vendredi 15 octobre 2010

City trip naar Berlijn

De koudste lentedagen sinds 140 jaar: koud maar droog. Meer moet dat niet zijn voor een citytrip naar Berlijn, van 11 tot 15 mei 2010. Een klein hotelletje in de Brandenburgische strasse, op loopafstand van de Ku’dam.
De ampelman
Die Ku’dam met zijn grootwarenhuizen is natuurlijk een typisch kapitalistische verschijnsel en lag dus zonder twijfel in het vroegere West Berlijn. Maar vlak bij ons hotel zien wij ampelmannetjes aan de zebrapaden. Die ampelman is het nogal gezet mannetje met een deukhoed die in Oost Duitsland de voetgangersverkeerslichten sierde. In 1990 wilden de Wessies (de West-Duitse veroveraars), die ampelmannetjes verwijderen, samen met natuurlijk een heel pak andere symbolen van de DDR. Maar daar heeft het burgerverzet een stokje voor gestoken. De ampelman is gebleven.
Tussen die ampelman en de Ku’dam moest dus ergens de Muur gelopen hebben, dachten wij. Maar onze redenering klopte niet. De ampelmannetjes zijn niet alleen behouden in het vroegere Oost Duitsland. Zij zijn ook hier en daar ingeplant in het vroegere West-Berlijn. Een elegante manier om de scheiding te doen vergeten? Daarmee is dit mannetje dus een Berlijns symbool geworden. En sommigen stellen voor daar een Europese norm van te maken. In alle geval een veel interessanter debat als de geel-zwarte verkeerspalen van arm Vlaanderen!
De voorstanders van een Europees „Ampelmännchen„ hebben een poot om op te staan.
Dit mannetje is het resultaat van jaren studie door een verkeerspsycholoog. Voor wie Duits verstaat kan een interview lezen met zijn ontwerper (in het Duits) . Hierbij zijn eerste schets. De ontwerper zelf heeft er niets aan verdiend. Integendeel: na de Wende is hij op vervroegd pensioen gesteld. Het is echter een goudmijn geworden voor een gewiekste wessie designer: overal in Berlijn zie je souvenirwinkeltjes waar het mannetje op alle mogelijke manieren – sleutelhanger, T-shirt - aan de man wordt gebracht.
De Muur
Maar dus geen spoor van ‘de’ Muur in de wijk bij ons hotel. Die Muur is trouwens praktisch verdwenen. In het centrum van de stad werden met kinderkopjes acht kilometer van de voormalige Muur door een dubbele rij stenen gemarkeerd. Het langste (1316 meter) overgebleven fragment van de Muur staat langs de oever van Spree aan de Mühlenstraße. Omdat de grens zich hier op de andere oever van de rivier bevond, was dit muurdeel geen onderdeel van de buitenmuur, maar van de zogenaamde Hinterland-Mauer, die het grensgebied aan de Oost-Berlijnse zijde afsloot. En ander restant van de Muur, in dit geval wel van de buitenmuur, is te vinden aan de Niederkirchnerstraße nabij de zetel van het Berlijnse parlement. Sommige “restanten” zijn zelfs fake: het Muurmonument in de Bernauer Straße werd ter bezichtiging opnieuw gebouwd. Ook Checkpoint Charlie is fake. Checkpoint Charlie werd gesloopt op 22 juni 1990 en met een stenen silhouet in het asfalt aangegeven. In 2000 werd een kopie van het wachthuisje opgericht. Dit checkpoint was de enige controlepost waar buitenlanders over de weg Oost-Berlijn konden binnentreden.
Potsdamer Platz
Een bezoek waard is de Potsdamer Platz, waar ooit de Berlijnse Muur dwars overheen liep, met de Brandenburger Tor. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Brandenburger Tor ernstig verwoest. In 1956 besloot de RDA om de poort weer op te bouwen. Na de bouw van de Muur in ’61 stond de Brandenburger Tor in het niemandsland. Men kon van zowel de oost- als de westkant niet meer door de poort. Op 22 december 1989 werd onder luid gejuich van 100.000 mensen de poort weer geopend. Die Tor glipt elke dag door je handen als muntstuk (euromunten van 10, 20 en 50 cent). De geschiedenis van het Quadriga (het vierspan en Victoria bovenop) is interessant. Die poort werd in 1791 onder de naam 'Friedenstor' gedoopt. Napoleon ontvoerde het vierspan in 1806. Na Waterloo kwam het vierspan terug, maar de restaurateur en monumentenbouwmeester Schinkel verving de 'vredeskrans' in de hand van de godin door het IJzeren Kruis. In het revolutiejaar 1848 werd een betoging van tienduizend Berlijners onder de Brandenburger Tor uiteengeslagen. Er kwamen 183 burgers en 19 soldaten om het leven. Zowat hetzelfde aantal als er een eeuw later aan de Muur zijn gestorven.
In 1945 deed een artillerievoltreffer de godin samen met de wagen smelten; slechts tweeëneenhalf paard bleef behouden. De DDR restaureerde de Tor, en mocht daarvoor de oorspronkelijke vormen gebruiken die in West Berlijn lagen. Maar de DDR plaatste de staf met de adelaar en het ijzeren kruis niet terug; Victoria kreeg haar oorspronkelijke vredeskrans in de hand.
Met Oudejaarsnacht in 1990 klommen dronken jongelui naar boven en gingen de paarden en Victoria met hamers en sektflessen te lijf, kakten in de strijdkar en tagden leuzen als ‘Leve de Anarchie’. Na afloop telde Victoria’s lauwerkrans niet een blaadje meer en waren de teugels en het dek van de paarden verdwenen. Meegenomen als souvenir, zoals beneden de Muur al wekenlang tot gratis souvenirwinkel geworden was. In de daaropvolgende restauratie in 1991 kreeg Victoria als bij wonder haar ‘Pruisische’ staf weer terug.
Een zeer gedetailleerd relaas van de geschiedenis van de Tor rept eigenaardig genoeg met geen woord over het terugplaatsen van het ijzeren kruis. Een detail van de geschiedenis?
Vlakbij is het herdenkingsmonument van de Holocaust, bestaande uit honderden betonnen rechthoeken. Er is wat ophef geweest toen bekend werd dat de anti-taglaag geleverd is door een filiale van Degussa, die ook het Zyklon B gas leverde voor de gaskamers. Voor de rest een indrukwekkend monument, dat mij doet denken aan de joodse begraafplaatsen waar de gedenkstenen praktisch op elkaar stonden wegens te weinig plaats.
De Sonybuilding
Een aantal moderne gebouwen zijn als paddenstoelen opgerezen in de strook die na de hereniging is vrijgekomen. De Sonybuilding aan de Potsdamer Platz, met zijn voorsteven in glas, is er een van. Hitlerarchitect Speer bouwde gebouwen die na het duizendjarig rijk mooie ruines zouden achterlaten. Die ruines zijn er gekomen, niet door de tand des tijds, en niet na duizend jaar, maar door de tapijtbombardementen van Churchill. De Sony building van Helmut Jahn zal geen mooie ruines achterlaten. Maar zou wel het onderwerp kunnen uitmaken van een nieuwe kristalnacht. Christo pakte de Rijksdag in. Wie lanceert het idee om alle ruiten van de Sony building te laten springen?
Sony heeft wel zijn eigen ruiten ingeslagen: in 2006 heeft het bedrijf het complex moeten verkopen voor 600 miljoen euro, waar het in totaal 750 miljoen euro gekost had. De 8 miljoen bezoekers per jaar bleven onder de businessvooruitzichten en dus moest er 150 miljoen van de verkoopprijs af. Maar het is geen total loss: het gebouw behoudt de naam Sony Center. Maar die naam is nergens te zien. Whats in a name? Hier weten wij het: 150 miljoen euro dus.
Nu zijn wij, eerlijk gezegd, die (financiële) put van 150 miljoen voorbijgelopen. Wij hebben er juist de glazen boeg van gezien op de Ku’dam. Ik had in Berlijn als enige gids een boekje ‘in de sporen van Brecht’. Een beetje mager: ik ben nog nooit sinds mijn brugpensioen zo slecht voorbereid op stap geweest.
Het Sony Center is als economische mislukking – al zie je er het niet aan – typisch voor het kapitalisme van de XXI eeuw. Aan de Spree is nog een monument van het triomferend kapitalisme. Het Haus der Kulturen der Welt, ook 'zwangere oester' genoemd, is een geschenk van de USA aan West-Berlijn. Gebouwd volgens plannen van Hugh A.Stubbens in 1956/57. Hier geen financiële put, maar in 1980 stortte het dak in elkaar omdat de stalen kern doorgeroest was. In 1987 werd de oester weer opgebouwd. Voor het gebouw staat de bronzen vlinder van Henry Moore.
Vlakbij het Sony center kun je de KaDeWe binnenlopen; het Kaufhaus des Westens, het grootste warenhuis in Europa na Harrod’s in Londen. Het was niet de bedoeling de Oostduitsers de ogen uit te steken met dit Kaufhaus: het stamt uit 1907. Dit is ook het triomferend kapitalisme, maar van honderd jaar vroeger. Een Inno in het kwadraat waar zelfs een verstokte shoppinghater zoals ik een uurtje met plezier kan in rondwandelen.
de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche
Vlakbij is de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Deze neoromaanse kerk werd in 1943 platgebombardeerd door de geallieerden. Alleen de toren staat er nog en zelfs die is verre van heel. Vandaar zijn bijnaam ‘holle kies’. De Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche is in de Tweede Wereldoorlog door een bombardement zwaar beschadigd. Het was nu niet speciaal een historisch monument: gebouwd rond 1891 in een neoromaanse stijl. Maar voor een of andere reden dierbaar aan de Berlijners. In ieder geval werd er na de oorlog genoeg geld ingezameld om die terug in de oorspronkelijke staat op te bouwen. Men besliste echter de ruïne als monument te behouden, en ernaast een achthoekige nieuwe kerkzaal evenals een achthoekige nieuwe klokkentoren te bouwen. De kerkzaal vooral is indrukwekkend voor een prefab van staal en beton, met zijn 20.000 ramen van gebrandschilderd glas in Chartresblauw.
Een goede voorbereiding want Berlijn is groot!
Door mijn gebrekkige voorbereiding hebben wij wat tijd verloren in minder interessante plaatsen. Berlijn is met zijn 3,4 miljoen inwoners de op één na grootste stad in de Europese Unie. De stadstaat Berlijn is met zijn 890 vierkante km ook groot in oppervlak. De stadsgrens is 234 km lang. Hou daar rekening mee. Waag het bijvoorbeeld niet op goed geluk naar een vage bestemming zoals Prenslauer Berg of Kreuzberg te stappen. Die wijken zijn gekend als alternatieve wijken, maar ze zijn zo groot dat men wel een beetje moet weten waar het interessant is. De Kastanienallee bijvoorbeeld is zowat de Brabantstraat van Schaarbeek. De moeite om eens door te wandelen. Op zondag is er een Flohmarkt op de Prenzlauer Berg (voor de andere Trödelmärkte http://www.berliner-adressen.de/Freizeit_Hobbys/Flohmarkt-Troedelmaerkte/-Troedelmaerkte/)
Hoewel de structuur van het openbaar vervoer nogal ingewikkeld is, met spoorlijnen, U en S-bahn en een busnet, is het de moeite een trein, tram of metro te nemen wil men lange eentonige wandelingen vermijden.
Files aan de Reichstag en Fernsehturm
Ook belangrijk om weten: op bepaalde plaatsen zijn er lange files. Wie zei ook weer dat die files typisch waren voor de DDR? Aan de Reichstag zit er niets anders op dan minstens anderhalf uur te wachten, op gelijk welk moment van de dag; zelfs s’morgens bij de opening. Voor ons een reden om van een bezoek af te zien. Sir Norman Foster plaatste in 1999 een transparante koepel op de in 1933 uitgebrande Reichstag. Vanaf het dak van het gebouw kan men door deze koepel de vloer van de hoofdetage en daarmee ook het vergaderende parlement zien. De transparantie zou een metafoor zijn voor de werking van de democratie. Ook een deel van de Russische graffiti en een aantal kogelgaten uit 1945, zijn tegen de zin van vooral conservatieve Duitse parlementsleden, achter plexiglas geconserveerd.
Vanop de tv-toren de Fernsehturm van de vroegere DDR heb je van 203 meter hoog een prachtig zicht op heel Berlijn. Daar zijn ook lange wachttijden. Maar je kunt er een ticket nemen en ze zeggen je op tien minuten na wanneer je binnen kunt. Wie zich in het draaiend restaurant boven wil installeren en Berlijn aan zich wil zien voorbijschuiven moet nog eens een uur geduld hebben. Tijdens de wachttijd heb je dan ruim de tijd om even goedendag te gaan zeggen aan Marx en Engels, een paar honderd meter verder, de Dom binnen te gaan of een toertje te doen door het museuminsel.
De eerste indruk van Berlijn is dus die verdwenen Muur: een kilometerslang litteken waar de twee stadsdelen terug aan elkaar worden genaaid, na 45 jaar scheiding; een beetje zoals de ritssluiting van iemand die een openhartoperatie heeft gehad.
D-Mark en Muur
Alles is begonnen met de invoering in 1948 van de D-Mark in West-Duitsland. De Sovjet-Unie reageerde door voor de Sovjetbezettingszone en Berlijn een eigen munt in te voeren. 50.000 Oost-Berlijners werkten in West-Berlijn, terwijl ze onder financieel gunstige voorwaarden in Oost-Berlijn woonden. Veel West-Berlijners konden in Oost-Berlijn goedkoop inkopen doen. De Sovjet-Unie reageerde met de blokkade. De westelijke geallieerden moesten nu 2,2 miljoen West-Berlijners zien te bevoorraden.
Op 23 mei 1949 gingen de westelijke bezettingszones op in de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland); op 7 oktober van hetzelfde jaar werd de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) gesticht. Formeel bleef Berlijn de status houden van gedemilitariseerde viersectorenstad. In de praktijk functioneerde West-Berlijn echter steeds meer als een deelstaat van de Bondsrepubliek en werd Oost-Berlijn tot Hoofdstad van de DDR uitgeroepen.
Een steeds groter aantal burgers uit het oosten nam zijn toevlucht tot de Bondsrepubliek. Het onderwijs in Oost Duitsland was goed en gratis. Veel Ossies denken met heimwee terug aan hun onderwijssysteem. Maar de lonen van de gediplomeerden lagen dikwijls zelfs onder die van ongeschoolde arbeiders die zwaar werk deden. Deze uittocht van grotendeels hoogopgeleide jonge mensen vormde een serieuze bedreiging voor de economie van de DDR. In 1952 begon men de grens van DDR-zijde af te sluiten. De sectorgrens in Berlijn was echter nauwelijks te bewaken. Via de lekkende grens verlieten tussen 1949 en 1961 zo'n 2,6 miljoen mensen (of 20 procent van de DDR-bevolking) de DDR. In augustus 1961 werd daarom begonnen met de bouw van de Berlijnse Muur .
De val van die muur is een goudmijn geworden voor bouwpromotoren; minder interessant was die voor huurders. Daar bovenop kwam de verhuis van Wessies die de afgedankte staatsambtenaren van Oost Duitsland moesten vervangen, en de verhuis van het Parlement van de Bundesrepublik die zijn hoofdstad van Bonn naar Berlijn heeft overgebracht. Ook dat heeft ertoe bijgedragen de huren op te drijven. Een beetje zoals met de ambtenaren van het Europees Parlement in Brussel.
Die verhuis werd in 1991 met een kleine meerderheid (18 stemmen) besloten. Een argument tegen de verhuis was dat er “spoken uit het verleden uit de kasten zouden komen’’. Eigenlijk niet slecht gezien. Financiën zit in het vroegere Rijksluchtvaartministerie van Göring. Arbeid en Sociale Zaken zit in het voormalige propagandaministerie van Joseph Goebbels. Defensie trok in het vroegere hoofdkantoor van de Wehrmacht. En wij hebben gezien hoe Victoria op de Brandenburger Tor haar adelaar met IJzeren Kruis terug kreeg…
de Rosa-Luxemburg-Platz in de wijk Mitte
Een stad bezoek je zoals een artisjok: naarmate men de lagen afpelt komt het hart vrij. Een tweede pel is het vroegere Oost Berlijn: hoe leefde men er? Wat hebben onze Oost-Duitse kameraden geprobeerd op te bouwen? In de sporen van Brecht trokken wij naar de Rosa-Luxemburg-Platz in de populaire wijk Mitte. Het kale plein moet het vooral hebben van de Volksbühne. Dit theater in Art Nouveau stijl werd gebouwd juist voor de eerste wereldoorlog met de „Arbeitergroschen”, de penning van de arbeider. Max Reinhardt was er artistiek directeur van 1915 tot 1918. Erwin Piscator was Ober-Regisseur. In 1928 was er de première van de Driestuiversopera van Brecht.
In de stoepen liggen her en der metalen platen, met teksten zoals “De arbeidersklasse is de enige die er geen belang bij heeft vrouwen politiek te benadelen” en “Ach Dziodziu, zal ik nooit een kind hebben?” Het zijn citaten uit persoonlijke brieven en teksten van de revolutionaire Rosa Luxemburg. Na de val van de Muur schreef de rood-rode regering van Berlijn een prijsvraag uit voor een monument voor Rosa Luxemburg. Maar aan de oeverloze discussie kwam maar geen einde. In 1998 besloot het ‘Anti-ijstijd-comité’ niet langer af te wachten. De Ossiekunstenaar Rolf Biebl maakte een bronzen standbeeld van Luxemburg. Linkse activisten plaatsten dit voor de partijcentrale van de PDS (het overblijfsel van de communistische partij). Het PDS-bestuur werd door deze “ondemocratische zet” zo in verlegenheid gebracht, dat het besloot het standbeeld naar het Franz-Mehring-Platz te verplaatsen. Uiteindelijk koos een jury voor een 'subtiel' monument van Hans Haacke. Teksten waarin de revolutionaire boodschap van Rosa verdronken werd in persoonlijke teksten zonder veel inhoud. En teksten waar men letterlijk zijn voeten aan veegt (because ingewerkt in het voetpad). Bijna even subtiel als de Bushvoetmat bij mijn dochter Line…
De tweede prijs werd gewonnen door een kunstenaarsduo dat - geïnspireerd door de T-shirts met Che Guevara en het RAF-symbool, die in Berlijn gretig aftrek vinden - voorstelde het merk ‘Rosa de Luxe’ te commercialiseren. N'importe quoi...
In 2008 werd uiteindelijk een tweede versie van het bronzen standbeeld van Biebl gegoten en teruggeplaatst op de Rosa-Luxemburg-Platz.
Valkbij is het historisch lokaal van die Linke. In 1926 nam de KPD hier zijn intrek in een voormalige conservenfabriek. Een plaquette op de buitenmuur herinnert nog aan de beroemde KPD-leider Ernst Thälmann, die op de derde verdieping zijn werkkamer had. In 1933 bezetten de nazi’s het pand. Na de oorlog recupereerde de SED haar partijcentrale. Na de Wende werd het complex de partijcentrale van de PDS. Deze partij, opvolger van de SED, ging in mei 2007 op in Die Linke die ook het lokaal overnamen.
Het Treptower Park en zijn sovjetgedenkteken
Tien kilometer verder naar het zuiden ligt het 88 hectare groot Treptower Park aan de oever van de Spree. Rond de Spreejachthaven zijn een paar cafés en bars. Daar werd in 1946 een gedenkteken aangelegd ter herinnering aan de 20.000 Sovjet-soldaten die gesneuveld zijn bij de slag om Berlijn.
Sinds 1995 organiseert de "Bund der Antifaschisten Treptow" op 9 mei een plechtigheid met bloemen en kransen. 9 mei is de Russische feestdag van de bevrijding. Wij waren er een paar dagen later en vonden nog overal kleine bloementuiltjes als stille getuigen van de sympathie van grote delen van de bevolking voor de sovjets en nostalgie naar de DDR periode. Door een grote granieten poort komt men op een voorplaats met ‘‘Mutter Heimat’’, een moeder die om haar gevallen zoon treurt. Vanaf hier opent zich de zichtas naar het hoofdmonument. Een grafveld is geflankeerd door 16 marmeren sarcofagen, symbool voor de 16 toenmalige Sovjetrepublieken. Aan de kopse kanten zijn uitspraken van Stalin te lezen, links in het Russisch, rechts in het Duits. De CDU heeft geprobeerd die Stalin-citaten te laten verwijderen, maar de districtsraad van Treptow-Köpenick heeft dit geweigerd. Het eigenlijke monument - 12 meter hoog en 70 ton- stelt een soldaat voor, die in de rechter hand een zwaard en in de linkerhand een kind vasthoudt. Met zijn laarzen vertrapt hij een hakenkruis.
de Hackeschen Höfe
Typisch voor Berlijn zijn de Höfe: blokken van vier à vijf verdiepen in vierkantsvorm rond een binnenhof. Of moeten wij zeggen: typisch Germaans? In Wenen is het Karl Marxhof werelderfgoed…
Die Höfe zijn werkelijk de tegenpool van Le Corbusier; nogal donker en eeuwig in de schaduw; begijnhoven, maar dan vier verdiepen hoog. Eigenaardig voor een stad die toch erg noordelijk ligt en zo al weinig zon heeft? De verklaring is een wet die – zoals Hausman in Parijs ook deed – de hoogte van de gebouwen beperkte tot vier maal de breedte van de straten. De huisjesmelkers bouwden dan maar een aantal Höfe achtereen. De hoekkamers van die blokken hadden geen raam en werden ‘Berliner’ genoemd. Maar blijkbaar hebben doe blokken toch iets wat de mensen blijft aantrekken.
De eerste architecturale verwezenlijkingen van de DDR gingen wel een andere richting uit. Vele Bauhauskunstenaars werden door de nazi’s verbannen. Verschillende Bauhauskunstenaars hadden meegewerkt aan de eerste vijfjarenplannen in Rusland en vele Bauhauskunstenaars hadden zich na de val van de nazi’s in de DDR gevestigd. De eerste appartementsblokken gingen dus eerder richting Bauhaus. Maar in 1950 werd een campagne tegen het ‘formalisme’ gelanceerd. Ook in de architectuur stapte men snel af van de Bauhausconcept omdat dit niet klikte met de smaak van het volk. Men ging onder andere terug naar de Höfe.
Het moet gezegd dat vanaf ’65 men terugkwam van die ‘nationale stijl’, in die mate zelfs dat de DDR op wereldvlak toonaangevend werd voor design.
Het bezoeken waard zijn de Hackeschen Höfe aan de Rosenthalerstrasze. Acht Höfe met evenveel binnenpleintjes: gekleurde tegeltjes, die vierkante ruitjes in de grote ramen, de gezelligheid, de beslotenheid met toch die verre blauwe lucht erboven, een interessante boekenwinkel... De hofjes volgen elkaar onverwachts grillig op. Vlakbij is nog het S-Bahnstation Hackescher Bahnhof, architecturaal interessant, met veel smeedwerk, veel glas, baksteen in rosasmotief gemetseld . Op 1 mei 1952 veranderde een gauchistische aparatchik de naam van het station Bahnhof Hackescher Markt in Bahnhof Marx-Engels Platz. Een eerder ongelukkig initiatief: aangezien de Marx-Engels Platz niet bepaald in de nabijheid van het station ligt, zorgde de naam voor veel verwarring.
De mozaïekfries van het Haus des Lehrers op de Alexanderplatz is met zijn 125 meter lengte en zijn drie verdiepen hoogte is een van de grootste kunstwerken in de wereld. Voor de rest is het gebouw een typische kastenbouw. Zover zijn wij nooit geraakt. Wereldrecords zijn voor ons geen referentie.
De Gendarmenplatz, Potsdam en Frederik de Grote
Na de Muur ende DDR komen wij aan de derde laag van de artisjok: de historische kern. In 1701 maakte koning Frederik II van Berlijn de hoofdstad van Pruisen. Hij zette Berlijn op de kaart. Alles is relatief natuurlijk: bij de troonsbestijging van zijn vader in 1643 telde de stad amper 6000 inwoners; bij de dood van Frederik II in 1786 telde Berlijn 112.000 inwoners. Slechts met Bismarck situeert Berlijn zich als wereldstad: in 1871 bereikt de stad zijn eerste miljoen.
Een koning-filosoof bij wie de filosofie geen steriele hobby was maar een leidraad voor zijn handelen. Verder ook een verdienstelijk componist en vriend van Voltaire. Hij schreef in het begin van zijn troonsbestijging een ‘anti-Machiavelli’, met voetnoten van Voltaire: een regeringsprogramma dat hij consequent volgde.
Zijn vader probeerde hem met alle middelen van zijn interesse voor muziek, literatuur en filosofie af te brengen, met methodes die iedere andere persoonlijkheid zou gekraakt hebben. "Fritz" werd geslagen als hij van een paard afviel of als hij bij koud weer handschoenen droeg. Zijn vader vond dat zijn zoon maar een zwakkeling was. Ik vraag mij trouwens af waarom de gays van hem geen boegbeeld gemaakt hebben: om hem terug in de ‘goede’ richting te plooien deed zijn vader in 1730 zijn beste vriend Hans Hermann von Katte voor zijn ogen onthoofden. Het moet gezegd zijn dat die straf wel een politieke basis had: Frederik had met zijn vriend Katte het plan opgevat om naar Engeland uit te wijken. En dat was voor zijn vader landverraad.
Ondanks die opvoeding is Frederik dus toch uitgeroeid als een interessante persoonlijkheid. Weinigen hebben op een zodanig bewuste manier de geschiedenis geleid. Onze Frederik was de held van de Jong-Hegelianen. Marx noemde hem ‘alte Fritz’. Carl Friedrich Koppen droeg in 1840 zijn Jubelschrift ‘Friedrich der Grosse und seine Widersacher’ op aan zijn vriend Karl Marx. Wie het boek in het gotisch wil lezen kan terecht op google.be/books.
In Romeins schrift beter leesbaar kan ik p24 en p198 aanbevelen als interessante lectuur
Hij leerde zijn volk patatten eten op een heel clevere manier. Op 24 maart 1756 vaardigde hij het beroemde Kartoffelbefehl uit. Zaadgoed werd gratis verdeeld en veldwachters en politieagenten zagen er op toe dat inderdaad met de verbouw werd begonnen, want de aardappel had (deels terecht) de naam giftig te zijn en de boeren stribbelden tegen. Hij kreeg het volk pas zover door een veld met aardappelen door gewapende soldaten te laten bewaken. Nieuwsgierige boeren kregen te horen dat er aardappels voor de koninklijke tafel werden verbouwd. Het zaadgoed werd prompt, en onder het toeziend oog van de wacht, gestolen. Wat goed was voor de koninklijke tafel moest tenslotte iets bijzonders zijn. Tot op de dag van vandaag zouden daarom op zijn graf altijd een paar aardappelen te vinden zijn ...
Alte Fritz schreef niet alleen zijn regeringsprogramma neer in zijn ‘anti-Machiavelli’. In 1775, op het einde van zijn leven, schreef hij zijn Politiek Testament. Weinige verkozen politici hebben zich zo consequent tegenover hun kiezers verantwoord als de alte Fritz tegenover zijn onderdanen…
Een klein uittreksel om die grote historische figuur beter te leren kennen.
De boeren heb ik vrijgesteld van bepaalde diensten, die ze in het verleden moesten verrichten. In plaats van zes dagen per week, zoals vroeger, moeten ze nu nog maar drie dagen herendiensten verrichten. De heerser moet een evenwicht tot stand proberen te brengen tussen de boer en de edelman, opdat ze elkaar niet zouden ruineren. In Silezië leeft de boer op goede voet; in Opper-Silezië is hij nog lijfeigene. Mettertijd zou men moeten trachten hem vrij te maken. Daarvoor heb ik zelf het voorbeeld gegeven op mijn domeinen. Katholieken, Lutheranen, Hervormden, Joden en talrijke andere christelijke sekten wonen en leven in mijn staat vreedzaam naast elkaar. Als een heerser uit slecht begrepen ijver op de gedachte zou komen, één van deze godsdiensten te bevoordelen, dan zouden zich dadelijk partijen vormen en twisten uitbreken. Ik ben in zekere zin de paus van de Lutheranen en het kerkelijk hoofd van de Hervormden. Ik benoem predikanten en eis van hen alleen zuiverheid van zeden en verdraagzaamheid. Ik verleen echtscheidingen en op dit punt ben ik zeer toegeeflijk. Het huwelijk is in de grond immers alleen een burgerlijke overeenkomst, die ongedaan kan gemaakt worden van zodra beide partijen ermee instemmen. Een heerser is niet tot zijn hoge rang verheven en men heeft hem niet de hoogste macht toevertrouwd, opdat hij zou leven in ledigheid, zich zou vetmesten met de eigendom van het volk en zelf goede dagen zou hebben, terwijl alle andere lijden, De heerser is veeleer de eerste dienaar van de staat".
Men kan natuurlijk ook deze fascinerende persoonlijkheid benaderen via de sporen die hij in het stadsbeeld van Berlijn heeft achtergelaten. Unter den Linden staat het 13,5 meter hoge Reiterdenkmal Friedrich des Grossen (Ruiterstandbeeld van Frederik de Grote). De Deutsche Gründlichkeit geldt ook voor momumenten: in totaal 40 kunstenaars hebben over 70 jaar een honderdtal plannen hadden voorgesteld vooraleer er een beslissing werd genomen over het uiteindelijke ontwerp. Pas in 1839 werd begonnen met de bouw van het standbeeld. De beeldhouwer Rauch had zijn ontwerp gemaakt 10 jaar vroeger en het duurde nog een tien jaar voor het monument afgewerkt was. Anderhalve eeuw later blijft het standbeeld controversieel: de DDR haalde het in 1951 weg Unter der Linden en plaatste het in het park van Potsdam. Honecker bracht het terug in 1980.
Op de Gendarmenmarkt in Berlijn liet Frederik rond 1785 het “Théâtre Français” bouwen. Hij zette ook twee bijna identieke koepels op de Franse en Duitse kerk, uitdrukking gevend aan tolerante houding ten opzichte van religie: Alle Religionen sind gleich und gut. Hij zet daarmee een uiterst doordacht bevolkingsbeleid van zijn vader verder, die Hugenoten die het Frankrijk van Lodewijk XIV ontvluchtten, een veilig heenkomen gaf. Een historisch bewijs hoe de multikulturaliteit een land vooruit kan brengen.
Maar de “Alte Fritz” is vooral de voorstad Potsdam. Toeristisch hoogtepunt is het Holländisches Viertel (Hollandse wijk). Tussen 1734 en 1742 haalde zijn vader Frederik Willem Nederlandse werklieden naar Potsdam die daar 134 rode bakstenen gevelhuisjes bouwden. Zijn Russische Viertel Alexandrowa met 12 blokhuizen in een andreaskruis was daarentegen een minder succes.
Frederik de Grote deed zijn duit in het zakje om de stad te verfraaien, maar zijn levensproject is het Slot Sanssouci (Fr. sans soucis; "zonder zorgen"). Sans Souci ligt op loopafstand van het stadscentrum. Volg niet de wegwijzers naar de ‘officiële’ ingang waardoor je kilometers omrijdt. Vandaag is het UNESCO Werelderfgoed. Na de oorlog vond in het Cecilienhof de Conferentie van Potsdam plaats, met Truman, Churchill en Stalin. Het was in Potsdam dat Truman het nieuws kreeg van de eerste atoombomtest.
De terrassen voor Sans Souci zijn grandioos. Ook de drie kilometer lange wandeling naar het gastenverblijf (Frederik noemde met een flinke dosis zelfspot zijn Neues Palais een fanfaronade) zijn de moeite waard. En voor wie wat honger heeft is de Biergarten achter het kasteel een aanrader.
Frederik de Grote liet op het terras een grafkelder voor zichzelf en zijn geliefde hazewinden bouwen. Hij wees vaak spottend naar de lege kelder met de opmerking "quand je suis là, je suis sans soucis". Hij heeft anders lang moeten wachten om de eeuwige rust te vinden: zijn stoffelijk overschot werd oorspronkelijk bijgezet in de Garnisonskirche te Potsdam, naast het graf van zijn vader. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het gebalsemde lichaam overgebracht naar Marburg om te voorkomen dat het in handen van het Rode Leger zou vallen. Vanaf 1953 stond zijn sarcofaag in het stamslot van het huis Hohenzollern, op de Schwäbischen Alb. Op 17 augustus 1991 is het uiteindelijk bijgezet op het terras van zijn Sanssouci, als bezegeling van de nieuwe Duitse eenheid. Zonder zijn hazewinden…
Docu
Om te beginnen een reisverslag van Jan Hertogen die ons een paar dagen voor was:
Histoires de Berlin Bernard Oudin – Michèle Georges tempus 2010 978-2-262-03209-8
http://www.andersreizen.nl/?/verslag/de01s02.html interessant reisverslag!
http://www.oostwaarts.nl/wandeling-mitte.htm interessant!

Aucun commentaire: