de La Giraldakatedraal. Zijn Turning Törso in Malmö is het hoogste gebouw (en ook het duurste) van de
Oviedo
stad. In  Oviedo heeft hij echter zijn drie torens van 133 meter moeten opgeven nadat de UNESCO dreigde de stad van zijn lijst van Wereld patrimonium te schrappen. In Luik bouwde Fedimmo de Tour desFinances van 27 verdiepen en 118 meter hoog, op 400 meter van ‘zijn’ station. Infrabel is op vraag van Calatrava zelfs naar de Staatsraad gestapt die echter oordeelde de niets aantoonde dat die toren de opdracht van de NMBS in gevaar bracht namelijk « stations bouwen met een grote zichtbaarheid. »

Budgetoverschrijdingen en slechte kwaliteit

Calatrava is in de top van de budgetoverschrijders, van het niet respecteren van de tijdslimiet en van de betwistingen. Zo volgt hij ook voor 100% Gaudi die de kas van de kerkfabriek van de Sagrada Familia leegmaakte voor een gebouw dat hij nooit afwerkte en dat men vandaag beter onafgewerkt had gelaten...
De kosten voor de Guillemins zijn in tien jaar verdriedubbeld (en zeven jaar vertraging op het voorziene tijdsschema) om af te sluiten op 312 miljoen euro’s (437 als men er de spoorweginfrastructuur erbij rekent) of de prijs van een airbus A380.
In 2007 begon de architect in Rome de werf van de Sportstad, voor de wereldkampioenschappen zwemmen van 2009. Het bouwsel had eigenlijk een laan moeten afsluiten die het Circus Maximus moest oproepen. Het is nooit afgeraakt. De kampioenschappen hebben moeten plaatsgrijpen in het Foro Italico en andere zwembaden. Men heeft geprobeerd het onafgewerkt bouwsel van Calatrava te recycleren voor het Olympische spelen van 2020. Maar de Olympische kandidatuur van Italië is door Mario Monti opgegeven in 2011.
Ook zijn Ground zero station heeft in 2015 al zes jaar vertraging. Het staal is van Italië gekomen in negen scheepsladingen. Het wordt “the world’s most expensivetrain station.” Vier miljard $, het dubbel van het budget. Het Calatravastation heeft maar twee verbindingen naar twee voorsteden en 11 metrolijnen. Het huidige tijdelijke World Trade Center PATH station heeft 44.000 passagiers iedere weekdag, een vijfde van de Grand Central. Hij is erin geslaagd zijn opdrachtgeven, de NY Port Authority, in moeilijkheden te brengen. “Ze waren zot van Santiago Calatrava,” zei Joseph Seymour, Sommigen vonden dat hij de da Vinci van vandaag was.”
vroegere CEO van de Port Authority. “
NY Port Authority is anders een reus die zowat alle tolwegen en openbaar vervoer rond New York, te land en ter zee beheert. De spoorwegactiviteit van en naar het Ground Zero station maakt $400 miljoen verlies per jaar. Men spreekt nu over het opdoeken van late treinen en zelfs privatisering.
En die 4 miljard $ dekken niet het oorspronkelijke project: de NY Port Authority heeft zijn bewegende vleugels van zijn oculus geschrapt. En Calatrava heeft zijn zijn bekende tegeltjes (natuurlijke belichting van zijn station!) moeten laten vallen omdat burgemeester Bloomberg er bomen wilde.
NYPA heeft onlangs beslist het treinstation onder de Calatrava-oculus niet af te maken en heeft de $100 miljoen kosten voor de afwerking doorgeschoven naar het MTA. Die heeft als voorwaarde gesteld met hun architecten te werken en niet meer met Calatrava.
Calatrava vond dat het zijn job niet is het budget te monitoren. “Ik heb nooit iets vooropgesteld in dit project: er was een hele ploeg van 25 man bezig met cost estimation and cost control. Ik vertelde hen dat dit iets was zoals geologie: je weet enkel wat er onder je voeten zit als je begint te graven’.
Het moet wel gezegd dat zijn oculus maar voor $319 miljoen tussenkwam in het oorspronkelijk budget. De rest was voor mechaniek en grondvesten. Het zijn vooral de verborgen kosten van het gangenstelsel onder de hele site die de pan zijn uitgezwierd. In 2010 rekende een federale audit uit dat het project de ‘shared infrastructure costs’ goed waren voor $1.2 miljard en dat die moeilijk te verhalen zijn op de verschillende spelers.
In Valencia begonnen in januari 2014 zijn blauwe tegeltjes (de trencadis van Gaudi) van de koepel het Palau de les Arts Reina Sofia te vallen: de vervanging zal drie miljoen euro’s kosten, en de opera is een aantal maanden dichtgegaan.
instorting Oviedo
Het dak van het congrespaleis van Oviedo is tijdens de bouw in 2006 ingestort en onze architect heeft 3,5 miljoen schadevergoeding moeten betalen aan de verzekeraar.  Een mobiele klep boven de ingang is geblokkeerd als gevolg van hydraulische problemen.
Santiago Calatrava heeft 12 jaar lang reparaties uitgevoerd aan het lekkend dak van de wijnkelders van Ysios in de Riojastreek. De eigenaar Domecq is uiteindelijknaar de rechtbank gestapt en eist 2 miljoen € om door een andere architect een nieuw dak te bouwen boven het golvend dak van Calatrava. 
In Bilbao heeft men in 2005 de aankomstzone van de luchthaven van Aena moeten verbouwen: de passagiers kwamen na de douane direct buiten terecht.
A ReggioEmilia regende het de dag na de opening van het TGV station van Calatrava. De eerste passagiers kregen water in de nek!

Vloeren in kristal

Ook in de Guillemins gebruikt Calatrava kristallen tegeltjes om licht te geven aan het onderliggend verdiep. Hij heeft die niet uitgevonden: Val Saint Lambert produceerde die ook in de jaren 30 en bedekten het nu gerestaureerde zwembad van la
Sauvenière. Calatrava gebruikt die ook buiten, voor o.a. de brug van Zubi Zuri in Bilbao. Deze vloer wordt bij regen spiegelglad, en in het Baskenland regent het 180 dagen per jaar. Men legt er nu in de regenmaanden een rubbertapijt op, waardoor de verlichting van onderuit natuurlijk niet meer zichtbaar is. Wat aan de burgemeester van Bilbao, Iñaki Azkuna, deed zeggen "dat hij zijn buik vol had van de dictatur van Calatrava." In 2006 spande onze architect en proces aan tegen de stad omdat de Japanse architect Arata Isozaki een loopbrug had aangebouwd aan ‘zijn’ brug collega. Calatrava eiste dat ‘zijn’ brug in de oorspronkelijke staat werd hersteld, de loopbrug afgebroken en als toetje wilde hij 250 000 euro’s voor morele schade, en 3 miljoen als de loopbrug niet werd afgebroken. Bilbao is er met 30.000 euro van af gekomen.
Zijn brug van de Constitutie in Venetië is ingehuldigd op 11 september 2008 om 23h44... om de contestanten te vermijden tegen het aanslepen van het projet dat in 1999 gelanceerd was geweest, terwijl de oude Rialtobrug vier eeuwen geleden op twee jaar was gebouwd. Ook daar zijn problemen met het glazen brugdek : veel ongevallen en veel reparaties. Men heeft dan valiezen op wieltjes van meer dan 20 kilos verboden … Iedere glazen trap kost tussen  4 en 7.000€. Men heeft dan om die kosten te vermijden het centrale gedeelte vervangen door stalen platen: een meerkost van 90.000€. De oorspronkelijke raming bedroeg 4,50 miljoen €, uiteindelijk heeft de brug 20 miljoen euro’s gekost.
Tot zover de artiest Calatrava. In een volgende blog ontwikkel ik de technische kant en ook de functionaliteit, evenals de urbanistische visie van Calatrava.
Meer in het Frans over Calatrava en zijn geboortestad Valencia op mijn blogs



dimanche 26 avril 2015

Met de senioren Hertogen op sinksenweekend in Moerbrugge

Met de senioren Hertogen zijn wij op het sinksenweekend in Moerbrugge (Oostkamp) in de Beernemstraat, bij de mooiste boerin van Vlaanderen. Daar prijkt een monumentale linde die tot Vlaanderens meest merkwaardige bomen wordt gerekend.   Wij zitten daar vlak bij een kasteel van Gruuthuse

Een monopolie op 'gruut'

De heren van Gruuthuze hadden in de Middeleeuwen het monopolie op 'gruut', een kruidenmengsel dat werd gebruikt bij het bierbrouwen. Een van de ingrediënten, de gagel, was een veelvuldig voorkomend kruid op de 'woeste' gronden in de omgeving van Oostkamp. Maar ik zou begot niet kunnen zeggen hoe het eruit ziet.
Later kwam het in handen van de familie d'Ursel, die het nog steeds in bezit heeft. Het huidige kasteel is gebouwd in 1890. Het kasteelpark is ontworpen door de grote Franse tuinarchitect Henri Duchêne (1841-1902), die zich baseerde op het park van Vaux-le-Vicomte. Het kasteelpark is enkel voor groepen toegankelijk. Reserveren is verplicht. Als wij dat zouden willen doen moeten wij best nu beslissen.
Dat gruut interesseert mij ook. De familie Gruuthuuse kocht dus in 1190  het monopolie van de gruuttaks van de graven van Vlaanderen. Maar een eeuw later begon de hop zijn opmars. Hopbier bewaarde beter. De uitdrukking ‘klein grut’, allerlei waardeloze kleinigheden en een ‘grutter’, een kruidenier of figuurlijk, een zeer bekrompen iemand, tonen aan hoe dit gruut geapprecieerd werd. Terwijl in Brugge in 1332 de taks op gruutbier nog 18% uitmaakte van de stedelijke inkomsten, was dit in 1391 gedaald tot 6 procent, tegenover 25% voor de taks op hopbier.
Deze grafiek geeft de totale waarde van de hop en de gruut die jaarlijks binnengebracht werden in het Sint-Jansziekenhuis ven Brugge met duidelijk het verlies van gruut to hommel (hop)vanaf 1385. Ondanks dat bleven in 1411 de taksen op een ton hoppebier nog behouden 24 groten, terwijl dit op Brugs bier bvb. slechts 2 groten bedroeg.
Dit is interessant om aan te tonen hoe relatief het begrip ‘vrije markt’ wel is. In het prille begin van de markteconomie was er al een sterke tendens tot monopolievorming. Alhoewel het gruut manifest onderdeed voor de hop heeft dat monopolie eeuwen standgehouden. 
In 1364 werd in het Heilige Roomse Rijk de Novus modus fermentandi cervisiam, een nieuwe methode om bier te brouwen, ingevoerd. Vanuit Bohemen begint de hop aan een langzame maar onstuitbare opmars. Maar het deel ten westen van de Schelde van het graafschap Vlaanderen was Frans en daar bleef de hop zwaar belast.
Ik heb geprobeerd uit te vissen wat juist de samenstelling van dat gruut was. Kwestie van mijn broer en huisbrouwer Jozef eens een gruutbier te laten brouwen. Het was een mengeling van kruiden of van mout met kruiden. De heren van Gruuthuse gebruikten voor hun 'gruut' hoofdzakelijk gedroogde bloemen van de gagel. Maar in de mengeling zat ook rozemarijn, salie, duizendblad en laurierbessen.
Volgens Bier Passie kwamen ook wijnruit, tijm, duizendblad, hars en anijs voor (Bier Passie Magazine,nr. 13, 2002 blz. 10 en 11).  Duizendblad en wijnruit zitten vandaag in veel voedingssupplementen alhoewel ze erg fotosensibiliserend zijn.  Ook steranijs, komijn, karwij, nootmuskaat, dille, jeneverbessen, esdoorn en Iers mos kunnen bij gruut. Gember werd al in de Middeleeuwen overvloedig gebruikt. Onze Lieve Vrouwe Bedstro levert een eerder zoetig bier op, maar ik appreciëer dit meer in wijn. Ieder jaar aperitieven wij in mei met de maitrank.
Hildegard, abdis van Bingen ( + 1179) was voor het gebruik van essenblad in bier omdat de hop de mens melancholiek maakte en slecht is voor de ingewanden. Dat zal natuurlijk voor de Gruuthuuse’s een reden zijn geweest om dit goedkoop bestanddeel aan hun gruut toe te voegen. Volgens Wikipedia zou, aangezien dit libido verhogend effect voor monniken en priesters ongewenst was, besloten zijn om geleidelijk dit afrodisiacum te vervangen door hop, wat een kalmerende werking heeft. Vooral door toedoen van de protestanten en hun drang naar zuiverheid zou deze ingreep in een stroomversnelling zijn geraakt. Dit raakt volgens mij kant nog wal.
Maar het is eigenlijk niet nodig mijn broer Jozef te motiveren om een gruutbier te brouwen. Pierre Celis stofte met zijn Hoegaards witbier niet alleen een verdwenen biertype af maar lanceerde ook een trend. In zijn witbier gebruikt hij kruiden, koriander en curaçao.
De Gouden Boom heeft in 1983 het patersbier van Steenbrugge –op een steenworp van onze boerderij - opnieuw gelanceerd op basis van gruut. Ondertussen is de Gouden Boom overgenomen door Palm.
De Gentse Stadsbrouwerij Gruut is opgericht in 2009 door een telg van een brouwersfamilie Riva in Dentergem. Het onderzoek naar een geschikte kruidensamenstelling is gesubsidieerd geweest door een Vlaams innovatiefonds (IWT). De kleine brouwinstallatie bevindt zich in hetzelfde gebouw als de gelagzaal en heeft een capaciteit om 5 hectoliter Gruut te brouwen. Deze productie is genoeg voor de brasserie zelf en voor enkele cafés in het Gentse. De grotere volumes worden gebrouwen en gebotteld bij brouwerij Bavik te Bavikhove..
In bepaalde bieren zijn kruiden natuurlijk nooit weg geweest. De Trappisten van Rochefort voegen een tikkeltje koriander toe aan hun bier. In het kerstbier ‘Pere Noël’ van brouwerij De Ranke zit zoethout, het snoepje van onze voorouders.  Achouffe gebruikt voor zijn ‘Biére du Soleil’ een tikkeltje rogge dat zorgt voor een kruidige, bijna peperige sensatie.

De slag bij Moerbrugge

Vlakbij, aan de kanaalbrug van Moerbrugge, had in september 1944 een hevige strijd plaats tussen Duitsers en geallieerden. 20 burgers, 48 Canadezen en 104 Duitsers kwamen om. De kunstenaar Ben Snauwaert smeedde in opdracht van het gemeentebestuur van Oostkamp onderdelen van een oude Sherman-tank van 25 ton om tot een vredesmonument "SMEED OORLOG OM TOT EEUWIGE VREDE". Ingewijd in 1994 door minister van oorlog Leo Delcroix, bij de herdenking van 50 jaar Slagom Moerbrugge
Vlakbij, bij de Beverhoutsveldkapel, staat een houten bord met volgende tekst:
“Dank aan O.L.V. om de bescherming tijdens het oorlogsgeweld om 'de slag van Moerbrugge en
't Beverhoutsveld'. 8 - 12 september 1944. Onze dierbare medeburgers en alle militaire slachtoffers bij dit gebeuren indachtig, in ’t bijzonder de dappere Canadese bevrijders v.d. 10° inf. brig.
Bidden we voor de vrede. O.L.V. bid voor ons”.
Op 9 september 1944 stootte Majoor Robert Andrew Paterson, de bevrijder van Moerbrugge, door tot aan de Sint-Godelievekerk waar hij met zijn compagnie gedurende twee dagen  en nachten vier duitse tegenaanvallen afsloeg. Op 10 september slaagden de Canadese Engineers erin een Baileybrug te bouwen, waarna de eerste tanks van het South Albertaregiment het bruggenhoofd consolideerden. De Duitsers boden echter felle weerstand, zodat de strijd duurde tot 12 september. Tactisch gezien misschien een overwinning voor de Canadezen, maar strategisch gezien waardeloos aangezien de Scheldemonding in Duitse handen bleef tot begin november. Toen werd besloten Walcheren onder water te zetten en een landing te organiseren in de bressen.
Montgomery droomde onmiddellijk naar Berlijn door te stoten en liet daarom de Scheldemonding over aan de Canadezen. Ondertussen landden op 17 september 1073 troepentransportvliegtuigen en 500 zweefvliegtuigen  begeleid door 1500 jagers met 20.000 man, 511 voertuigen en 330 stukken geschut in Arnhem, een brug te ver. Dit was de operatie Market Garden.
Het grootste deel van Vlaanderen - Antwerpen incluis - was bevrijd, behalve de strook van Zeebrugge tot Knokke. Niet alleeen beheersten de Duitsers de oevers van de Westerschelde, ze slaagden er ook in de troepen die in de zak van Breskens ingesloten waren over te zetten naar Walcheren. Montgomery moets zijn  materiaal en troepen nog steeds vanuit Normandië aanvoeren.
Vandaar de “Operatie Switchback” die begon met de slag bij Moerbrugge. Alle bruggen over het kanaal Brugge - Gent waren door de Duitsers vernietigd. Het Zwin was door de Duitsers onder water gezet, o.a. Westkapelle en Oostkerke. Na Moerbrugge probeerde men dan op 6 oktober een oversteek bij Maldegem - Aardenburg op de Belgisch-Nederlandse grens. Op 12 oktober werd met amfibievoertuigen de monding van de Braakman overgestoken, aan de achterzijde van de Duitse "Breskens pocket", met harde gevechten voor om Breskens, Oostburg en Cadzand. Zeebrugge moest wachten tot 2 november 1944. "Switchback” werd beëindigd op 3 november 1944.
Om Walcheren aan de overzijde van de Westerschelde klein te krijgen bombardeerde de RAF er de dijken en zette het eiland onder water. Maar de Duitsers blokkeerden vanuit hun bunkers op de dijk  alle scheepvaartverkeer zodat op 1 november Canadezen een heuse landingsoperatie moesten uitvoeren in de bressen. Op 8 november gaven 40.000 Duitsers zich over.
Vlakbij de Moerbrug ligt het natuurreservaat de Warandeputten, ontstaan door de herkalibrering van het aangrenzende kanaal, 10 ha groot. Het ligt aan de monding van de Rivierbeek die uit Ruddervoorde komt. Er is een rondgang van 2 km, waarvan 400m plankenpad door open water, rietmoeras en moerasbos met  2 kijkhutten en 2 kijkwanden; De ijsvogel komt hier jaarlijks broeden  en er zijn de onvermijdelijke Galloway-runderen soms met hun schattige jonge kalfjes.

Het Beverhoutsveld

Op het Beverhoutsveld is al gevochten geweest in 1382: de Gentenaren, aangevoerd door Filips van Artevelde, versloegen er de Bruggelingen. De Gentenaars hadden de Zuidleie of Brugse Leie uitgediept tot een kanaal, tot ergernis van de Bruggelingen.
Het verslag uit 'Excellente cronicke van Vlaenderen' (15de eeuw) roept een vraag op: wordt er op de bloedprocessie nog altijd stevig gedronken? “In het jaar des Heren 1382 bereikte Filips van Artevelde, de opperruwaard, op 3 mei het Beverhoutsveld. Die van Brugge waren zeer vermoeid door de Heilig-Bloedprocessie, omdat velen stevig hadden gedronken. Ze liepen volstrekt wanordelijk de Gentpoort uit in troepjes van twaalf of zestien personen. Sommigen waren stomdronken, anderen stevig aangeschoten, waardoor ze nauwelijks tot iets in staat waren. En zo werden ze een voor een door de Gentenaren doodgeslagen, als kuikens, zonder enige geestkracht of verweer”.
Vlakbij, in de Ravenbosstraat 10, is het ‘Beverhoutshof’  of Het Blauw Kasteel. In de middeleeuwen een omwalde hoeve, beschermd bij Ministerieel Besluit van 31 juli 1997.
Dit kasteel ligt in het Beverhoutsveld, een van de weinige gemene weiden die nog in openbaar bezit zijn. In het kadaster in 1835 staat er als eigenaar van een Gemene Weide  nog "De Regierders van Beverhoutsveld". Pas in het begin van de twintigste eeuw werd het Beverhoutsveld verdeeld door een uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge: Oedelem kreeg 8/13de, Oostkamp 3/13de en 2/13de voor Beernem. Verdeeld maar nog altijd in openbaar bezit. In Ruddervoorde werd het Vrijgeweed verkaveld in een aantal grote hoeven door de Duitsers, in 1942. Zo’n veertig jaar geleden liepen daarover nog altijd een paar processen …

Bulskampveld

Vanuit Moerbrugge kunnen wij langs het kanaal naar het provinciaal domein Bulskampveld. In de 17e eeuw was het Bulskampveld 10.000 ha groot en strekte zich uit van Lotenhulle, over Aalter, Beernem, Wingene en Ruddervoorde tot Lichtervelde en Torhout. Het kasteel werd in 1874 gebouwd in een domein van 415 ha, het Lambertsgoed. Later werd het kasteel eigendom van de familie Lippens, die het Lippensgoed in eigendom hadden van 1904 tot 1969. In 1906 lieten zij een groots park aanleggen. In 1964 verwierf het Westvlaamse provinciebestuur 202 ha van het landgoed. In 1981 kocht de staat 108 ha. In 1994 werd het bos uitgebreid met ruim 6 ha. Eventueel rijden wij door wat er van die 10.000 ha bos overblijft naar Ruddervoorde.
Vanuit Moerbrugge is het ook heerlijk fietsen door de polders naar Damme, het boekendorp. Daar kan men de fietsen op de boot zetten om over de vaart naar Brugge te varen, en vandaar per fiets terug naar Moerbrugge.

Mijn broer Jozef is een greeter voor Brugge. We moeten zien hoe wij een wandeling met hem in minder toeristische plekken van de stad kunnen inschakelen.
paula wacht jullie op in gezelschap van de mooiste boerin van Vlaanderen

lundi 1 décembre 2014

Het Hundertwasser- Krawinahaus – Wenenblog IV

Men zou het Hundertwasserhaus op de kruising van de  Kegelgasse en de Löwenstrasse een late uitloper van het Weense programma van sociale woningen kunnen noemen. Maar het is eerder een project van city-marketing betaald op het budget van sociale woningbouw.
Eigenlijk moet ik zeggen Friedensreich Regentag Dunkelbunt Hundertwasser. Zo liet de artiest zich noemen. Het heeft trouwens enige tijd geduurd vooraleer Paula er zich rekenschap van gaf dat Hundertwasser de naam was van de auteur. Hundertwasser klinkt een beetje zoals Donnewetter.
Wij hadden Hundertwasser al van ver gezien vanuit de metro naar Heiligenstadt, en wij zijn op onze doortocht in Krems vlakbij de Hafenstraße gepasseerd waar de Mierka-silo staat. In 1981 vroeg de
De Mierka silo met zijn H-tongen
eigenaar aan Hundertwasser de silo op te fleuren als een totem voor de Wachau. Eigenlijk was het gebouw al geschilderd, in camouflagekleuren dan, in 1938, in het vooruitzicht van de oorlog. Hundertwasser heeft een mooi (duur) project uitgewerkt, met ceramiek, gouden en zilveren uivormige torens, en bomen op het dak. Bref, een voorloper van wat later zijn handelsmerk zou worden. Mierka vond het waarschijnlijk te duur en beperkte zich profijtig tot het schilderen van een paar Zungenbärten, tongbaarden
, onderaan de vensters. Het is dus bij een virtueel project gebleven.
Verder hadden wij op onze terugtocht van Berlijn voorzien om in Magdeburg af te stappen voor zijn groene (in feite roze) citadel. Maar de regen heeft ons van dat plan afgebracht.

Een totale Hundertwasserbelevenis

En op onze vaart van Bratislava naar Wenen hadden wij vanuit het Donaukanal in de Custozzagasse aan de aanlegplaats van de Blue Danube Schiffahrt een paviljoen kunnen zien van onze artiest, die trouwens ook de binneninrichting verzorgde van de MS Vindobona, ook het Hundertwasserschip genaamd. Het pad langs het kanaal naar het is in 2002 de "Hundertwasser Promenade" gedoopt.
Een paar honderd meter verder is ook het Kunst Haus Wien (een privé initiatief van de artiest) met een vaste Hundertwasser tentoonstelling. Bref, heel de wijk is eigenlijk een toeristenval.
Vlakbij, op een goede kilometer daar vandaan, zijn in het Arenbergpark (Neulinggasse) twee Flaktürme te zien. Hitler wilde die indrukwekkende luchtafweertorens na de oorlog met marmer bekleden als monument voor de gevallenen. De sovjets hebben tevergeefs geprobeerd die zes meter dikke betonmuren op te blazen. Ik dacht dat dat een kluifje was voor Hundertwasser om die aan te kleden. En ik was niet de enige: in 1984 heeft een bouwpromotor aan de burgemeester voorgesteld
Flaktorens arenbergpark
om Hundertwasser die torens onder handen te laten nemen en er een anti-oorlogsgedenkteken van te maken. De promotor wilde woningen op het dak en de kragen van de Flaktorens bouwen. De inbreng van Hundertwasser zou een oproep zijn voor een natuurvriendelijke architectuur. Dat is dus niet dorgegaan maar die torens zijn een ommetje van een kilometer waard.
Voor wie dus in Wenen een totale Hundertwasser belevenis wil organiseren scheept dus in op de Vindobona die met een beetje geluk voorbij de vuilverbrandingsoven van Spittelau vaart en aanlegt een de Custozzaplaats. Vandaar wandelt ge  langs de Hundertwasser Promenade naar het Kunst Haus en vandaar naar het gelijknamig Haus en Village.

Het Hundertwasser- Krawina haus: nuance!

Hundertwasserhaus
Het huis zelf is eigenlijk een klein project met 52 appartementen. Aangezien het gebouw van binnen niet te bezichtigen is het trouwens moeilijk zich een beeld te vormen van hoe de mensen erin leven. Dit kleurrijk gebouw waar men de toeristen met bussen tegelijk afzet is gebouwd in 1983. Je moet eigenlijk maar de toeristenstroom volgen, maar voor alle zekerheid heeft onze artiest aan de ene kant een gele kegel gezet en aan de andere kant een leeuw, voor de Kegelstraat en de Leeuwenstraat.
Eigenlijk moet ik het huis Hundertwasser- Krawinahaus noemen om geen proces aan mijn rekker te krijgen.
De Weense burgemeester Leopold Gratz had de artiest in december 1977 gevraagd om volgens zijn ideeën en wensen een gebouw te zetten met boom- en grasdak. Hundertwasser heeft nooit ofte nimmer aan een architectuurwedstrijd deelgenomen, waardoor hij in geval van betwisting altijd kon antwoorden dat men hem was komen halen. De burgemeester liet hem de keuze voor een stuk grond.
Bij dergelijk project komt wat bureaucratie aan te pas en Hundertwasser beklaagde zich daarover in april 1979. De stad schakelde dan Krawina in, een echte architect die met echte plannen voor de dag kwam. Die twee zijn elkaar heel snel in de haren gevlogen. 
Hun samenwerking duurde van 1980 tot 1982. Krawina was eind 1979 klaar met een basisontwerp waarvan hij een maquette maakte in luciferdoosjes. Hundertwasser was globaal akkoord gegaan en had in hetzelfde materiaal zijn wensen uitgewerkt. De basisideeën zoals het gebouw er nu staat waren
al aanwezig: buitentrappen als toegang tot enkele terrassen, die later café zou worden, twee grote blokken met terrassen aan de ene kant en een toren op de andere, een stoepoverbouwing, de twee torens met hun trappen en lift en hun bekroning, uitstekende ramen, gedeeltelijk afgeschuinde daken, baywindows, een open tuin op de binnenplaats toegankelijk langs een twee verdiepingen hoge passage, een ondergrondse parkeergarage, arcades op slanke zuilen etc. In de lente 1980 had Krawina nog een model in balsa gemaakt maar uiteindelijk haakte hij af : hij kon zich niet meer terugvinden in de puur ornamentele aanpak en het te speelse gevelontwerp van de kunstenaar. Toen betaalde Wenen Krawina 1,060.620 S als vergoeding voor het gepresteerde werk.
Daarmee gaf hij echter zijn rechten als coauteur niet op. Hundertwasser heeft trouwens volgens het vonnis in eerste aanleg nooit de creatie van de artistieke en architectonische basisstructuur door Krawina betwist.
Hij won in 2008 een proces voor de  handelsrechtbank, en  in mei 2010 van het opperste gerichtshof. Als gevolg daarvan moesten alle T-shirts, boeken, sjaaltjes, posters enz. waar alleen "Hundertwasserhaus" opstond uit de handel getrokken worden. En Krawina– onze artiest was al dood en de architekt zelf was zelf zwaar ziek – moest ook op alle reproducties met name vermeld worden en hij kreeg zijn deel van de merchandising.
Hundertwasser was een gewiekst zakenman: hij had al in 1972 de Gruener Janura AG opgericht door (herdoopt in "Namida AG" in 2008) om zijn auteursrechten te verdedigen.
http://wiev1.orf.at/stories/328790 Het zijn allang niet meer de auteurs zelf die het proces voeren. Na de dood van Hundertwasser in 2000 gaf de ook al doodzieke Krawina zijn rechten over aan Harald Böhm, de eigenaar van de Souvenirshop in het Hundertwasserhaus. Die had al in 2001 klacht ingeleid tegen het KunstHaus Wien GmbH en Hundertwasser Village. Deze shop rechtover het huis heeft ook al een aangebrande geschiedenis. Men stelt het voor alsof de sociaal bewogen Hundertwasser, toen de
overbuur en bandenhandelaar Kalke dreigde over kop te gaan door de toeristenstroom, had voorgesteld een bezoekerscentrum in te richten in zijn bandencentrale. Bij de opening verklaarde hij: „in het Village heb ik een verder stuk van mijn natuur- en mensrechtvaardige architectuur gerealiseerd. Voor mijn vriend Kalke heb ik als Architektur-Doktor gewerkt: ik heb niet afgebroken maar verbouwd en zo vorm en kleur verbeterd. Op het dak groeit een echt bos en vanbinnen is het zowat een romantische, oosterse bazaar, als tegenpool van die lelijke souvenirwinkels.
20 jaar later staan er inderdaad meer dan 30 bomen tot 15 meter hoog en zijn er jaarlijks 1,2 miljoen bezoekers. Maarin feite was Hundertwasser zelf direct geïnteresseerd in het project. Hij beklaagde zich snel over zijn ‘vriend’ Kalke: "Hij kadert reproducties in die hij uit tijdschriften snijdt en verkoopt die drie maal hun waarde. Dat is immoreel“. Ik veronderstel dat hij Kalke prompt buitengewerkt heeft. Aangezien het Hundertwasser-Krawina-huis zelf van binnen niet te bezichtigen is speelt Village daarop in en doet gouden zaken met zijn (betalend) "Toilet of Modern Art". Maar het toilet van het terrassencafé van het Hundertwasserhuis er rechtover is authentiek, met een ‘tanzende’betegeling; rastervormig betegelde muren waren voor hem een gruwel. En men kan er goedkoop een typische Weense schotel verorberen. En hun Grauburgunder loopt zacht binnen.

Een schieve architect?

Die perikelen met Krawina waren eigenlijk een geluk voor Hundertwasser: een andere stadsarchitect, Peter Pelikan, werd aangeduid om onze bouwautodidact te begeleiden, ook voor zijn latere bouwprojecten. Hij was trouwens veel minder assertief als Krawina: enkel de fontein in de Kegelstraat wordt vandaag officieel toegeschreven aan Peter Pelikan.
En ook bewoners hebben geluk gehad dat een echte bouwmeester het project in handen heeft genomen! Hundertwasser is geen architect maar een kunstenaar, hoewel hij ook op dat vlak met woorden speelt. Hij noemt zich een architectuurdokter: hij verbetert en geneest ongezonde woningen. Gelukkig voor hem, en vooral voor de bewoners, heeft hij –na een eerste misgelopen ervaring - kunnen aanleunen bij (discrete) architecten zoals Pelikan en Springmann.
Hij vertelt in zijn ‘Verschimmelungsmanifest’ tegen het rationalisme in de architectuur:
Iedereen moet kunnen bouwen en zo echt verantwoordelijkheid dragen voor de vier muren waarin hij leeft. Men moet het risico er bij nemen dat het zou kunnen instorten en we moeten niet laten afschrikken door menselijke slachtoffers. Wanneer een muur begint te beschimmelen, wanneer aan een plafond mos begint te groeien en de geometrische hoeken begint af te ronden zou men blij moeten zijn, dat met de microben en schimmels het leven zijn intrek neemt in het huis”.
Hij is dus gevaarlijk als bouwmeester. En over de notie ‘ongezond’ heeft hij ook speciale opvattingen. Schimmel en andere sporen van verwering en afbrokkelend gips waren hem welkom.
Die kwamen er trouwens: de grootste bomen op het dak brengen na dertig jaar vochtproblemen mee, ondanks een fameuze meerkost bij de bouw zelf. De gekleurde noktegels zijn niet vorstvrij.
Om de ruiten te wassen moet de straat worden afgezet en hoogtewerkers ingezet.
Een van de laatste bekommernissen van Hundertwasser was hoe de mensen in zijn gebouwen woonden, maar het is onmiskenbaar dat er wachtlijsten zijn voor zijn gebouw in de Kegelgasse. Wat men niet kan zeggen van de Cité Radieuse van Le Corbusier. Daar kreeg de woonmaatschappij met geen stokken huurders binnen, tot in mei 68 de Mei-revolutionnairen het gebouw inpalmden. Ieder verdiep had zijn fractie: de Mao’s op het tweede, de Vierde Internationale op het derde enz.
De ecologische impact van Hundertwasser beperkt zich tot een bont en spectaculair uitzicht: warmteverbruik en isolatie, sanitair, spelruimte voor kinderen interesseerde hem niet.
De namen dievoor- en tegenstanders gaven aan het Hundertwasserhuis zijn op dat vlak tekenend.

Ecologische voetafdruk

Zijn ecologische voetafdruk was trouwens enorm groot. In de zeventiger jaren kocht hij in Nieuw Zeeland 372 ha, een hele vallei, en in 1979, het palazzo „Giardino Eden" in Venetië met een tuin van 15.000 m². Zijn dood echter was ecologisch perfect: hij is gestorven aan een hartaanval in februari 2000 op de "Queen Elizabeth 2"  en in Nieuw Zeeland begraven onder een tulpenboom, zonder doodskist, naakt in zijn "Koruflagge" (de vlag die hij voor NZ had ontworpen als alternatief voor de koloniaal geladen vlag; geen kiwi maar een gestileerde opgerolde varen).
Volgens zijn manager en advocaat Joram Harel, heeft hij slechts schulden nagelaten… Als er al een ecologische voetafdruk was is die daarmee uitgewist…
Voor de rest heeft H wel iets, als filosoof bijvoorbeeld "Hatelijkheid is het gevaarlijkste gif voor het milieu, want het vernietigt de ziel van de mensen.» Men zou de Kegelgasse kunnen omdopen in ‘Zonder haat straat’. Hij voegde soms het woord bij de daad en nam in 1984 actief deel aan de bezetting van het Hainburger Au, een natuurreservaat aan de Donau, om de oprichting van een elektriciteitscentrale te verhinderen. Hij verscheurde bij die gelegenheid voor de camera zijn grote staatsprijs. Hij kreeg hiervoor twintig jaar later een postzegel met het opschrift „Hainburg – Die freie Natur ist unsere Freiheit“, naar een werk dat hij in 1984 had opgedragen aan het in stand houden van de Au. Cuba gaf trouwens ook een postzegel uit met een van zijn schilderwerken, maar ik denk dat zij hem gepirateerd hebben…
Dat weerhield er hem echter niet van om na een brand in 1987 in de vuilverbrandingsoven  Spittelau, op loopafstand van Karl Marx hof, de installatie (met zijn 250.000 ton de grootste van Europa), ‘aan te kleden in een perfecte symbiose van techniek, ecologie en kunst met een internationale voorbeeldfunctie‘, op aanvraag van de vuilnisbaronnen. Hundertwasser plantte er gouden kogels in alle maten, en ook een daktuin. De burgemeester van Osaka was na een bezoek in 1995 zo onder de indruk dat hij ook een tweelingzuster bestelde die in 2001 in bedrijf kwam.
Maar hij heeft daarbuiten wil ideeën. Hij verdedigde het "Fensterrecht”: “Men moet ophouden mensen in hokken te stoppen zoals kippen of konijnen. Iedere bewoner heeft het recht zover als zijn armen kunnen reiken uit zijn venster te leunen en op armlengte alles aan de gevel te veranderen wat hij wil. Zodat men van ver op de straat kan zien: daar woont een mens." Ik geloof niet dat ook maar een huurder dit recht heeft gebruikt en ik voorzie wel enige moeilijkheden moest hij dit willen.
Ook de natuur krijgt zijn rechten. Hij voorzag onder zijn vensters ruimte voor zijn "Baummieter", boomhuurders, "een geschenk van het huis aan de buitenwereld. De mens geeft vrijwillig een territorium van zijn woonruimte aan de natuur terug, als compensatie voor de grote ruimten die aan de natuur onttrokken zijn", zei hij in 1985.
 Een proces in naam van een boomhuurder of het vensterrecht zou zoveel interessanter kunnen zijn als die processen rond copyrighttoestanden met Krawina…
Looshaus Wenen
Voor wat zijn artistieke inspiratie betreft, hij had in 1968 »Los von Loos!«, geroepen.
Die grote Secessionsarchitect van het Looshuis was misschien niet de ideale kop van Jut: Loos had bijvoorbeeld voorgesteld alleen de dragende structuren te bouwen en de inrichting over te laten aan de bewoners: dat klinkt toch een beetje Hundertwasser?
In zijn schimmelmanifest trok hij van leer tegen de rechte lijn in de architectuur: “zij is crimineel; zij is het symbool van het nieuwe analfabetisme De rechte lijn is goddeloos en immoreel”.
Hundertwasser heeft duidelijk zijn inspiratie gehaald in het Guelpark van Gaudi.
Hoewel die vergelijking oppervlakkig is en vooral gebaseerd is op het kleurgebruik, vooral dan in zijn ceramiek, waar hij ook wel de trencaditechniek van Gaudi durft overnemen. Hij heeft zo een hele
Spittelau
theorie uitgebouwd rond de zuil. Hierover een citaat uit 1985: "tegen de ziekte van de grote uitstekende loggia’s en balkons is er maar één remedie: zuilen. De zuil is een essentieel element van de westerse architectuur. Onder een zuil voelt men zich goed, net als onder een boom. Een zuil moet mooi en veelkleurig zijn en zelfs in de regen en het maanlicht vanzelf licht afgeven“.
Hij had een aantal trukken, zoals zijn bonte gevels met veel hoeken en bogen, pilaren, ajuintorentjes en terrassen. Hij maakte zijn vensters kleiner naarmate ze hoger stonden om een perspectief te scheppen.
Hij erkende zonder schroom dat hij een "verkleedarchitectuur"toepaste.
Dat hij gebouwen enkel aankleedt is duidelijk in Spittelau en het project voor de graansilo in Krems.
En nog een laatste woordje over Krawina. Ik trek zijn inbreng in het huis in de Kegelgasse niet in twijfel. Maar daar hield het wel mee op. In sommige publicaties wordt hij voorgesteld als een voorloper van de vertikale tuinen. Wij krijgen er binnenkort zo een op het dak van ons nieuw stadhuis in Herstal. Hij zou heel vroeg ecologisch zijn beginnen bouwen, met groene daken en het gebruik van hout in het interieur. Maar het enige wat ik over zijn verdere activiteiten heb teruggevonden is een boek van 1983 over vertikale tuinen. Zijn enige en grote verdienste is voor wat mij betreft dat hij het twee jaar heeft uitgehouden in tandem met Hundertwasser. 

De groene citadel van Magdeburg

Magdeburg groene citadel
Hundertwasser bouwde net voor zijn dood in Magdeburg nog een groene citadel, die eigenlijk roze is. Het gebouw trekt 250.000 bezoekers per jaar en is ook duidelijk opgevat als een city-marketing project.
Hij wordt daar voorgesteld als architect, wat volgens mij strafbaar is (is de orde van architecten geen nazi-idee?). Ook daar is een daktuin hoewel ik op basis van de foto’s vind dat er veel gras op het dak staat maar weinig bomen. Alle ‘vondsten’ van het gebouw in Wenen vinden wij daar terug. Zijn trappen zijn kunstmatig verouderd: het middelste van een trede is lager, en geeft daardoor een uitgesleten indruk.
Wij waren van plan dit gebouw te gaan bekijken op de terugweg van Berlijn, maar omdat het pijpestelen regende zijn wij maar doorgereden. Maar uitstel is geen afstel: wij zullen er nog wel eens geraken. Dit gebouw was oorspronkelijk opgevat als een verbouwing van een DDR-Plattenbau, op aanvraag van de bouwcoöperatief « Stad Magdeburg 1954”. Onze artiest was het idee wel genegen maar later werd besloten de bestaande Plattenbau helemaal af te breken. Ik zal nog eens uitvissen hoe dat allemaal gegaan is. In alle geval, Hundertwasser heeft zijn reputatie  als onmogelijke
bouwmeester ook in Magdeburg eer aan gedaan. En dat is zo verder gegaan na zijn dood: zijn erfenisadvocaat – of moet men zeggen behoeder van de Graal – Joram Harel wilde  in september 2005, een week voor de opening, de muren in de openbare toiletten van de groene citadel laten wegslaan en vroeg ook om 9214 struiken op het dak, die te tuinbouwachtig leken, te vervangen door een bloemenweide.
Wat mij ook intrigeert is dat ik bij een recente verkoop aan een Zwitsers immobilienfirma het bisdom als verkoper terugvind. Die DDR hoogbouw stond op het terrein van de vroegere Nikolaikerk. Zou het bisdom dat terrein terug hebben gekregen na de val van de Muur?
In Magdeburg is verder nog een Waalse kerk die ik even wil bezoeken. De Luikse protestanten die onder de prinsbisschoppen geen adem kregen weken massaal uit naar het protestantse Noorden en lagen in Duitsland en Zweden aan de basis van de metaalindustrie. Zij hielpen mee met de wederopbouw van Magdeburg dat in 1631 door de Waalse troepen van Tilly was platgebrand. De stad was het Hiroshima van de dertigjarige godsdienstoorlog. Churchill deed dat in 1945 nog eens over: na Dresden en Keulen was het de hardst getroffen stad met 20m3 ruines perinwoner.

Hundertwasser en de volkstuincultuur

In 1981 verheerlijkte Hundertwasser de Schrebergarten-Kultur (volkstuinen), waarin dezelfde persoon bouwheer, bouwmeester, metser, tuinman en bewoner is. Schreber ijverde in de 19de eeuw om in elke school een tuintje te hebden. De volkstuinbeweging heeft zijn naam overgenomen. Wij zijn een van die of Schrebergarten gaan bezoeken in Die Schmelz. Ontgoochelend, al was het maar omdat de toegang gereserveerd is voor de tuinierders. Veel wordt er trouwens niet meer getuind: het zijn meer buitenverblijven in de stad. De meeste percelen zijn privé eigendom geworden en er staan paviljoentjes in baksteen op. Wij zijn er binnengeraakt omdat een aannemer er bezig was met een bulldozer een kelder uit te graven : dit zijn al lang geen tuinpaviljoenen meer !
Een kleine balsem op de wonde was ons bezoek aan het ‘Schutzhaus Zukunft auf der Schmelz’ waar men goedkoop en goed eet. ‘Toekomst op de Schmelz‘ verwijst naar  de dreiging om die volkstuintjes in te palmen voor stadsuitbreiding. Maar als ze de volkstuinders willen mobiliseren voor het behoud zullen ze zich wel wat meer opener moeten opstellen voor wandelaars…
Vroeger was op de Schmelz een kerkhof dat te vergelijken is met de mur des fédérés op Père Lachaise in Parijs. Daar vielen bij de Marsrevolutie van 148 tientallen doden en kregen er een ereperk. Bij de opdoekinen van het kerkhof werden zij bijgezet op de centraal kerkhof. In het „Märzpark“ op de Schmelz herinnert een monumentje aan hun offer.
In 1995 waren in Wenen nog 13 miljoen m2  tuintjes. Van de 33.667 waren 19.417 eigendom van de stad en 9.455 privé.  Een derde ervan ligt in het 22 ste en 21ste district. Wie een interessante volkstuin zou tegenkomen mag mij altijd verwittigen…

Mijn blogs over Donauradweg

Wenen october 2014  

http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/11/wenen-tervuren-en-de-secession.html

http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/12/het-hundertwasser-krawinahaus-wenenblog.html