Affichage des articles dont le libellé est volkstuin. Afficher tous les articles
Affichage des articles dont le libellé est volkstuin. Afficher tous les articles

lundi 10 août 2015

Fietsen langs de Elbe, van Riesa tot Wittenberg




Na Riesa gaat de Elberadweg over de - nieuwe - dijken van de Hochwasserschutz, door de Elbauen. Hier vindt men in zowat elk dorp ooievaarsnesten die in de vele Elbeplassen overvloedig aan de kost komen.
In Duitsland sprak men in 2000 nog over een eventueel ‘jahrhunderthochwasser’, een overstroming die je een keer per eeuw mocht verwachten. Dat eeuwwaterpeil was in 2013 al vier keer overschreden voor de Elbe: in 2002, 2006, 2011 en 2013. De Elbe is vergelijkbaar met de Maas, maar dan in het kwadraat. In de zomer weinig water (behalve dan in augustus 2002, waar het waterpeil tot 9,40 meter steeg, met 4.500 m³ per seconde.
In de zomer 2015 was het juist het omgekeerde: men vreesde de overvaart door de veren niet meer te kunnen garanderen, met 30 centimeter water.
In 2004 stelde men als HQ100 objectief voor de dijken een Pegelstand van 9,24 Meter. Dit is al 16 cm onder de Höchststand van 17 augustus 2002.  Toen liepen 24,8 km² van Dresden onder. Boven de negen meter zijn de Semperoper en de Frauenkirche in Dresden bedreigd. In 2013 is men met 8,76 m onder dat HQ100 objectief  gebleven maar de marge is klein. De investeringen zijn natuurlijk enorm en 50 cm meer of minder maken heel wat verschil.
Na de overstromingen van 2002 werd besloten 45 % van de bestaande dijken (548 km) te saneren. Kostenplaatje 560 miljoen €. De Nederlanders zijn al lang bezig om hun stromen hun natuurlijk overstromingsgebied terug te geven. In 2004 besloot men aan de Elbe 2.700 ha overstromingsgebieden terug te geven door dijken te verleggen (de Elberadweg passeert over die dijken en hier en daar is de weg nog omgelegd omdat die werken nog niet voltooid zijn). Daarnaast creëert men op16 plaatsen nog overstroombare polders die 178 miljoen m3 kunnen opvangen. Men overweegt de mogelijkheid dammen te maken op de bijrivieren Eger en Saale. En verder is er een intense, maar complexe samenwerking mat Tsjechië dat dammen heeft op de  Moldau, een van de grootste bijrivieren van de Elbe. Deze samenwerking verloopt vlot, ook al omdat Tsjechië er alle belang bij heeft zijn hoofdstad Praag voor overstromingen te behoeden. Maar de liberalisering van de elektriciteit maakt de zaken niet gemakkelijker: hydraulische energie kan heel snel op spitsmomenten worden ingezet en is dus potentieel heel duur. De stroomproducenten zouden dus compensaties kunnen vragen om het water preventief te lozen wanneer hoogwater dreigt.

Muhlberg, een historisch stadje dat een oponthoud waard is

Wij overnachten in Muhlberg, een historisch stadje waar Keizer Karel V de protestanten versloeg.
in1547. Titiaan schilderde hem ten voeten uit na de slag. Maar dat was een Pyrhusoverwinning.  In 1551 versloegen de protestantse vorsten onder leiding van Maurits van Saksen (die van Moritzburg, zie mijn eerste Elbeblog) de keizer in Innsbruck. In 1555 sloot Ferdinand, broer van Karel, de Godsdienstvrede van Augsburg met de protestantse vorsten. Karel V zag Augsburg als een persoonlijke nederlaag en deed in Brussel troonsafstand.
De verantwoordelijke voor het kleine muzeum van Muhlberg werkte en België en spreekt goed Frans. Het stadje heeft ook een mooi Elbehaventje. Dit dateert van 1883 toen de hoofdarm van de Elbe verlegd werd en Mühlberg niet meer direct aan de stroom lag. Dat  haventje wordt nu omgebouwd tot een marina en een industriehaven. Een omstreden reconversieproject van 2,5 miljoen €. De Elbe is slecht bevaarbaar: soms te weinig water, soms te veel. Daardoor vechten de haventjes van Torgau, Riesa en Dresden al om te overleven. De enige klant voor de haven in Mühlberg is een windmolenfabrikant die echter meestal zijn rotorbladen over de weg vervoert.
Bij het uitrijden van Mühlberg rijden wij over de mooiste Elbebrug. Bijna zo mooi als de Maasbrug van Wandre…

Torgau, waar maarschalk Koniev en Generaal Bradley mekaar ontmoetten in 1945

gevecht voor Berlijn
Door de Elbepolders rijden wij naar Torgau. Op 15 april 1945 ontmoetten hier deAmerikaanse troepen en de Russen elkaar op een kapotgeschoten brug over de Elbe. Twee verschillende monumenten herdenken dit: een van de Russen vlak na de oorlog en een van de DDR 30 jaar later.
Roosevelt, Stalin en Churchill hadden inYalta een procedure vastgelegd voor contact tussen de twee legers: de yankees zouden een groene vuurpijl afsteken en de Russen een rode.  Maar de Amerikaanse patrouille vond dat de beste manier om contact te krijgen de stars-and-stripes was en ze improviseerden een vlag op karton. De Sovjetofficier. Alexander Sylvashko was sceptisch en zond een soldaat met de naam Andreev naar een zekere Robertson die op de brug stond over de Elbe. De twee mannen groetten met de “V for Victory.” De volgende dag werd de ceremonie overgedaan met een paar dozijn soldaten van elk kamp. Ze zwoeren een eed ter herinnering van al wie zo ver niet geraakt was: “In de naam van wie op het slagveld gevallen is en die er hun leven hebben gelaten en in naam van hun nakomelingen, moet de weg naar de oorlog geblokkeerd worden!” Spijtig van hun dure eed: die soldaten gaven er zich geen rekenschap van dat de koude oorlog voor de deur stond. Marschalk Ivan Konev gaf aan Omar Bradley een prachtige hengst uit de Don; Bradley gaf hem het Legion of Merit – en ook een jeep. Marschalk Zhukov, die de slag voor Berlijn leidde gaf aan de geallieerde opperbevelhebber Eisenhower de hoogste onderscheiding van de Sovjet Unie, de Orde van de Overwinning. Eisenhower gaf aan Zhukov het erelegioen.
Klik hier om op googlebooks de dagorde van Igor (Stalin) aan Konev te lezen over het contact met de geallieerde legers.
Op andere plaatsen van de Elbe zijn ook dergelijke contacten geweest.
Torgau is precies niet erg opgezet met die historische handdruk. Niet iedereen in Duitsland spreekt over de bevrijding. Sommigen gebruiken de term ‘invasie’. In alle geval maakt het stadje meer publiciteit rond een ander monument, het Fort Zinna. In de folder over de tentoonstelling “Spuren des Unrechts” die in Fort Zinna doorgaat hebben wij 5 lijnen gevonden over de weermachtgevangenis in de naziperiode, een halve bladzijde over de ‘Sovjetische Speziallager’ die er werd ingericht na de
oorlog  en vijf bladzijden over de DDR gevangenis die er later kwam.  En alsof het nog niet genoeg is werd ook een museum gemaakt van een jeugdgevangenis, het Jugendwerkhof waar in de DDR periode jongeren die in normale jeugdinstellingen onhandelbaar bleken werden samengebracht. Deze gesloten instelling wordt voorgesteld als het summum van onmenselijkheid. De bedoeling van dat museum is in te gaan tegen de heel verspreide mening dat de opvoeding in de DDR goed was, en zelfs beter dan in het Westen. Dit museum is beslist in 1993 door de „Enquetekommission des Bundestages Aufarbeitung von Geschichte und Folgen der SED-Diktatur in Deutschland". Voor die commissie moet dit gesloten jeugdopvangcentrum (Geschlossenen Jugendwerkhof) voorgesteld worden als de "Bankrotterklärung des Systems", het failliet dus, van de DDR. Ze lopen misschien wel een beetje hard van stapel maar ze krijgen de middelen om dit in de hoofden van de mensen te stampen. Heeft het ‚nieuwe‘ Duitsland dan geen gamins de merde meer? Ik vermeld wel dat Duitsland weinig gesloten jeugdinstellingen heeft. Voor heel het land zijn er minder als in België. 
Na Torgau radelen wij verder naar Döbern heeft een clevere dominee van zijn kerk een Radfahrerkirche  gemaakt heeft. Hij telt het aantal bezoekers door hen uit te nodigen een kei in een soort plexibrievenbus te steken. 

Lutherstad  Wittenberg

De officiële naam van Wittenberg is sedert 1938 Lutherstad Wittenberg, waarschijnlijk om de verwarring met Wittenberge dat een beetje verder aan de Elbe ligt te vermijden. Hier nagelde Luther zijn de 95 stellingen op de deur van de slotkerk: een scherp protest tegen de handel in aflaten en tegen de wantoestanden in de katholieke kerk.
Op de toren van de slotkerk “Ein feste Burg ist unser Gott”, titel van een psalm van Martin Luther. Friedrich Engels noemde die psalm de „Marseillaise van de boerenoorlog van 1525”. 100.000 opstandige boeren stierven met dit lied op hun lippen.  Een andere Martin Luther King schreef zijnversie. Ik heb wat moeten zoeken om een strijdvaardige uitvoering te vinden en mijn prijs gaat naar een Poolse film.
Meer op http://hachhachhh.blogspot.be/2012/12/la-marseillaise-de-la-guerre-des.html
Volgens Engels gaf Luther in Wittenberg “het sein tot de beweging die alle standen in haar draaikolken zou meeslepen en het hele rijk op zijn grondvesten zou doen schudden. Zijn stellingen werkten als een vonk in een kruitvat. De talloze tegenstrijdige doeleinden, zowel van de ridders als van de burgers, van de boeren en de plebejers, van de op macht beluste vorsten en de lagere geestelijkheid, werden daarin vóór alles op een gemeenschappelijke wijze tot uitdrukking gebracht en zij schaarden er zich met een verbazingwekkende snelheid achter. Adel en burgerij schaarden zich zonder voorbehoud om Luther; boeren en plebejers vormden, zonder nog in Luther een directe vijand te zien, een afzonderlijke revolutionaire oppositiepartij, onder leiding van Thomas Munzer. Luther en Münzer bestreden elkaar zowel in de pers als vanaf de kansel, zoals ook de grotendeels uit lutherse elementen bestaande legers van de vorsten, ridders en steden de troepen van de boeren en plebejers versloegen”. Voor meer uitleg over Thomas Münzer moet je wachten op mijn blog over het panorama van die Boerenoorlog in Frankenhausen, die wij op onze weg naar de Elbe bezochten.
Luther probeerde de doos van Pandora die hij opende terug te sluiten en veroordeelde de boerenopstand: «men moet ze in stukken kappen, hen verstikken, hen kelen zoals dolle honden! ".
Ook de Nederlandse communist Theun de Vries schreef mooie pagina’s over Luther“Marx noemt Luther zelfs ‘de eerste Duitse econoom’. Luther was streng over de gilden. De onvrijheid van de kleine ambachtslui in de Duitse steden had het gilde-apparaat uitgehold en van zijn zin beroofd. Luther, de zoon van een mijnwerker, heeft het als grote onrechtmatigheid gevoeld dat de gildemeesters tegenover hun minderen een onwrikbaar monopolie uitoefenden, en dit bestreden. Hij eiste in verschillende preken uit de jaren 1524 en 1525 toelating tot ieder handwerk ook voor de laaggeborenen, zelfs voor bastaarden, en stond vooral op de rechten van de gezellen. Tegelijk heeft hij zich verzet tegen het andere uiterste: volledige ambachtsvrijheid. Hij voorzag terecht dat de rijken hun macht in het gilde en hun dienovereenkomstige invloed ten nadele van de zwakken zouden misbruiken. Dit soort meningen van Luther omtrent arbeid en beroep worden in de geschiedenis van de staathuishoudkunde wel beschouwd als fundamenten voor wat men later de theorie van de arbeidswaarde zou noemen. In dit opzicht heeft Marx aan Luther de lof gegund die hem toekwam: Calvijn juichte het winstprincipe toe; zijn volgelingen in Genève, de Nederlanden, Engeland en later Noord-Amerika waren onbezweken bouwmeesters van het moderne kapitalisme”.
Voor het opdoeken van die gilden zal men moeten wachten tot de Franse revolutie. In de 19de eeuw probeert de katholieke kerk het gildeidee terug op te peppen met ‘Rerum Novarum’. Maar het gildeidee wordt – terecht – geassociëerd met Mussolini en de laatste Gildehuizen in Vlaanderen zinken weg met het Arco-schandaal.
Wij leren bij de Vries ook dat “het stadsbestuur van Wittenberg, onder leiding van burgemeester Lukas Cranach, een nieuwe stadsordening schiep. Volkstumulten tegen priesters die aan de oude Kerk vasthielden en beeldenstormen begeleidden de ommekeer en de vernieuwing. Luther zelf daalde van de Wartburg af en keerde naar Wittenberg terug om er de orde te herstellen. Hij joeg de radicalen wegens hun extreem-reformatorische propaganda onder de laagste klassen uit de stad.
In de Hervorming bestond bijna van het begin een ‘linkervleugel’ met Thomas Müntzer, een ‘volkstheoloog’ van ongemene sociaal-religieuze geestdrift”. (Theun de Vries, Ketters. Veertien eeuwen kettergeloof, volksbeweging en kettergericht. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1982 ).
Over vader en zoon Cranach liepen er juist verschillende tentoonstellingen in Wittenberg. Zij waren namelijk ook verdienstelijke schilders. Vader Cranach heeft een stijl die gelijkloopt met Dürer. Het altaar in de Stadtkirche St. Marien waar Luther predikte is van Lucas Cranach. Verder heeft Wittenberg naast het Lutherhaus de CRANACHHÄUSER en de CRANACHHÖFE. Die burgemeester Cranach moet een interessante persoonlijkheid zijn geweest, niet alleen als schilder, maar ook op het vlak van stadbestuur.
Voor Luther gaat het crescendo tot 2017, het Lutherjaar. In afwachting was 2015 het Cranach-jaar met een tentoonstelling over Cranach de Jongere.
Maar ook de Lutherin’ Katharina van Bora wordt niet vergeten. Katharina van Bora heeft haar standbeeld voor het Lutherhaus. En Cranach portretteerde haar verschillende keren. In 1515 had zij haar geloften als non afgelegd. Bij de ontdekking van de eerste geschriften van Luther besloot ze samen met andere nonnen uit het klooster te treden. Ze vroegen Luther om hulp, en die stuurde op Goede Vrijdag 1523 een wagen waarin Katharina von Bora en twaalf andere nonnen, verstopt achter visvaten, ontsnapten. Luther vond een man voor elf van de nonnen, maar met Katharina van Bora was  het moeilijker. Toen zij het voorstel van Luther om te trouwen met een zekere ­Kaspar Glatz weigerde, omdat zij »keine Lust und Neigung zu ihm« had, schimpte Luther: »Welke duivel wil je dan wel hebben!« Maar ze viel juist op hem, en hij erbarmde zich over de laatst overgebleven non en trouwde in het huis van zijn vriend en medestrijder Cranach. Later zei Luther: »Käthe is het beste wat God mij kon geven!« De Lutherin heeft in het brandpunt van de godsdiensstrijd gestaan. De katholieken vielen Luther aan die met een ex-non samenleefde. De protestanten voerden een ideologisch tegenoffensief waarbij zij de liefde tussen die twee naar voor schoven. En het moet gezegd dat de verhouding tussen die twee voor hun tijd zeer modern en open was. Katharina was ook een ondernemende vrouw: ze wist een boerderij, een brouwerij en een viskwekerij in een Elbe-arm te combineren met een talrijk nageslacht.

De Hundertwasserschule

Wittenberg  roemt zich op zijn Atheneum, dat – hoe kon het ook anders – naar Luther genoemd is.  Maar dat is de reden niet: het is een van de laatste projecten van de extravagante architect Hundertwasser. Wij kwamen die al tegen in Wenen. Zie hiervoor mijn blog. Wij bezochten ook het Hundertwasserhaus in Magdeburg; dit is voor een volgende blog.
De artiest heeft de opening van de school niet meer meegemaakt: hij stierf in februari 1999. Zijn ‘Hundertwasserschule’ heropende een paar maand later in mei.
In het gebouw bevonden zich oorspronkelijk twee polytechnische secondaire scholen, de  Erich Weinert en de Hans Lorbeer school. Na de Wende werden die opgedoekt en vervangen door het Martin-Luther-Gymnasium. Deze scholen waren een Plattenbau van het type Erfurt 2. De DDR heeft 2500 scholen nieuw moeten bouwen. Einde 1988 waren er in de DDR 5900 scholen. Heel snel werd de bouw ervan gestandardiseerd. Vanaf half de jaren zestig werden van het Type Erfurt TS in H-vorm 500 scholen gebouwd: het Baukombinat Erfurt was voor de scholenbouwplanung in de hele DDR verantwoordelijk. Die gebouwen hadden grote vensters, die veel licht binnenlieten, maar in de zomer te warm en in de winter te koud waren.  Ze waren slecht geisoleerd, maar dat kan men van veel Europese gebouwen uit die tijd zeggen.
Na de Wende zei men dat de twee vroegere polytechnische secondaire scholen op niets trokken. Men viseerde met de kritiek op de Plattenbau eigenlijk heel het DDR systeem, wat toch een beetje kort door de bocht was.
In april 1993 besliste het schoolparlement van het toenmalige ‘Martin-Luther-Gymnasium’ om Hundertwasser te contacteren. Die artiest is met zijn kritiek op de ‘rechte lijn’ natuurlijk de ideale kapstok om de kritiek op de DDR Plattenbau aan op te hangen. Zelden wordt vermeld dat Friedensreich Regentag Dunkelbunt (dat waren zijn voornamen) ook Loos kritikeert, en die Loos was dan toch de grondlegger van de Sezession in Wenen, beter gekend bij ons als Jugendstil.  Onze artiest reageert entoesiast en voor de verbouwing wordt een vereniging ‘Förderverein Hundertwasser des Martin-Luther-Gymnasium’ opgericht, die lobbyt om het project te doen aannemen. De vereniging verzamelt ook gedurende vijf jaar de nodige fondsen, want de stad Wittenberg had het geld niet. De Förderverein haalt een half miljoen € op bij sponsors en particulieren, een twintigste van het totaal budget van 10 miljoen €. Het Land Sachsen-Anhalt heeft het grootste deel opgehoest en zag duidelijk heel het opzet als een city-merchandising operatie. Hundertwasser zelf drukte 5.000 stuks van een "Baustein" eenkunstdruk die aan 150 DM verkocht werd.
Die associatieve dynamiek aan de basis van de school is er nog. Men wordt er rondgeleid door twee leerlingen die om beurten het onthaal doen. Het was moeilijk uit te maken als die associatieve dynamiek ook parallel is gegaan met de ontwikkeling van een zeker elitisme…
In zijn welkomstwoord bij de lancering van het project in 1995 zei Hundertwasser: ‘de kinderen verbrengen hun kostbaarste tijd, hun jeugd en ontwikkelingsjaren, in gebouwen die gelijken op gevangenissen of op elkaar gestapelde kippenhokken, waarin de ziel van het kind ten onder gaat met alle slechte nevenwerkingen voor onze maatschappij: eigen dromen en scheppingskracht worden in die autoritaire gevoelskoude opvoedingsinstellingen in de kiem gesmoord’. Men interpreteerde dat natuurlijk als een kritiek op de ‘typische DDR ideeënloze Plattenbau’, die in feite een functionele architectuur is zoals overal in West Europa.
Maar de clou is dat die ‘kippenhokken’ van binnen gebleven zijn wat ze waren. Aan de binnenstructuur is niets veranderd. Eerst en vooral omdat het budget te klein was om binnen veel te veranderen. Maar ook omdat Hundertwasser zonder schroom erkende dat hij aan "verkleedarchitectuur"deed. Men begint vandaag het ‘façadisme’ te kritikeren: van een gebouw alleen de façade houden en erachter iets helemaal nieuws optrekken. Hundertwasser deed veel omgekeerd façadisme: de buitenkant van een gebouw aankleden maar aan de structuur niets veranderen.
Onze artiest heeft dus niets veranderd aan de structuur van het gebouw. Hij brak een paar verdiepen gedeeltelijk af, om de balkvorm visueel te breken; hij imiteerde daarin de franse architect Roland Castro die over heel Frankrijk zo HLM’s heeft ‘gerehabiliteerd’.
En hij verbouwde een beetje de trappen, om ze een uitgesleten uitzicht te geven. Deze trappen maakten deel uit van zijn trukkendoos.
Toen het gebouw bijna af was stelde een van de sponsors vast dat dit niet kon: binnen was niets veranderd! “Auszen hui, innen pfui”. Er was geen geld voor de binneninrichting? Hij gaat er sponsors voor zoeken, zoals  Alkor Draka van Solvay of Resopal of Alligatorverf. Die sponsors hebben natuurlijk overal hun naamplaatje achtergelaten. Maar vooral: wat men van binnen ziet is geen Hundertwasser, maar een samenraapsel van gesponsoriseerde projectjes.
Hundertwasser sprak over de ‘Bewaldung’ of bebossing van de daken maar de paar bomen die er groeien zijn berken, pionniersbomen met heel oppervlakkige wortels. Het grootste deel zijn vetplanten die kunnen overleven in de extreme droogte op een laag humus van een paar centimeter. Hij voorzag ook hier onder zijn vensters ruimte voor zijn "Baummieter", boomhuurders, "een geschenk van het huis aan de buitenwereld. De mens geeft vrijwillig een territorium van zijn woonruimte aan de natuur terug, als compensatie voor de grote ruimten die aan de natuur onttrokken zijn", zei hij in 1985. Ik moet erkennen dat die boompjes in goede gezondheid zijn, wat niet overal het geval is. En de bakken waarin ze geplant zijn tonen geen spoor van schimmel of vochtplekken, wat voor de auteur van het ‘schimmelmanifest’ atypisch is. Schimmels waren voor hem een teken van leven.
Voor de rest is het gebouw een mooi staal van zijn trukken, zoals zijn bonte gevels met veel hoeken en bogen en zijn vergulde ajuintorentjes. Veel pilaren heeft hij niet kunnen gebruiken: die ceramiek was waarschijnlijk te duur voor het magere budget. Waar hij kon maakte hij zijn vensters kleiner naarmate ze hoger stonden om een perspectief te scheppen. Hier heeft hij wat moeten spelen met de
bestaande vensteropeningen want de structuur veranderen was te duur. Functionnaliteit mag je hem niet vragen. Hij zegt dat hij daartegen is. Zijn terras dat hij voorzien had om les te geven kan voor die functie niet gebruikt wegens het verkeerslawaai. En zijn begroeide daken waar hij hoopte biologieklassen te laten werken zijn om veiligheidsredenen niet toegankelijk.
De ecologische impact van Hundertwasser beperkt zich tot een bont en spectaculair uitzicht: warmteverbruik en isolatie, sanitair, interesseerde hem niet. Zijn persoonlijke ecologische voetafdruk was trouwens enorm groot. In de zeventiger jaren kocht hij in Nieuw Zeeland 372 ha, een hele vallei. Zijn dood echter was ecologisch perfect: hij is gestorven aan een hartaanval in februari 2000 op de "Queen Elizabeth 2"  en in Nieuw Zeeland begraven zonder doodskist, naakt in zijn "Koruflagge", een vlag waarmee hij de Nieuw-Zeelandse vlag wilde vervangen.  Hij zou slechts schulden nagelaten… Als er al een ecologische voetafdruk was is die daarmee uitgewist…
Voor de rest heeft onze artiest wel sympathieke stellingen, zoals "Hatelijkheid is het gevaarlijkste gif voor het milieu, want het vernietigt de ziel van de mensen

Luther-Melanchthon-Gymnasium of Hundertwasserschule?

In 2006 werd het Martin-Luther-Gymnasium samengevoegd met het Melanchthon-Gymnasium dat zich in het historisch hart van de stad bevond.Het heet nu dus officiëel  Luther-Melanchthon-Gymnasium of LuMe. Maar heel dikwijls gebruikt men de term Hundertwasserschule. Wat in de communicatie een beetje verwarrend is. De school blijft ook uiterst discreet over de twee vroegere polytechnische secondaire scholen waar zij de opvolger van is, de  Erich Weinert en de Hans Lorbeer school. Op internet vindt men nog een paar referenties naar groepen van oud-leerlingen, maar voor de Hundertwasserschoool is het alsof die niet hebben  bestaan. Wie zijn verleden negeert heeft geen toekomst?
Die weigering om het verleden onder ogen te zien is een algemeen verschijnsel. Op het eerste gezicht is er nietsgebeurd: 53 Hochschulen in de DDR, 50 vandaag in de nieuwe Länder. Maar slechts 23 Hochschulen zijn verder gegaan in het nieuwe systeem, 30 hebben de Wende niet overleefd, en zijn nieuw opgericht, meestal als Fachhochschulen, die men in de der DDR niet kende. En die beslissingen werden genomen door een Wessie uit Keulen. Een aantal zijn privé scholen. "Eine kritiklose Kopie angelsächsischer Hochschulen", wierpen een aantal studenten die Wessie onlangs voor de voeten.
Ik heb wel teruggevonden hoe het Melanchthon gymnasium bijvoorbeeld in de DDR tijd georganiseerd was. Er waren zes tot zeven uur les per dag, ook op zaterdag. De leerlingen werden ook ‚in de productie gebracht. Twee maal per week stond een uur „Inleiding in de socialistische productie“ op het leerplan. Om de 14 dagen was een „Unterrichtstag in der  Produktion“ waar de leerlingen in kleine groepen in een bedrijf een aantal uren werkten. Vanaf de elfde klas werd die dag vervangen door „Wissenschaftlich-Produktive Arbeit“ eenmaal per week, vier tot zes uur, in verschillende bedrijven. Deze fabrieken hadden „Patenbrigaden“ per klas. Deze waren aanwezig op feestelijkheden in de school en bepaalde geëngageerde brigaden organiseerden groepennamiddagen, steunden financieel klasfeestjes of zorgen voor begeleiders bij schoolreizen. In de zomer was het FDJ-Hemd (Freie Deutsche Jugend) verplicht. In iedere klas was een FDJ-Gruppe, Op een appel voor de hele school legde de directeur de politieke situatie uit, en vermelde ook soms scholieren die niet meer naar school kwamen omdat hun familie in de Bondsrepubliek naar de ‚Klassenvijand’ was overgelopen.

Hundertwasser en de volkstuincultuur

In 1981 verheerlijkte Hundertwasser de Schrebergarten-Kultur (volkstuinen), waarin dezelfde persoon bouwheer, bouwmeester, metser, tuinman en bewoner is. Schreber ijverde in de 19de eeuw om in elke school een tuintje te hebben. De volkstuinbeweging heeft zijn naam overgenomen. Rond Wittenberg zijn 3.000 volkstuintjes, op verschillende plaatsen. Het is niet altijd gemakkelijk om als niet-lid binnen te geraken, maar vlak achter ons hotel zijn een aantal tuintjes gemakkelijk te zien ‘Am Stadtgraben’ in de Weserstrasse.
In mijn volgende blog bezoeken wij de Piesteritzer Werkssiedlung, een sociale woonwijk gebouwd in 1916, in volle oorlog. En verder bezoeken wij het worlitzer gartenreich, een prachttuin. Het Parklandschap Dessau-Wörlitz is in 2000 op de werelderfgoedlijst van de UNESCO geplaatst, 142 km2 langs de oevers van de Elbe in het natuurgebied Mittelelbe. En tenslotte bezochten wij in Dessau het  Bauhaus een baanbrekend ontwerp van Walter Gropius. Het gebouw uit 1925 oogt nog altijd verrassend modern.


lundi 1 décembre 2014

Het Hundertwasser- Krawinahaus – Wenenblog IV

Men zou het Hundertwasserhaus op de kruising van de  Kegelgasse en de Löwenstrasse een late uitloper van het Weense programma van sociale woningen kunnen noemen. Maar het is eerder een project van city-marketing betaald op het budget van sociale woningbouw.
Eigenlijk moet ik zeggen Friedensreich Regentag Dunkelbunt Hundertwasser. Zo liet de artiest zich noemen. Het heeft trouwens enige tijd geduurd vooraleer Paula er zich rekenschap van gaf dat Hundertwasser de naam was van de auteur. Hundertwasser klinkt een beetje zoals Donnewetter.
Wij hadden Hundertwasser al van ver gezien vanuit de metro naar Heiligenstadt, en wij zijn op onze doortocht in Krems vlakbij de Hafenstraße gepasseerd waar de Mierka-silo staat. In 1981 vroeg de
De Mierka silo met zijn H-tongen
eigenaar aan Hundertwasser de silo op te fleuren als een totem voor de Wachau. Eigenlijk was het gebouw al geschilderd, in camouflagekleuren dan, in 1938, in het vooruitzicht van de oorlog. Hundertwasser heeft een mooi (duur) project uitgewerkt, met ceramiek, gouden en zilveren uivormige torens, en bomen op het dak. Bref, een voorloper van wat later zijn handelsmerk zou worden. Mierka vond het waarschijnlijk te duur en beperkte zich profijtig tot het schilderen van een paar Zungenbärten, tongbaarden
, onderaan de vensters. Het is dus bij een virtueel project gebleven.
Verder hadden wij op onze terugtocht van Berlijn voorzien om in Magdeburg af te stappen voor zijn groene (in feite roze) citadel. Maar de regen heeft ons van dat plan afgebracht.

Een totale Hundertwasserbelevenis

En op onze vaart van Bratislava naar Wenen hadden wij vanuit het Donaukanal in de Custozzagasse aan de aanlegplaats van de Blue Danube Schiffahrt een paviljoen kunnen zien van onze artiest, die trouwens ook de binneninrichting verzorgde van de MS Vindobona, ook het Hundertwasserschip genaamd. Het pad langs het kanaal naar het is in 2002 de "Hundertwasser Promenade" gedoopt.
Een paar honderd meter verder is ook het Kunst Haus Wien (een privé initiatief van de artiest) met een vaste Hundertwasser tentoonstelling. Bref, heel de wijk is eigenlijk een toeristenval.
Vlakbij, op een goede kilometer daar vandaan, zijn in het Arenbergpark (Neulinggasse) twee Flaktürme te zien. Hitler wilde die indrukwekkende luchtafweertorens na de oorlog met marmer bekleden als monument voor de gevallenen. De sovjets hebben tevergeefs geprobeerd die zes meter dikke betonmuren op te blazen. Ik dacht dat dat een kluifje was voor Hundertwasser om die aan te kleden. En ik was niet de enige: in 1984 heeft een bouwpromotor aan de burgemeester voorgesteld
Flaktorens arenbergpark
om Hundertwasser die torens onder handen te laten nemen en er een anti-oorlogsgedenkteken van te maken. De promotor wilde woningen op het dak en de kragen van de Flaktorens bouwen. De inbreng van Hundertwasser zou een oproep zijn voor een natuurvriendelijke architectuur. Dat is dus niet dorgegaan maar die torens zijn een ommetje van een kilometer waard.
Voor wie dus in Wenen een totale Hundertwasser belevenis wil organiseren scheept dus in op de Vindobona die met een beetje geluk voorbij de vuilverbrandingsoven van Spittelau vaart en aanlegt een de Custozzaplaats. Vandaar wandelt ge  langs de Hundertwasser Promenade naar het Kunst Haus en vandaar naar het gelijknamig Haus en Village.

Het Hundertwasser- Krawina haus: nuance!

Hundertwasserhaus
Het huis zelf is eigenlijk een klein project met 52 appartementen. Aangezien het gebouw van binnen niet te bezichtigen is het trouwens moeilijk zich een beeld te vormen van hoe de mensen erin leven. Dit kleurrijk gebouw waar men de toeristen met bussen tegelijk afzet is gebouwd in 1983. Je moet eigenlijk maar de toeristenstroom volgen, maar voor alle zekerheid heeft onze artiest aan de ene kant een gele kegel gezet en aan de andere kant een leeuw, voor de Kegelstraat en de Leeuwenstraat.
Eigenlijk moet ik het huis Hundertwasser- Krawinahaus noemen om geen proces aan mijn rekker te krijgen.
De Weense burgemeester Leopold Gratz had de artiest in december 1977 gevraagd om volgens zijn ideeën en wensen een gebouw te zetten met boom- en grasdak. Hundertwasser heeft nooit ofte nimmer aan een architectuurwedstrijd deelgenomen, waardoor hij in geval van betwisting altijd kon antwoorden dat men hem was komen halen. De burgemeester liet hem de keuze voor een stuk grond.
Bij dergelijk project komt wat bureaucratie aan te pas en Hundertwasser beklaagde zich daarover in april 1979. De stad schakelde dan Krawina in, een echte architect die met echte plannen voor de dag kwam. Die twee zijn elkaar heel snel in de haren gevlogen. 
Hun samenwerking duurde van 1980 tot 1982. Krawina was eind 1979 klaar met een basisontwerp waarvan hij een maquette maakte in luciferdoosjes. Hundertwasser was globaal akkoord gegaan en had in hetzelfde materiaal zijn wensen uitgewerkt. De basisideeën zoals het gebouw er nu staat waren
al aanwezig: buitentrappen als toegang tot enkele terrassen, die later café zou worden, twee grote blokken met terrassen aan de ene kant en een toren op de andere, een stoepoverbouwing, de twee torens met hun trappen en lift en hun bekroning, uitstekende ramen, gedeeltelijk afgeschuinde daken, baywindows, een open tuin op de binnenplaats toegankelijk langs een twee verdiepingen hoge passage, een ondergrondse parkeergarage, arcades op slanke zuilen etc. In de lente 1980 had Krawina nog een model in balsa gemaakt maar uiteindelijk haakte hij af : hij kon zich niet meer terugvinden in de puur ornamentele aanpak en het te speelse gevelontwerp van de kunstenaar. Toen betaalde Wenen Krawina 1,060.620 S als vergoeding voor het gepresteerde werk.
Daarmee gaf hij echter zijn rechten als coauteur niet op. Hundertwasser heeft trouwens volgens het vonnis in eerste aanleg nooit de creatie van de artistieke en architectonische basisstructuur door Krawina betwist.
Hij won in 2008 een proces voor de  handelsrechtbank, en  in mei 2010 van het opperste gerichtshof. Als gevolg daarvan moesten alle T-shirts, boeken, sjaaltjes, posters enz. waar alleen "Hundertwasserhaus" opstond uit de handel getrokken worden. En Krawina– onze artiest was al dood en de architekt zelf was zelf zwaar ziek – moest ook op alle reproducties met name vermeld worden en hij kreeg zijn deel van de merchandising.
Hundertwasser was een gewiekst zakenman: hij had al in 1972 de Gruener Janura AG opgericht door (herdoopt in "Namida AG" in 2008) om zijn auteursrechten te verdedigen.
http://wiev1.orf.at/stories/328790 Het zijn allang niet meer de auteurs zelf die het proces voeren. Na de dood van Hundertwasser in 2000 gaf de ook al doodzieke Krawina zijn rechten over aan Harald Böhm, de eigenaar van de Souvenirshop in het Hundertwasserhaus. Die had al in 2001 klacht ingeleid tegen het KunstHaus Wien GmbH en Hundertwasser Village. Deze shop rechtover het huis heeft ook al een aangebrande geschiedenis. Men stelt het voor alsof de sociaal bewogen Hundertwasser, toen de
overbuur en bandenhandelaar Kalke dreigde over kop te gaan door de toeristenstroom, had voorgesteld een bezoekerscentrum in te richten in zijn bandencentrale. Bij de opening verklaarde hij: „in het Village heb ik een verder stuk van mijn natuur- en mensrechtvaardige architectuur gerealiseerd. Voor mijn vriend Kalke heb ik als Architektur-Doktor gewerkt: ik heb niet afgebroken maar verbouwd en zo vorm en kleur verbeterd. Op het dak groeit een echt bos en vanbinnen is het zowat een romantische, oosterse bazaar, als tegenpool van die lelijke souvenirwinkels.
20 jaar later staan er inderdaad meer dan 30 bomen tot 15 meter hoog en zijn er jaarlijks 1,2 miljoen bezoekers. Maarin feite was Hundertwasser zelf direct geïnteresseerd in het project. Hij beklaagde zich snel over zijn ‘vriend’ Kalke: "Hij kadert reproducties in die hij uit tijdschriften snijdt en verkoopt die drie maal hun waarde. Dat is immoreel“. Ik veronderstel dat hij Kalke prompt buitengewerkt heeft. Aangezien het Hundertwasser-Krawina-huis zelf van binnen niet te bezichtigen is speelt Village daarop in en doet gouden zaken met zijn (betalend) "Toilet of Modern Art". Maar het toilet van het terrassencafé van het Hundertwasserhuis er rechtover is authentiek, met een ‘tanzende’betegeling; rastervormig betegelde muren waren voor hem een gruwel. En men kan er goedkoop een typische Weense schotel verorberen. En hun Grauburgunder loopt zacht binnen.

Een schieve architect?

Die perikelen met Krawina waren eigenlijk een geluk voor Hundertwasser: een andere stadsarchitect, Peter Pelikan, werd aangeduid om onze bouwautodidact te begeleiden, ook voor zijn latere bouwprojecten. Hij was trouwens veel minder assertief als Krawina: enkel de fontein in de Kegelstraat wordt vandaag officieel toegeschreven aan Peter Pelikan.
En ook bewoners hebben geluk gehad dat een echte bouwmeester het project in handen heeft genomen! Hundertwasser is geen architect maar een kunstenaar, hoewel hij ook op dat vlak met woorden speelt. Hij noemt zich een architectuurdokter: hij verbetert en geneest ongezonde woningen. Gelukkig voor hem, en vooral voor de bewoners, heeft hij –na een eerste misgelopen ervaring - kunnen aanleunen bij (discrete) architecten zoals Pelikan en Springmann.
Hij vertelt in zijn ‘Verschimmelungsmanifest’ tegen het rationalisme in de architectuur:
Iedereen moet kunnen bouwen en zo echt verantwoordelijkheid dragen voor de vier muren waarin hij leeft. Men moet het risico er bij nemen dat het zou kunnen instorten en we moeten niet laten afschrikken door menselijke slachtoffers. Wanneer een muur begint te beschimmelen, wanneer aan een plafond mos begint te groeien en de geometrische hoeken begint af te ronden zou men blij moeten zijn, dat met de microben en schimmels het leven zijn intrek neemt in het huis”.
Hij is dus gevaarlijk als bouwmeester. En over de notie ‘ongezond’ heeft hij ook speciale opvattingen. Schimmel en andere sporen van verwering en afbrokkelend gips waren hem welkom.
Die kwamen er trouwens: de grootste bomen op het dak brengen na dertig jaar vochtproblemen mee, ondanks een fameuze meerkost bij de bouw zelf. De gekleurde noktegels zijn niet vorstvrij.
Om de ruiten te wassen moet de straat worden afgezet en hoogtewerkers ingezet.
Een van de laatste bekommernissen van Hundertwasser was hoe de mensen in zijn gebouwen woonden, maar het is onmiskenbaar dat er wachtlijsten zijn voor zijn gebouw in de Kegelgasse. Wat men niet kan zeggen van de Cité Radieuse van Le Corbusier. Daar kreeg de woonmaatschappij met geen stokken huurders binnen, tot in mei 68 de Mei-revolutionnairen het gebouw inpalmden. Ieder verdiep had zijn fractie: de Mao’s op het tweede, de Vierde Internationale op het derde enz.
De ecologische impact van Hundertwasser beperkt zich tot een bont en spectaculair uitzicht: warmteverbruik en isolatie, sanitair, spelruimte voor kinderen interesseerde hem niet.
De namen dievoor- en tegenstanders gaven aan het Hundertwasserhuis zijn op dat vlak tekenend.

Ecologische voetafdruk

Zijn ecologische voetafdruk was trouwens enorm groot. In de zeventiger jaren kocht hij in Nieuw Zeeland 372 ha, een hele vallei, en in 1979, het palazzo „Giardino Eden" in Venetië met een tuin van 15.000 m². Zijn dood echter was ecologisch perfect: hij is gestorven aan een hartaanval in februari 2000 op de "Queen Elizabeth 2"  en in Nieuw Zeeland begraven onder een tulpenboom, zonder doodskist, naakt in zijn "Koruflagge" (de vlag die hij voor NZ had ontworpen als alternatief voor de koloniaal geladen vlag; geen kiwi maar een gestileerde opgerolde varen).
Volgens zijn manager en advocaat Joram Harel, heeft hij slechts schulden nagelaten… Als er al een ecologische voetafdruk was is die daarmee uitgewist…
Voor de rest heeft H wel iets, als filosoof bijvoorbeeld "Hatelijkheid is het gevaarlijkste gif voor het milieu, want het vernietigt de ziel van de mensen.» Men zou de Kegelgasse kunnen omdopen in ‘Zonder haat straat’. Hij voegde soms het woord bij de daad en nam in 1984 actief deel aan de bezetting van het Hainburger Au, een natuurreservaat aan de Donau, om de oprichting van een elektriciteitscentrale te verhinderen. Hij verscheurde bij die gelegenheid voor de camera zijn grote staatsprijs. Hij kreeg hiervoor twintig jaar later een postzegel met het opschrift „Hainburg – Die freie Natur ist unsere Freiheit“, naar een werk dat hij in 1984 had opgedragen aan het in stand houden van de Au. Cuba gaf trouwens ook een postzegel uit met een van zijn schilderwerken, maar ik denk dat zij hem gepirateerd hebben…
Dat weerhield er hem echter niet van om na een brand in 1987 in de vuilverbrandingsoven  Spittelau, op loopafstand van Karl Marx hof, de installatie (met zijn 250.000 ton de grootste van Europa), ‘aan te kleden in een perfecte symbiose van techniek, ecologie en kunst met een internationale voorbeeldfunctie‘, op aanvraag van de vuilnisbaronnen. Hundertwasser plantte er gouden kogels in alle maten, en ook een daktuin. De burgemeester van Osaka was na een bezoek in 1995 zo onder de indruk dat hij ook een tweelingzuster bestelde die in 2001 in bedrijf kwam.
Maar hij heeft daarbuiten wil ideeën. Hij verdedigde het "Fensterrecht”: “Men moet ophouden mensen in hokken te stoppen zoals kippen of konijnen. Iedere bewoner heeft het recht zover als zijn armen kunnen reiken uit zijn venster te leunen en op armlengte alles aan de gevel te veranderen wat hij wil. Zodat men van ver op de straat kan zien: daar woont een mens." Ik geloof niet dat ook maar een huurder dit recht heeft gebruikt en ik voorzie wel enige moeilijkheden moest hij dit willen.
Ook de natuur krijgt zijn rechten. Hij voorzag onder zijn vensters ruimte voor zijn "Baummieter", boomhuurders, "een geschenk van het huis aan de buitenwereld. De mens geeft vrijwillig een territorium van zijn woonruimte aan de natuur terug, als compensatie voor de grote ruimten die aan de natuur onttrokken zijn", zei hij in 1985.
 Een proces in naam van een boomhuurder of het vensterrecht zou zoveel interessanter kunnen zijn als die processen rond copyrighttoestanden met Krawina…
Looshaus Wenen
Voor wat zijn artistieke inspiratie betreft, hij had in 1968 »Los von Loos!«, geroepen.
Die grote Secessionsarchitect van het Looshuis was misschien niet de ideale kop van Jut: Loos had bijvoorbeeld voorgesteld alleen de dragende structuren te bouwen en de inrichting over te laten aan de bewoners: dat klinkt toch een beetje Hundertwasser?
In zijn schimmelmanifest trok hij van leer tegen de rechte lijn in de architectuur: “zij is crimineel; zij is het symbool van het nieuwe analfabetisme De rechte lijn is goddeloos en immoreel”.
Hundertwasser heeft duidelijk zijn inspiratie gehaald in het Guelpark van Gaudi.
Hoewel die vergelijking oppervlakkig is en vooral gebaseerd is op het kleurgebruik, vooral dan in zijn ceramiek, waar hij ook wel de trencaditechniek van Gaudi durft overnemen. Hij heeft zo een hele
Spittelau
theorie uitgebouwd rond de zuil. Hierover een citaat uit 1985: "tegen de ziekte van de grote uitstekende loggia’s en balkons is er maar één remedie: zuilen. De zuil is een essentieel element van de westerse architectuur. Onder een zuil voelt men zich goed, net als onder een boom. Een zuil moet mooi en veelkleurig zijn en zelfs in de regen en het maanlicht vanzelf licht afgeven“.
Hij had een aantal trukken, zoals zijn bonte gevels met veel hoeken en bogen, pilaren, ajuintorentjes en terrassen. Hij maakte zijn vensters kleiner naarmate ze hoger stonden om een perspectief te scheppen.
Hij erkende zonder schroom dat hij een "verkleedarchitectuur"toepaste.
Dat hij gebouwen enkel aankleedt is duidelijk in Spittelau en het project voor de graansilo in Krems.
En nog een laatste woordje over Krawina. Ik trek zijn inbreng in het huis in de Kegelgasse niet in twijfel. Maar daar hield het wel mee op. In sommige publicaties wordt hij voorgesteld als een voorloper van de vertikale tuinen. Wij krijgen er binnenkort zo een op het dak van ons nieuw stadhuis in Herstal. Hij zou heel vroeg ecologisch zijn beginnen bouwen, met groene daken en het gebruik van hout in het interieur. Maar het enige wat ik over zijn verdere activiteiten heb teruggevonden is een boek van 1983 over vertikale tuinen. Zijn enige en grote verdienste is voor wat mij betreft dat hij het twee jaar heeft uitgehouden in tandem met Hundertwasser. 

De groene citadel van Magdeburg

Magdeburg groene citadel
Hundertwasser bouwde net voor zijn dood in Magdeburg nog een groene citadel, die eigenlijk roze is. Het gebouw trekt 250.000 bezoekers per jaar en is ook duidelijk opgevat als een city-marketing project.
Hij wordt daar voorgesteld als architect, wat volgens mij strafbaar is (is de orde van architecten geen nazi-idee?). Ook daar is een daktuin hoewel ik op basis van de foto’s vind dat er veel gras op het dak staat maar weinig bomen. Alle ‘vondsten’ van het gebouw in Wenen vinden wij daar terug. Zijn trappen zijn kunstmatig verouderd: het middelste van een trede is lager, en geeft daardoor een uitgesleten indruk.
Wij waren van plan dit gebouw te gaan bekijken op de terugweg van Berlijn, maar omdat het pijpestelen regende zijn wij maar doorgereden. Maar uitstel is geen afstel: wij zullen er nog wel eens geraken. Dit gebouw was oorspronkelijk opgevat als een verbouwing van een DDR-Plattenbau, op aanvraag van de bouwcoöperatief « Stad Magdeburg 1954”. Onze artiest was het idee wel genegen maar later werd besloten de bestaande Plattenbau helemaal af te breken. Ik zal nog eens uitvissen hoe dat allemaal gegaan is. In alle geval, Hundertwasser heeft zijn reputatie  als onmogelijke
bouwmeester ook in Magdeburg eer aan gedaan. En dat is zo verder gegaan na zijn dood: zijn erfenisadvocaat – of moet men zeggen behoeder van de Graal – Joram Harel wilde  in september 2005, een week voor de opening, de muren in de openbare toiletten van de groene citadel laten wegslaan en vroeg ook om 9214 struiken op het dak, die te tuinbouwachtig leken, te vervangen door een bloemenweide.
Wat mij ook intrigeert is dat ik bij een recente verkoop aan een Zwitsers immobilienfirma het bisdom als verkoper terugvind. Die DDR hoogbouw stond op het terrein van de vroegere Nikolaikerk. Zou het bisdom dat terrein terug hebben gekregen na de val van de Muur?
In Magdeburg is verder nog een Waalse kerk die ik even wil bezoeken. De Luikse protestanten die onder de prinsbisschoppen geen adem kregen weken massaal uit naar het protestantse Noorden en lagen in Duitsland en Zweden aan de basis van de metaalindustrie. Zij hielpen mee met de wederopbouw van Magdeburg dat in 1631 door de Waalse troepen van Tilly was platgebrand. De stad was het Hiroshima van de dertigjarige godsdienstoorlog. Churchill deed dat in 1945 nog eens over: na Dresden en Keulen was het de hardst getroffen stad met 20m3 ruines perinwoner.

Hundertwasser en de volkstuincultuur

In 1981 verheerlijkte Hundertwasser de Schrebergarten-Kultur (volkstuinen), waarin dezelfde persoon bouwheer, bouwmeester, metser, tuinman en bewoner is. Schreber ijverde in de 19de eeuw om in elke school een tuintje te hebden. De volkstuinbeweging heeft zijn naam overgenomen. Wij zijn een van die of Schrebergarten gaan bezoeken in Die Schmelz. Ontgoochelend, al was het maar omdat de toegang gereserveerd is voor de tuinierders. Veel wordt er trouwens niet meer getuind: het zijn meer buitenverblijven in de stad. De meeste percelen zijn privé eigendom geworden en er staan paviljoentjes in baksteen op. Wij zijn er binnengeraakt omdat een aannemer er bezig was met een bulldozer een kelder uit te graven : dit zijn al lang geen tuinpaviljoenen meer !
Een kleine balsem op de wonde was ons bezoek aan het ‘Schutzhaus Zukunft auf der Schmelz’ waar men goedkoop en goed eet. ‘Toekomst op de Schmelz‘ verwijst naar  de dreiging om die volkstuintjes in te palmen voor stadsuitbreiding. Maar als ze de volkstuinders willen mobiliseren voor het behoud zullen ze zich wel wat meer opener moeten opstellen voor wandelaars…
Vroeger was op de Schmelz een kerkhof dat te vergelijken is met de mur des fédérés op Père Lachaise in Parijs. Daar vielen bij de Marsrevolutie van 148 tientallen doden en kregen er een ereperk. Bij de opdoekinen van het kerkhof werden zij bijgezet op de centraal kerkhof. In het „Märzpark“ op de Schmelz herinnert een monumentje aan hun offer.
In 1995 waren in Wenen nog 13 miljoen m2  tuintjes. Van de 33.667 waren 19.417 eigendom van de stad en 9.455 privé.  Een derde ervan ligt in het 22 ste en 21ste district. Wie een interessante volkstuin zou tegenkomen mag mij altijd verwittigen…

Mijn blogs over Donauradweg

Wenen october 2014  

http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/11/wenen-tervuren-en-de-secession.html

http://huberthedebouw.blogspot.be/2014/12/het-hundertwasser-krawinahaus-wenenblog.html