huberthedebouw_nederlands

samedi 25 juin 2011

Limburg – Limbourg: het groot Dietslandproject van Willem Frederik van Oranje-Nassau

Wat hebben Nederlands en Belgisch Limburg (of West- en Oost- Limburg volgens het Limburgcharter gemeen met het vroegere hertogdom Limbourg aan de Vesder? Een paar dorpen maar: Kerkrade, Valkenburg en Teuven. En dan nog: Teuven en de Voer behoorde tot 1963 bij Luik. Waarom noemen die twee provincies dan Limburg? Omdat in 1814 de eerste koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden hoogstpersoonlijk de naam Limburg in de marge van de Grondwet schreef. Met grootse plannen in zijn achterhoofd.
Hertog van Limburg’: sinds 1288 een adelijk titeltje
Het hertogdom Limburg is opgeslorpt door Brabant sinds 1288. Sindsdien was ‘hertog van Limburg’ een adelijk titel tje dat via het Verdrag van Londen van 1839 als compensatie aan Willem van Nassau werd gegeven voor het verlies van franstalig Luxemburg aan België. Op het visitekaartje van de Nassaus stond al Limburg vermeld, maar het ging hier over een Duits graafschap : “Herzog von Nassau, Pfalzgraf bei Rhein, Graf zu Sayn, Königstein, Katzenelnbogen und Diez, Burggraf zu Hammerstein, Herr zu Mahlberg, Wiesbaden, Idstein, Merenberg, Limburg und Eppstein”. Willem bouwt rond dat titeltje een politiek project: zijn privéhertogdom Limburg van Roermond tot Luxemburg…
Volgens Conscience begint het verhaal in 1107 met Hendrik van Limburg.
« In 1114, de Duitschen tegen hunnen keizer opgestaen zynde, nam Godfried-met-den-Baerd deel in den oorlog tegen den keizer. Godfried was hertog van Lotheringen, of liever van Braband, mits die naem alsdan in gebruik kwam. Dit deed ook Hendrik van Limburg, welke eertyds naer het hertogdom gestaen had».
Lees eventjes de tekst met de franse vertaling in het achterhoofd. Dan geeft men er zich rekenschap van hoe Conscience in het Frans dacht: « En 1114, les Allemands s’étant soulevés contre leur empereur, Godfroid-le-barbu participa à la guerre contre l'empereur. Godfroid était duc de Lorraine, ou plutôt de Brabant, puisque ce nom venait en usage alors ». In het nederlands klinkt het bombastisch. In feite is het vertaald uit het frans. Moest Van Aelst dit te weten komen!
Maar gaan we verder met het verhaal van Conscience. Het scheelde geen haar of het hertogdom Limburg had nooit het licht gezien. De snode en ondankbare Hendrik blijft zich hertog van Limburg noemen ondanks de grootmoedigheid van zijn overwinnaar: « Maar Hendrik van Limburg kwam den oorlog aendoen aan Godfried. Deze neemt de vrouw van Hendrik met een groot getal ridders gevangen; zyn vyand alleen was het ontvlugt. Godfried gaf ter dier gelegenheid een bewys van grootmoedigheid: hy zond de vrouw van Hendrik naer haren man terug. Deze schoone daed van Godfried deed indruk op het gemoed van zynen vyand; Hendrik gaf zich ten onderen en een goede vrede werd, in 1107, gesloten. Niettemin, het schynt dat Hendrik zich hertog van Limburg bleef noemen, want het is omtrent dien tyd dat Limburg als een hertogdom begint gemeld te worden ».
Van het prille begin is de titel ‘Hertog van Limburg’ bedrieglijk toegeeigend. Maar loontje komt om zijn boontje. ‘Bedriegers zijn de HEER een gruwel’ (Spreuken 12:22). De rekening wordt gepresenteerd in 1283. Het huwelijk van Reinoud I van Gelre met Imgard van Limburg bleef kinderloos. Daardoor begon in 1283 de Limburgse Successieoorlog. Die vond zijn ontknoping in de Slag bij Woeringen in 1288, die werd gewonnen door hertog Jan I van Brabant. Deze palmde het hertogdom Limburg in. Het hertogdom Limburg verdwijnt en wordt een eretitel. Filips van Sint-Pols is de laatste hertog van Brabant die de titel draagt. Na zijn dood ging het hertogdom naar Filips de Goede, die hij in 1426 als erfgenaam had erkend. Het zou een beetje omslachtig maar niet onmogelijk zijn het spoor verder na te trekken tot de Nassaus. Die mannen koesteren hun titel(tjes) en zijn ook op internet met hun stambomen. Wie daaraan begint moet wel onderscheid maken met het Duitse graafschap Limburg.
Wat wij nu Limburg noemen was tot in 1789 het graafschap Loon (fr. Looz). Loon maakt deel uit van het prinsbisdom Luik sinds 1366
Maar als de Limburgen niets te maken hebben met Limbourg, wat waren ze dan wel? Wat wij nu Limburg noemen was het graafschap Loon dat van 1365 tot 1789 deel uitmaakte van het prinsbisdom Luik. In het frans spreekt men over ‘le pays de Looz’. Vandaag is Looza nog de naam van een fruitsapje.
Arnold, eerste graaf van Loon was de broer van bisschop Balderik van Luik. Arnold bepaalde in 1190 dat zijn graafschap naar de prinsbisschop moest gaan in geval van afwezigheid van mannelijke nakomelingen. Anderhalve eeuw later is dit het geval. In 1336 sterft graaf Lodewijk IV van Loon kinderloos. Zijn neef, Diederik van Heinsberg, eiste de titel op. De prinsbisschop fronste de wenkbrauwen bij deze dubieuze machtswissel, maar ging uiteindelijk akkoord. Maar toen ook Diederik kinderloos stierf en zijn neef Godefroid d’Alembrouck de titel opeiste, was de maat voor Luik vol en werd het graafschap in 1365 ingelijfd bij Luik, na een lange oorlog die de Limburgse Successieoorlog waard was.
De Luikse milities belegerden Stokkem waar Godefroid zich verschanst had. Hij gaf zich over na 30 dagen, tekende alles wat hem gevraagd werd… maar verkocht het jaar erop het graafschap dat niet meer van hem was aan Arnould d’Oreye, heer van Rummen (D.D. Boverie l’histoire de Liège p.90)!
Jean d’Arkel, die bischop werd in 1364 belegert het kasteel van Rummen in 1365. Arnould zet zelfs bombardes in: het eerste gebruik van buskruit in de streek. Uiteindelijk doet hij in ruil voor een jaarlijkse rente van 3000 gulden afstand van alle aanspraken op het graafschap.
Van 1365 tot in 1794 maakt Loon dus deel uit van het prinsbisdom.
Na de slag bij Fleurus werd het Prinsbisdom, het vroegere Loon inbegrepen, door Frankrijk geannexeerd. Loon kwam in het departement Nedermaas (Meuse-Infèrieure) met Maastricht als hoofdstad. Belgisch en Nederlands Limburg werden verenigd.
Willem I schreef hoogstpersoonlijk de naam Limburg in de marge van de Grondwet.
In 1814 gaat Napoleon in ballingschap op Elba. In Wenen kwam een aantal diplomaten bijeen voor het Congres van Wenen om Europa opnieuw te verdelen. Willem I kreeg door het Congres van Wenen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden toebedeeld, waarin Nederland en België verenigd werden. Daarnaast werd Willem I ook groothertog van Luxemburg : de familie was nogal wat pluimen verloren in Duitsland waar een hele serie vorsten, prinsen en hertogen terug een kroon moesten krijgen nadat Napoleon hun kaarten wat had dooreengeschud. Willem kreeg als compensatie het hertogdom Luxemburg. Vanaf 16 maart 1815 wordt Z.H. prins Willem Frederik van Oranje-Nassau aangesproken als Z.M. koning Willem, koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg, prins van Oranje-Nassau.
Bij de vorming van zijn koninkrijk was oorspronkelijk de naam Maastricht of Opper-Gelderland voorgesteld, maar Willem I. schreef hoogstpersoonlijk in de marge van de Grondwet dat hem die benaming niet aanstond en koos voor Limburg. Merkwaardig, omdat het middeleeuws hertogdom Limbourg aan de Vesder op een paar dorpen na niets te maken had met het Limburg van het nieuwe koninkrijk. Maar niemand ging daar verder op in, ook al omdat Willem nogal autoritair was en de tijdsgeest niet tot discussie uitnodigde.
Een klein detail van de geschiedenis: de man die Willem op de troon heeft gezet is een zekere
Leopold graaf van Limburg Stirum . Deze maakte deel uit van het Driemanschap dat op 17 november 1813 een Voorlopig Bewind vormde en de troon aanbood aan Willem. Maar dat heeft niets met de keuze van Willem voor Limburg te maken: Limburg Stirum verwijst naar het Duitse graafschap Limburg.
De provincie wordt dus Limburg gedoopt. Dat belet hen niet mee in verzet te gaan tegen Willem I. Het huidige nederlands Limburg sluit aan bij België. Het nieuwe België van 1830 stelde de naam Limburg niet in vraag, onder andere omdat het goed uitkwam: België maakte aanspraak op Limburg tot Roermond, en op een deel van Luxemburg.
In 1939 geeft Willem der Nederlanden zijn Limburgproject een nieuwe invulling. Hij aanvaardt een vredesverdrag met het opstandige België op voorwaarde dat hij het oostelijke deel van de "Belgische" provincies Limburg en Luxemburg terugkrijgt. Deze provincies hoorden sinds 1830 bij België, op de vestingen van Luxemburg-stad en Maastricht na. Formeel was Luxemburg echter nog steeds een groothertogdom binnen de Duitse Bond. In het Verdrag van Londen (1839) werd het Duitstalige deel van Luxemburg aan Willem teruggegeven, maar werd het Franstalige deel aan België afgestaan. Als compensatie voor dit verlies kreeg Willem de oude hertogelijke titel van Limburg terug, samen met Nederlands Limburg.
Treaty of London, 19 Apr 1839, art. 3: "there shall be assigned to HM the king of the Netherlands, Grand Duke of Luxemburg, a territorial indemnity in the Province of Limburg"; art. 4: "...HM shall possess, either to be held by him in his character of Grand Duke of Luxemburg, or for the purpose of being united to Holland, those territories" which represent the modern Dutch province of Limburg, less Maastricht”
Willem maakt er een potje van : zijn Limburgers krijgen de dubbele nationaliteit. Op 16 Augustus 1839 nam de Duitse Bond, op vraag van Willem I, Limburg (zonder de vestingsteden Maastricht en Venlo) op in de Duitse Bond waardoor de inwoners de dubbele nationaliteit kregen. Limburg moest zelfs een contigent troepen beschikbaar houden en in oorlogstijd de zijde van de Duitse Bond kiezen. Hoewel Maastricht dus niet tot het gebied van de Duitse Bond ging behoren, werd deze vestiging aangewezen als garnizoensplaats voor het Bondscontigent, waartoe een deel van het Nederlandse leger werd gebruikt.
Bij de Hollanders was een grote terughoudendheid tegenover het katholieke agrarische Limburg en velen waren bereid om de provincie helemaal aan de Duitse Bond over te doen.
In Limburg waren dan ook veel separatisten. Sommigen wilden aansluiting bij België. Anderen wilden een vereniging met Luxemburg. In 1848 werd een zekere Scherpenzeel-Heusch met 91% verkozen in het Frankfurter Parlement, afgedwongen door de revolutionaire beweging waar o.a. Karl Marx zijn sporen verdiende. Deze verkiezingen waren trouwens veel democratischer dan de Nederlandse verkiezingen. In die tijd waren in heel Nederland rond de 55.000 stemgerechtigden. In 1848 mocht ook de middenklasse meestemmen.
Wilhelmina de laatste adellijke hertogin van Limburg
Ook zijn zoon , Prins van Oranje-Nassau, was van 1849 tot zijn dood Koning der Nederlanden en Groothertog van Luxemburg, en van 1849 tot 1866 hertog van Limburg. Die titel verloor hij doodat in 1866 de Duitse Bond werd opgedoekt. Limburg en Luxemburg kwamen hierdoor buiten het Duitse staatbestel. De titel hertogdom had geen betekenis meer.Het provinciaal bestuur bleef de titel echter nog gebruiken tot 1906.
Na 1866 bleef de titel van hertog van Limburg als een persoonlijke, adellijke titel gehandhaafd door het Koninklijk Huis. De titel bleef ook in de preambule gehandhaafd tot 1948, toen Wilhelmina aftrad. Aangezien adellijke titels niet worden overgegeven in vrouwelijke lijn, is Wilhelmina de laatste adellijke hertogin van Limburg geweest.
Bij de vrede van Versailles wil België de annexatie van Luxemburg en Limburg
Ook België legt zich niet neer bij het verlies van Limburg. Tijdens de eerste wereldoorlog ontwikkelde de Belgische regering plannen waarin annexatie van Luxemburg, Eupen, Malmedy, St.Vith, Limburg en Zeeuws Vlaanderen, voorkwamen. Nederland zou eventueel met Duits grondgebied, zoals Oost Friesland, gecompenseerd kunnen worden. Ze riepen onder andere in dat de Maasovergangen in Nederlands Limburg invasieroutes waren voor het Duitse leger. Nederland was verontwaardigd: hadden zij niet talloze Belgische militairen en burgers opgevangen?
In Versailles was veel sympathie voor België dat zeer onder de oorlog had geleden. Velen beschouwden de neutrale mogendheid Nederland als pro-Duits. Maar deze Belgische annexatieplannen botste met Wilsons zelfbeschikkingsrecht der volkeren. De herziening van de scheidingsverdragen van 1839 bleef aanslepen tot 1925 toen een nieuw Schelderegiem en een overeenkomst over kanalen naar de Moerdijk en van Antwerpen naar het Ruhrgebied bereikt waren.
Waar is dat nu allemaal goed voor? Waarvoor moet men dat weten? Ik zou zeggen met Willem: 'Ge kunt nooit weten’. Waarom wilde Willem in 1814 Limburg als naam voor het land van Nedermaas? Het kwam hem in 1939 goed van pas! Mischien heeft morgen het Vlaanderen van De Wever genoeg van de Limburgers. Of omgekeerd: hebben van de Limburgers genoeg van het Vlaanderen van De Wever. En dan kan het practisch zijn een nieuwe naam voorhanden te hebben, en niet te moeten improviseren zoals Bossi met zijn Padanië. Het land van Loon lijkt mij een aanvaardbaar alternatief. Beter dan het land van Ooit. Tenzij men wat de Franse toer opgaat en spreekt over het land van Looz. Of Looza… Als Looza dan nog bestaat is een sponsor direct gevonden…

vendredi 15 octobre 2010

City trip naar Berlijn

De koudste lentedagen sinds 140 jaar: koud maar droog. Meer moet dat niet zijn voor een citytrip naar Berlijn, van 11 tot 15 mei 2010. Een klein hotelletje in de Brandenburgische strasse, op loopafstand van de Ku’dam.
De ampelman
Die Ku’dam met zijn grootwarenhuizen is natuurlijk een typisch kapitalistische verschijnsel en lag dus zonder twijfel in het vroegere West Berlijn. Maar vlak bij ons hotel zien wij ampelmannetjes aan de zebrapaden. Die ampelman is het nogal gezet mannetje met een deukhoed die in Oost Duitsland de voetgangersverkeerslichten sierde. In 1990 wilden de Wessies (de West-Duitse veroveraars), die ampelmannetjes verwijderen, samen met natuurlijk een heel pak andere symbolen van de DDR. Maar daar heeft het burgerverzet een stokje voor gestoken. De ampelman is gebleven.
Tussen die ampelman en de Ku’dam moest dus ergens de Muur gelopen hebben, dachten wij. Maar onze redenering klopte niet. De ampelmannetjes zijn niet alleen behouden in het vroegere Oost Duitsland. Zij zijn ook hier en daar ingeplant in het vroegere West-Berlijn. Een elegante manier om de scheiding te doen vergeten? Daarmee is dit mannetje dus een Berlijns symbool geworden. En sommigen stellen voor daar een Europese norm van te maken. In alle geval een veel interessanter debat als de geel-zwarte verkeerspalen van arm Vlaanderen!
De voorstanders van een Europees „Ampelmännchen„ hebben een poot om op te staan.
Dit mannetje is het resultaat van jaren studie door een verkeerspsycholoog. Voor wie Duits verstaat kan een interview lezen met zijn ontwerper (in het Duits) . Hierbij zijn eerste schets. De ontwerper zelf heeft er niets aan verdiend. Integendeel: na de Wende is hij op vervroegd pensioen gesteld. Het is echter een goudmijn geworden voor een gewiekste wessie designer: overal in Berlijn zie je souvenirwinkeltjes waar het mannetje op alle mogelijke manieren – sleutelhanger, T-shirt - aan de man wordt gebracht.
De Muur
Maar dus geen spoor van ‘de’ Muur in de wijk bij ons hotel. Die Muur is trouwens praktisch verdwenen. In het centrum van de stad werden met kinderkopjes acht kilometer van de voormalige Muur door een dubbele rij stenen gemarkeerd. Het langste (1316 meter) overgebleven fragment van de Muur staat langs de oever van Spree aan de Mühlenstraße. Omdat de grens zich hier op de andere oever van de rivier bevond, was dit muurdeel geen onderdeel van de buitenmuur, maar van de zogenaamde Hinterland-Mauer, die het grensgebied aan de Oost-Berlijnse zijde afsloot. En ander restant van de Muur, in dit geval wel van de buitenmuur, is te vinden aan de Niederkirchnerstraße nabij de zetel van het Berlijnse parlement. Sommige “restanten” zijn zelfs fake: het Muurmonument in de Bernauer Straße werd ter bezichtiging opnieuw gebouwd. Ook Checkpoint Charlie is fake. Checkpoint Charlie werd gesloopt op 22 juni 1990 en met een stenen silhouet in het asfalt aangegeven. In 2000 werd een kopie van het wachthuisje opgericht. Dit checkpoint was de enige controlepost waar buitenlanders over de weg Oost-Berlijn konden binnentreden.
Potsdamer Platz
Een bezoek waard is de Potsdamer Platz, waar ooit de Berlijnse Muur dwars overheen liep, met de Brandenburger Tor. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Brandenburger Tor ernstig verwoest. In 1956 besloot de RDA om de poort weer op te bouwen. Na de bouw van de Muur in ’61 stond de Brandenburger Tor in het niemandsland. Men kon van zowel de oost- als de westkant niet meer door de poort. Op 22 december 1989 werd onder luid gejuich van 100.000 mensen de poort weer geopend. Die Tor glipt elke dag door je handen als muntstuk (euromunten van 10, 20 en 50 cent). De geschiedenis van het Quadriga (het vierspan en Victoria bovenop) is interessant. Die poort werd in 1791 onder de naam 'Friedenstor' gedoopt. Napoleon ontvoerde het vierspan in 1806. Na Waterloo kwam het vierspan terug, maar de restaurateur en monumentenbouwmeester Schinkel verving de 'vredeskrans' in de hand van de godin door het IJzeren Kruis. In het revolutiejaar 1848 werd een betoging van tienduizend Berlijners onder de Brandenburger Tor uiteengeslagen. Er kwamen 183 burgers en 19 soldaten om het leven. Zowat hetzelfde aantal als er een eeuw later aan de Muur zijn gestorven.
In 1945 deed een artillerievoltreffer de godin samen met de wagen smelten; slechts tweeëneenhalf paard bleef behouden. De DDR restaureerde de Tor, en mocht daarvoor de oorspronkelijke vormen gebruiken die in West Berlijn lagen. Maar de DDR plaatste de staf met de adelaar en het ijzeren kruis niet terug; Victoria kreeg haar oorspronkelijke vredeskrans in de hand.
Met Oudejaarsnacht in 1990 klommen dronken jongelui naar boven en gingen de paarden en Victoria met hamers en sektflessen te lijf, kakten in de strijdkar en tagden leuzen als ‘Leve de Anarchie’. Na afloop telde Victoria’s lauwerkrans niet een blaadje meer en waren de teugels en het dek van de paarden verdwenen. Meegenomen als souvenir, zoals beneden de Muur al wekenlang tot gratis souvenirwinkel geworden was. In de daaropvolgende restauratie in 1991 kreeg Victoria als bij wonder haar ‘Pruisische’ staf weer terug.
Een zeer gedetailleerd relaas van de geschiedenis van de Tor rept eigenaardig genoeg met geen woord over het terugplaatsen van het ijzeren kruis. Een detail van de geschiedenis?
Vlakbij is het herdenkingsmonument van de Holocaust, bestaande uit honderden betonnen rechthoeken. Er is wat ophef geweest toen bekend werd dat de anti-taglaag geleverd is door een filiale van Degussa, die ook het Zyklon B gas leverde voor de gaskamers. Voor de rest een indrukwekkend monument, dat mij doet denken aan de joodse begraafplaatsen waar de gedenkstenen praktisch op elkaar stonden wegens te weinig plaats.
De Sonybuilding
Een aantal moderne gebouwen zijn als paddenstoelen opgerezen in de strook die na de hereniging is vrijgekomen. De Sonybuilding aan de Potsdamer Platz, met zijn voorsteven in glas, is er een van. Hitlerarchitect Speer bouwde gebouwen die na het duizendjarig rijk mooie ruines zouden achterlaten. Die ruines zijn er gekomen, niet door de tand des tijds, en niet na duizend jaar, maar door de tapijtbombardementen van Churchill. De Sony building van Helmut Jahn zal geen mooie ruines achterlaten. Maar zou wel het onderwerp kunnen uitmaken van een nieuwe kristalnacht. Christo pakte de Rijksdag in. Wie lanceert het idee om alle ruiten van de Sony building te laten springen?
Sony heeft wel zijn eigen ruiten ingeslagen: in 2006 heeft het bedrijf het complex moeten verkopen voor 600 miljoen euro, waar het in totaal 750 miljoen euro gekost had. De 8 miljoen bezoekers per jaar bleven onder de businessvooruitzichten en dus moest er 150 miljoen van de verkoopprijs af. Maar het is geen total loss: het gebouw behoudt de naam Sony Center. Maar die naam is nergens te zien. Whats in a name? Hier weten wij het: 150 miljoen euro dus.
Nu zijn wij, eerlijk gezegd, die (financiële) put van 150 miljoen voorbijgelopen. Wij hebben er juist de glazen boeg van gezien op de Ku’dam. Ik had in Berlijn als enige gids een boekje ‘in de sporen van Brecht’. Een beetje mager: ik ben nog nooit sinds mijn brugpensioen zo slecht voorbereid op stap geweest.
Het Sony Center is als economische mislukking – al zie je er het niet aan – typisch voor het kapitalisme van de XXI eeuw. Aan de Spree is nog een monument van het triomferend kapitalisme. Het Haus der Kulturen der Welt, ook 'zwangere oester' genoemd, is een geschenk van de USA aan West-Berlijn. Gebouwd volgens plannen van Hugh A.Stubbens in 1956/57. Hier geen financiële put, maar in 1980 stortte het dak in elkaar omdat de stalen kern doorgeroest was. In 1987 werd de oester weer opgebouwd. Voor het gebouw staat de bronzen vlinder van Henry Moore.
Vlakbij het Sony center kun je de KaDeWe binnenlopen; het Kaufhaus des Westens, het grootste warenhuis in Europa na Harrod’s in Londen. Het was niet de bedoeling de Oostduitsers de ogen uit te steken met dit Kaufhaus: het stamt uit 1907. Dit is ook het triomferend kapitalisme, maar van honderd jaar vroeger. Een Inno in het kwadraat waar zelfs een verstokte shoppinghater zoals ik een uurtje met plezier kan in rondwandelen.
de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche
Vlakbij is de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Deze neoromaanse kerk werd in 1943 platgebombardeerd door de geallieerden. Alleen de toren staat er nog en zelfs die is verre van heel. Vandaar zijn bijnaam ‘holle kies’. De Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche is in de Tweede Wereldoorlog door een bombardement zwaar beschadigd. Het was nu niet speciaal een historisch monument: gebouwd rond 1891 in een neoromaanse stijl. Maar voor een of andere reden dierbaar aan de Berlijners. In ieder geval werd er na de oorlog genoeg geld ingezameld om die terug in de oorspronkelijke staat op te bouwen. Men besliste echter de ruïne als monument te behouden, en ernaast een achthoekige nieuwe kerkzaal evenals een achthoekige nieuwe klokkentoren te bouwen. De kerkzaal vooral is indrukwekkend voor een prefab van staal en beton, met zijn 20.000 ramen van gebrandschilderd glas in Chartresblauw.
Een goede voorbereiding want Berlijn is groot!
Door mijn gebrekkige voorbereiding hebben wij wat tijd verloren in minder interessante plaatsen. Berlijn is met zijn 3,4 miljoen inwoners de op één na grootste stad in de Europese Unie. De stadstaat Berlijn is met zijn 890 vierkante km ook groot in oppervlak. De stadsgrens is 234 km lang. Hou daar rekening mee. Waag het bijvoorbeeld niet op goed geluk naar een vage bestemming zoals Prenslauer Berg of Kreuzberg te stappen. Die wijken zijn gekend als alternatieve wijken, maar ze zijn zo groot dat men wel een beetje moet weten waar het interessant is. De Kastanienallee bijvoorbeeld is zowat de Brabantstraat van Schaarbeek. De moeite om eens door te wandelen. Op zondag is er een Flohmarkt op de Prenzlauer Berg (voor de andere Trödelmärkte http://www.berliner-adressen.de/Freizeit_Hobbys/Flohmarkt-Troedelmaerkte/-Troedelmaerkte/)
Hoewel de structuur van het openbaar vervoer nogal ingewikkeld is, met spoorlijnen, U en S-bahn en een busnet, is het de moeite een trein, tram of metro te nemen wil men lange eentonige wandelingen vermijden.
Files aan de Reichstag en Fernsehturm
Ook belangrijk om weten: op bepaalde plaatsen zijn er lange files. Wie zei ook weer dat die files typisch waren voor de DDR? Aan de Reichstag zit er niets anders op dan minstens anderhalf uur te wachten, op gelijk welk moment van de dag; zelfs s’morgens bij de opening. Voor ons een reden om van een bezoek af te zien. Sir Norman Foster plaatste in 1999 een transparante koepel op de in 1933 uitgebrande Reichstag. Vanaf het dak van het gebouw kan men door deze koepel de vloer van de hoofdetage en daarmee ook het vergaderende parlement zien. De transparantie zou een metafoor zijn voor de werking van de democratie. Ook een deel van de Russische graffiti en een aantal kogelgaten uit 1945, zijn tegen de zin van vooral conservatieve Duitse parlementsleden, achter plexiglas geconserveerd.
Vanop de tv-toren de Fernsehturm van de vroegere DDR heb je van 203 meter hoog een prachtig zicht op heel Berlijn. Daar zijn ook lange wachttijden. Maar je kunt er een ticket nemen en ze zeggen je op tien minuten na wanneer je binnen kunt. Wie zich in het draaiend restaurant boven wil installeren en Berlijn aan zich wil zien voorbijschuiven moet nog eens een uur geduld hebben. Tijdens de wachttijd heb je dan ruim de tijd om even goedendag te gaan zeggen aan Marx en Engels, een paar honderd meter verder, de Dom binnen te gaan of een toertje te doen door het museuminsel.
De eerste indruk van Berlijn is dus die verdwenen Muur: een kilometerslang litteken waar de twee stadsdelen terug aan elkaar worden genaaid, na 45 jaar scheiding; een beetje zoals de ritssluiting van iemand die een openhartoperatie heeft gehad.
D-Mark en Muur
Alles is begonnen met de invoering in 1948 van de D-Mark in West-Duitsland. De Sovjet-Unie reageerde door voor de Sovjetbezettingszone en Berlijn een eigen munt in te voeren. 50.000 Oost-Berlijners werkten in West-Berlijn, terwijl ze onder financieel gunstige voorwaarden in Oost-Berlijn woonden. Veel West-Berlijners konden in Oost-Berlijn goedkoop inkopen doen. De Sovjet-Unie reageerde met de blokkade. De westelijke geallieerden moesten nu 2,2 miljoen West-Berlijners zien te bevoorraden.
Op 23 mei 1949 gingen de westelijke bezettingszones op in de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland); op 7 oktober van hetzelfde jaar werd de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) gesticht. Formeel bleef Berlijn de status houden van gedemilitariseerde viersectorenstad. In de praktijk functioneerde West-Berlijn echter steeds meer als een deelstaat van de Bondsrepubliek en werd Oost-Berlijn tot Hoofdstad van de DDR uitgeroepen.
Een steeds groter aantal burgers uit het oosten nam zijn toevlucht tot de Bondsrepubliek. Het onderwijs in Oost Duitsland was goed en gratis. Veel Ossies denken met heimwee terug aan hun onderwijssysteem. Maar de lonen van de gediplomeerden lagen dikwijls zelfs onder die van ongeschoolde arbeiders die zwaar werk deden. Deze uittocht van grotendeels hoogopgeleide jonge mensen vormde een serieuze bedreiging voor de economie van de DDR. In 1952 begon men de grens van DDR-zijde af te sluiten. De sectorgrens in Berlijn was echter nauwelijks te bewaken. Via de lekkende grens verlieten tussen 1949 en 1961 zo'n 2,6 miljoen mensen (of 20 procent van de DDR-bevolking) de DDR. In augustus 1961 werd daarom begonnen met de bouw van de Berlijnse Muur .
De val van die muur is een goudmijn geworden voor bouwpromotoren; minder interessant was die voor huurders. Daar bovenop kwam de verhuis van Wessies die de afgedankte staatsambtenaren van Oost Duitsland moesten vervangen, en de verhuis van het Parlement van de Bundesrepublik die zijn hoofdstad van Bonn naar Berlijn heeft overgebracht. Ook dat heeft ertoe bijgedragen de huren op te drijven. Een beetje zoals met de ambtenaren van het Europees Parlement in Brussel.
Die verhuis werd in 1991 met een kleine meerderheid (18 stemmen) besloten. Een argument tegen de verhuis was dat er “spoken uit het verleden uit de kasten zouden komen’’. Eigenlijk niet slecht gezien. Financiën zit in het vroegere Rijksluchtvaartministerie van Göring. Arbeid en Sociale Zaken zit in het voormalige propagandaministerie van Joseph Goebbels. Defensie trok in het vroegere hoofdkantoor van de Wehrmacht. En wij hebben gezien hoe Victoria op de Brandenburger Tor haar adelaar met IJzeren Kruis terug kreeg…
de Rosa-Luxemburg-Platz in de wijk Mitte
Een stad bezoek je zoals een artisjok: naarmate men de lagen afpelt komt het hart vrij. Een tweede pel is het vroegere Oost Berlijn: hoe leefde men er? Wat hebben onze Oost-Duitse kameraden geprobeerd op te bouwen? In de sporen van Brecht trokken wij naar de Rosa-Luxemburg-Platz in de populaire wijk Mitte. Het kale plein moet het vooral hebben van de Volksbühne. Dit theater in Art Nouveau stijl werd gebouwd juist voor de eerste wereldoorlog met de „Arbeitergroschen”, de penning van de arbeider. Max Reinhardt was er artistiek directeur van 1915 tot 1918. Erwin Piscator was Ober-Regisseur. In 1928 was er de première van de Driestuiversopera van Brecht.
In de stoepen liggen her en der metalen platen, met teksten zoals “De arbeidersklasse is de enige die er geen belang bij heeft vrouwen politiek te benadelen” en “Ach Dziodziu, zal ik nooit een kind hebben?” Het zijn citaten uit persoonlijke brieven en teksten van de revolutionaire Rosa Luxemburg. Na de val van de Muur schreef de rood-rode regering van Berlijn een prijsvraag uit voor een monument voor Rosa Luxemburg. Maar aan de oeverloze discussie kwam maar geen einde. In 1998 besloot het ‘Anti-ijstijd-comité’ niet langer af te wachten. De Ossiekunstenaar Rolf Biebl maakte een bronzen standbeeld van Luxemburg. Linkse activisten plaatsten dit voor de partijcentrale van de PDS (het overblijfsel van de communistische partij). Het PDS-bestuur werd door deze “ondemocratische zet” zo in verlegenheid gebracht, dat het besloot het standbeeld naar het Franz-Mehring-Platz te verplaatsen. Uiteindelijk koos een jury voor een 'subtiel' monument van Hans Haacke. Teksten waarin de revolutionaire boodschap van Rosa verdronken werd in persoonlijke teksten zonder veel inhoud. En teksten waar men letterlijk zijn voeten aan veegt (because ingewerkt in het voetpad). Bijna even subtiel als de Bushvoetmat bij mijn dochter Line…
De tweede prijs werd gewonnen door een kunstenaarsduo dat - geïnspireerd door de T-shirts met Che Guevara en het RAF-symbool, die in Berlijn gretig aftrek vinden - voorstelde het merk ‘Rosa de Luxe’ te commercialiseren. N'importe quoi...
In 2008 werd uiteindelijk een tweede versie van het bronzen standbeeld van Biebl gegoten en teruggeplaatst op de Rosa-Luxemburg-Platz.
Valkbij is het historisch lokaal van die Linke. In 1926 nam de KPD hier zijn intrek in een voormalige conservenfabriek. Een plaquette op de buitenmuur herinnert nog aan de beroemde KPD-leider Ernst Thälmann, die op de derde verdieping zijn werkkamer had. In 1933 bezetten de nazi’s het pand. Na de oorlog recupereerde de SED haar partijcentrale. Na de Wende werd het complex de partijcentrale van de PDS. Deze partij, opvolger van de SED, ging in mei 2007 op in Die Linke die ook het lokaal overnamen.
Het Treptower Park en zijn sovjetgedenkteken
Tien kilometer verder naar het zuiden ligt het 88 hectare groot Treptower Park aan de oever van de Spree. Rond de Spreejachthaven zijn een paar cafés en bars. Daar werd in 1946 een gedenkteken aangelegd ter herinnering aan de 20.000 Sovjet-soldaten die gesneuveld zijn bij de slag om Berlijn.
Sinds 1995 organiseert de "Bund der Antifaschisten Treptow" op 9 mei een plechtigheid met bloemen en kransen. 9 mei is de Russische feestdag van de bevrijding. Wij waren er een paar dagen later en vonden nog overal kleine bloementuiltjes als stille getuigen van de sympathie van grote delen van de bevolking voor de sovjets en nostalgie naar de DDR periode. Door een grote granieten poort komt men op een voorplaats met ‘‘Mutter Heimat’’, een moeder die om haar gevallen zoon treurt. Vanaf hier opent zich de zichtas naar het hoofdmonument. Een grafveld is geflankeerd door 16 marmeren sarcofagen, symbool voor de 16 toenmalige Sovjetrepublieken. Aan de kopse kanten zijn uitspraken van Stalin te lezen, links in het Russisch, rechts in het Duits. De CDU heeft geprobeerd die Stalin-citaten te laten verwijderen, maar de districtsraad van Treptow-Köpenick heeft dit geweigerd. Het eigenlijke monument - 12 meter hoog en 70 ton- stelt een soldaat voor, die in de rechter hand een zwaard en in de linkerhand een kind vasthoudt. Met zijn laarzen vertrapt hij een hakenkruis.
de Hackeschen Höfe
Typisch voor Berlijn zijn de Höfe: blokken van vier à vijf verdiepen in vierkantsvorm rond een binnenhof. Of moeten wij zeggen: typisch Germaans? In Wenen is het Karl Marxhof werelderfgoed…
Die Höfe zijn werkelijk de tegenpool van Le Corbusier; nogal donker en eeuwig in de schaduw; begijnhoven, maar dan vier verdiepen hoog. Eigenaardig voor een stad die toch erg noordelijk ligt en zo al weinig zon heeft? De verklaring is een wet die – zoals Hausman in Parijs ook deed – de hoogte van de gebouwen beperkte tot vier maal de breedte van de straten. De huisjesmelkers bouwden dan maar een aantal Höfe achtereen. De hoekkamers van die blokken hadden geen raam en werden ‘Berliner’ genoemd. Maar blijkbaar hebben doe blokken toch iets wat de mensen blijft aantrekken.
De eerste architecturale verwezenlijkingen van de DDR gingen wel een andere richting uit. Vele Bauhauskunstenaars werden door de nazi’s verbannen. Verschillende Bauhauskunstenaars hadden meegewerkt aan de eerste vijfjarenplannen in Rusland en vele Bauhauskunstenaars hadden zich na de val van de nazi’s in de DDR gevestigd. De eerste appartementsblokken gingen dus eerder richting Bauhaus. Maar in 1950 werd een campagne tegen het ‘formalisme’ gelanceerd. Ook in de architectuur stapte men snel af van de Bauhausconcept omdat dit niet klikte met de smaak van het volk. Men ging onder andere terug naar de Höfe.
Het moet gezegd dat vanaf ’65 men terugkwam van die ‘nationale stijl’, in die mate zelfs dat de DDR op wereldvlak toonaangevend werd voor design.
Het bezoeken waard zijn de Hackeschen Höfe aan de Rosenthalerstrasze. Acht Höfe met evenveel binnenpleintjes: gekleurde tegeltjes, die vierkante ruitjes in de grote ramen, de gezelligheid, de beslotenheid met toch die verre blauwe lucht erboven, een interessante boekenwinkel... De hofjes volgen elkaar onverwachts grillig op. Vlakbij is nog het S-Bahnstation Hackescher Bahnhof, architecturaal interessant, met veel smeedwerk, veel glas, baksteen in rosasmotief gemetseld . Op 1 mei 1952 veranderde een gauchistische aparatchik de naam van het station Bahnhof Hackescher Markt in Bahnhof Marx-Engels Platz. Een eerder ongelukkig initiatief: aangezien de Marx-Engels Platz niet bepaald in de nabijheid van het station ligt, zorgde de naam voor veel verwarring.
De mozaïekfries van het Haus des Lehrers op de Alexanderplatz is met zijn 125 meter lengte en zijn drie verdiepen hoogte is een van de grootste kunstwerken in de wereld. Voor de rest is het gebouw een typische kastenbouw. Zover zijn wij nooit geraakt. Wereldrecords zijn voor ons geen referentie.
De Gendarmenplatz, Potsdam en Frederik de Grote
Na de Muur ende DDR komen wij aan de derde laag van de artisjok: de historische kern. In 1701 maakte koning Frederik II van Berlijn de hoofdstad van Pruisen. Hij zette Berlijn op de kaart. Alles is relatief natuurlijk: bij de troonsbestijging van zijn vader in 1643 telde de stad amper 6000 inwoners; bij de dood van Frederik II in 1786 telde Berlijn 112.000 inwoners. Slechts met Bismarck situeert Berlijn zich als wereldstad: in 1871 bereikt de stad zijn eerste miljoen.
Een koning-filosoof bij wie de filosofie geen steriele hobby was maar een leidraad voor zijn handelen. Verder ook een verdienstelijk componist en vriend van Voltaire. Hij schreef in het begin van zijn troonsbestijging een ‘anti-Machiavelli’, met voetnoten van Voltaire: een regeringsprogramma dat hij consequent volgde.
Zijn vader probeerde hem met alle middelen van zijn interesse voor muziek, literatuur en filosofie af te brengen, met methodes die iedere andere persoonlijkheid zou gekraakt hebben. "Fritz" werd geslagen als hij van een paard afviel of als hij bij koud weer handschoenen droeg. Zijn vader vond dat zijn zoon maar een zwakkeling was. Ik vraag mij trouwens af waarom de gays van hem geen boegbeeld gemaakt hebben: om hem terug in de ‘goede’ richting te plooien deed zijn vader in 1730 zijn beste vriend Hans Hermann von Katte voor zijn ogen onthoofden. Het moet gezegd zijn dat die straf wel een politieke basis had: Frederik had met zijn vriend Katte het plan opgevat om naar Engeland uit te wijken. En dat was voor zijn vader landverraad.
Ondanks die opvoeding is Frederik dus toch uitgeroeid als een interessante persoonlijkheid. Weinigen hebben op een zodanig bewuste manier de geschiedenis geleid. Onze Frederik was de held van de Jong-Hegelianen. Marx noemde hem ‘alte Fritz’. Carl Friedrich Koppen droeg in 1840 zijn Jubelschrift ‘Friedrich der Grosse und seine Widersacher’ op aan zijn vriend Karl Marx. Wie het boek in het gotisch wil lezen kan terecht op google.be/books.
In Romeins schrift beter leesbaar kan ik p24 en p198 aanbevelen als interessante lectuur
Hij leerde zijn volk patatten eten op een heel clevere manier. Op 24 maart 1756 vaardigde hij het beroemde Kartoffelbefehl uit. Zaadgoed werd gratis verdeeld en veldwachters en politieagenten zagen er op toe dat inderdaad met de verbouw werd begonnen, want de aardappel had (deels terecht) de naam giftig te zijn en de boeren stribbelden tegen. Hij kreeg het volk pas zover door een veld met aardappelen door gewapende soldaten te laten bewaken. Nieuwsgierige boeren kregen te horen dat er aardappels voor de koninklijke tafel werden verbouwd. Het zaadgoed werd prompt, en onder het toeziend oog van de wacht, gestolen. Wat goed was voor de koninklijke tafel moest tenslotte iets bijzonders zijn. Tot op de dag van vandaag zouden daarom op zijn graf altijd een paar aardappelen te vinden zijn ...
Alte Fritz schreef niet alleen zijn regeringsprogramma neer in zijn ‘anti-Machiavelli’. In 1775, op het einde van zijn leven, schreef hij zijn Politiek Testament. Weinige verkozen politici hebben zich zo consequent tegenover hun kiezers verantwoord als de alte Fritz tegenover zijn onderdanen…
Een klein uittreksel om die grote historische figuur beter te leren kennen.
De boeren heb ik vrijgesteld van bepaalde diensten, die ze in het verleden moesten verrichten. In plaats van zes dagen per week, zoals vroeger, moeten ze nu nog maar drie dagen herendiensten verrichten. De heerser moet een evenwicht tot stand proberen te brengen tussen de boer en de edelman, opdat ze elkaar niet zouden ruineren. In Silezië leeft de boer op goede voet; in Opper-Silezië is hij nog lijfeigene. Mettertijd zou men moeten trachten hem vrij te maken. Daarvoor heb ik zelf het voorbeeld gegeven op mijn domeinen. Katholieken, Lutheranen, Hervormden, Joden en talrijke andere christelijke sekten wonen en leven in mijn staat vreedzaam naast elkaar. Als een heerser uit slecht begrepen ijver op de gedachte zou komen, één van deze godsdiensten te bevoordelen, dan zouden zich dadelijk partijen vormen en twisten uitbreken. Ik ben in zekere zin de paus van de Lutheranen en het kerkelijk hoofd van de Hervormden. Ik benoem predikanten en eis van hen alleen zuiverheid van zeden en verdraagzaamheid. Ik verleen echtscheidingen en op dit punt ben ik zeer toegeeflijk. Het huwelijk is in de grond immers alleen een burgerlijke overeenkomst, die ongedaan kan gemaakt worden van zodra beide partijen ermee instemmen. Een heerser is niet tot zijn hoge rang verheven en men heeft hem niet de hoogste macht toevertrouwd, opdat hij zou leven in ledigheid, zich zou vetmesten met de eigendom van het volk en zelf goede dagen zou hebben, terwijl alle andere lijden, De heerser is veeleer de eerste dienaar van de staat".
Men kan natuurlijk ook deze fascinerende persoonlijkheid benaderen via de sporen die hij in het stadsbeeld van Berlijn heeft achtergelaten. Unter den Linden staat het 13,5 meter hoge Reiterdenkmal Friedrich des Grossen (Ruiterstandbeeld van Frederik de Grote). De Deutsche Gründlichkeit geldt ook voor momumenten: in totaal 40 kunstenaars hebben over 70 jaar een honderdtal plannen hadden voorgesteld vooraleer er een beslissing werd genomen over het uiteindelijke ontwerp. Pas in 1839 werd begonnen met de bouw van het standbeeld. De beeldhouwer Rauch had zijn ontwerp gemaakt 10 jaar vroeger en het duurde nog een tien jaar voor het monument afgewerkt was. Anderhalve eeuw later blijft het standbeeld controversieel: de DDR haalde het in 1951 weg Unter der Linden en plaatste het in het park van Potsdam. Honecker bracht het terug in 1980.
Op de Gendarmenmarkt in Berlijn liet Frederik rond 1785 het “Théâtre Français” bouwen. Hij zette ook twee bijna identieke koepels op de Franse en Duitse kerk, uitdrukking gevend aan tolerante houding ten opzichte van religie: Alle Religionen sind gleich und gut. Hij zet daarmee een uiterst doordacht bevolkingsbeleid van zijn vader verder, die Hugenoten die het Frankrijk van Lodewijk XIV ontvluchtten, een veilig heenkomen gaf. Een historisch bewijs hoe de multikulturaliteit een land vooruit kan brengen.
Maar de “Alte Fritz” is vooral de voorstad Potsdam. Toeristisch hoogtepunt is het Holländisches Viertel (Hollandse wijk). Tussen 1734 en 1742 haalde zijn vader Frederik Willem Nederlandse werklieden naar Potsdam die daar 134 rode bakstenen gevelhuisjes bouwden. Zijn Russische Viertel Alexandrowa met 12 blokhuizen in een andreaskruis was daarentegen een minder succes.
Frederik de Grote deed zijn duit in het zakje om de stad te verfraaien, maar zijn levensproject is het Slot Sanssouci (Fr. sans soucis; "zonder zorgen"). Sans Souci ligt op loopafstand van het stadscentrum. Volg niet de wegwijzers naar de ‘officiële’ ingang waardoor je kilometers omrijdt. Vandaag is het UNESCO Werelderfgoed. Na de oorlog vond in het Cecilienhof de Conferentie van Potsdam plaats, met Truman, Churchill en Stalin. Het was in Potsdam dat Truman het nieuws kreeg van de eerste atoombomtest.
De terrassen voor Sans Souci zijn grandioos. Ook de drie kilometer lange wandeling naar het gastenverblijf (Frederik noemde met een flinke dosis zelfspot zijn Neues Palais een fanfaronade) zijn de moeite waard. En voor wie wat honger heeft is de Biergarten achter het kasteel een aanrader.
Frederik de Grote liet op het terras een grafkelder voor zichzelf en zijn geliefde hazewinden bouwen. Hij wees vaak spottend naar de lege kelder met de opmerking "quand je suis là, je suis sans soucis". Hij heeft anders lang moeten wachten om de eeuwige rust te vinden: zijn stoffelijk overschot werd oorspronkelijk bijgezet in de Garnisonskirche te Potsdam, naast het graf van zijn vader. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het gebalsemde lichaam overgebracht naar Marburg om te voorkomen dat het in handen van het Rode Leger zou vallen. Vanaf 1953 stond zijn sarcofaag in het stamslot van het huis Hohenzollern, op de Schwäbischen Alb. Op 17 augustus 1991 is het uiteindelijk bijgezet op het terras van zijn Sanssouci, als bezegeling van de nieuwe Duitse eenheid. Zonder zijn hazewinden…
Docu
Om te beginnen een reisverslag van Jan Hertogen die ons een paar dagen voor was:
Histoires de Berlin Bernard Oudin – Michèle Georges tempus 2010 978-2-262-03209-8
http://www.andersreizen.nl/?/verslag/de01s02.html interessant reisverslag!
http://www.oostwaarts.nl/wandeling-mitte.htm interessant!

vendredi 11 septembre 2009

Ierland II: Famine museum, Titanic Troubles en authentieke Black Taxi Tours

De Ieren hebben de kunst om van ongelukken en rampen toeristische attracties te maken. Er zijn ontelbare Famine museums. Als ik morgen in Outremeuse met het voorstel op de proppen kom om een choleramuseum te openen word ik gek verklaard. In Ierland koesteren ze hun ongeluk.
In Belfast heb je de Titanic tour. Als in Zeebrugge de Herald of Free Entreprise kapseist, verandert de rederij Thowsend Thoresen haar naam in P&O. In Ierland roemen ze er zich op de Titanic te hebben gebouwd en in Derry kun je een Titanic Tour doen: een havenrondvaart met als hoogtepunt de werf waar deze schuit is gebouwd.
In 67 begon de zoveelste republikeinse opstand. Gedurende jaren lag alle openbare leven stil. Honderden huizen werden in brand gestoken en tientallen mensen gedood. De Ieren maken er een toeristische attractie van: je kunt in Belfast met de « black taxis » een Political Tour maken.
Deze black taxis waren oorspronkelijk “wilde” taxis die in elke wijk waren georganiseerd om het openbaar vervoer te vervangen: geen enkele bus reed nog wegens het bomgevaar. De taxichauffeurs waren ex politieke gevangenen van elke gemeenschap.
De huidige chauffeurs zijn natuurlijk in het beste geval de zonen van. Hoewel de meeste taximaatschappijen nog altijd de kerk in het midden houden: zo kregen wij voor onze Black Taxi Tour een republikein en een loyalist als chauffeur.
De “murals: fake or not fake?
De muurschilderingen (murals) die ze laten zien zijn ook al lang niet meer authentiek. Ze zijn een toeristenval geworden (op de kaart van Belfastaan te klikken): ze worden geleidelijk en planmatig overschilderd om een meer aantrekkelijk beeld van de streek te geven aan toeristen en investeerders.
In Newtownards was een mural met paramilitairen die met geweren zwaaien. Hun slogan, « Het is beter rechtop te sterven dan op je knieën te leven" hadden ze - zonder copyright – gejat van de Passionnaria Dolores Ibarruri. Vandaag is die overschilderd door het beeld van een beroemde stadsgenoot, soldaat Blair Mayne, groot rugbyspeler en SAS man in de woestijnoorlog tegen Rommel. De man had al een standbeeld in de stad…
Maar Belfast spant op dit gebied de kroon. Op de Newtownards Road, bij het binnenrijden van Belfast, passeren wij langs wat de locals spottend "Freedom corner" noemen, en waar veel toeristen op flippen. Een van de ruwste mural-sites van de stad. En wij hebben het hardste nog niet gezien: in 2007 waren vijf van die murals al overschilderd. Zo kan men op de kruising van Dee Street met Newtownards Road een prachtige mural zien van Captain Smith op de zinkende Titanic. Die mural is nu al als postkaart te verkrijgen.
Het overschilderen van die militaria maakt deel uit van een strategisch plan. Verhelderend daarvoor is het getuigenis van Hoey, ex-paramilitair van de UVF (Ulster Volunteer Force), vandaag als terroristische organisatie beschouwd door het Verenigd Koninkrijk. Hoey is geëngageerd door de 'Re-Imaging Communities Programme’ om manieren te vinden om murals en emblemen te vervangen door meer positieve beelden. De ‘dogs of war’, mannen in camouflage uniform en kalashnikovs, worden overschilderd door meer positieve 'zonen van Ulster', sportmannen, schrijvers en muzikanten. Paul Hoey legt uit: "als een investeerder naar Oost Belfast komt kan hij worden afgeschrikt door die militaristische murals." Hoey legt ook uit dat "die murals niet verloren zijn, we hebben ze gefotografeerd. Je kunt er een copies van kopen in de Union Jack shop hier vlakbij."
Dat overschilderen gebeurt heel professioneel. Die paramilitaire groepen contracteren een firma die de stelling komt zetten, verzekering tegen arbeidsongevallen incluis. Minder begaafde schilders doen het grof werk en alles wordt afgewerkt door artiest die soms met een projector om het beeld op de muur te scannen. Het overschilderen van een mural komt op £4,000.
In Belfast zagen wij, op een pleintje langs het protestantse Shankill Road, de voetballegende George Best. En onder het portret van Willem van Orange (Tavanagh Street) zit de mural 'The Grim Reaper' geschilderd in 1998. De wijk die wij bezochten wordt gecontroleerd door de Ulster Defence Association (UDA) met zijn gewapende arm de Ulster Freedom Fighters (UFF). In maart 2008 aanvaardt de UDA haar grimmige magere Hein te overschilderen.
Ook zij worden over de brug geholpen door geld van de Arts Council' 'Re-imaging programme'
Een andere ‘Grim Reaper’ van de Uda in Tullycarnet is overschilderd met een Noords Ierse oorlogsheld James Magennis, die het Victoria Cross kreeg. En, neusje van de zalm, een katholiek nog wel.
Wij zijn wel benieuwd over let lot van de « Mona Lisa » in Shankill: iedereen op het plein heeft de indruk in het vizier te zitten van die gemaskerde sluipschutter. Met een dergelijke bijnaam is er weinig kans dat hij in de volgende jaren overschilderd wordt: aan een Mona Lisa raakt men niet. En de toerist heeft graag wat koude rillingen…
Een 'Re-imaging’ programma
Deze initiatieven zijn geprogrammeerd. De 'Re-Imaging Communities Programme' engageert mensen van de wijken en ex-paramilitairen om manieren te vinden om die verscheurende murals te vervangen door meer positieve beelden.
Aan republikeinse (of katholieke) kant is het al niet veel beter. In Derry wordt de achterkant van de Free Derry Corner bijna iedere week overschilderd. De kop van Patrick Doherty die stierf aan Aids en 1990 heeft erop gestaan. In 1991 stond er een oproep voor de Internationale vrouwendag. Maar een mural ‘Beyond the Joke’ die huiselijk geweld tegen vrouwen aanklaagde werd door de lokale « gemeenschap » overtagd. In 2007 schoot ook een Gay Pride mural – waarbij ook de voorkant in het roze was geschilderd – in het verkeerde keelgat.
In Derry hebben drie gehaaide artiesten Kevin Hasson, Tom et William Kelly het laken naar zich toe gehaald. Zij noemen zich de Bogside Artists. Ze beweren dat ze onafhankelijk zijn van politieke en paramilitaire groepen. Maar hun financies komen grotendeels van Europese vredesfondsen, wat dat ook mag zijn. Ze hebben in de Bogside elf murals gemaakt, die zij The People’s Gallery noemen. Maar ze zijn die in feite beginnen schilderen in 1994, op een ogenblik waar de « Troubles » over het hoogtepunt waren, een half jaar na een zware fout van de IRA. Op 20 maart 1993 had de IRA een bom gelegd in Warrington, op de vooravond van Moedertjesdag, terwijl tientallen kinderen op straat waren om een cadeau te halen voor hun moeder. Twee kinderen werden gedood. Daardoor verloor het Republikeins Leger zijn statut van verdediger van de verdrukten, dat zij verworven had na Bloody Sunday, en wordt voor de publieke opinie een bende terroristen. Onder druk van President Clinton, verklaart het IRA een eerste wapenstilstand in 1994. Op 10 april 1998 wordt het Akkoord van Belfast getekend. Zijn er ook Clintondollars naar de Bogside Artists gegaan? In alle geval sliepen wij in Enniskellen in een jeugdherberg die door Clinton is betaald. Die ‘onafhankelijkheid’ van die Bogside Artists moet dus met een korreltje zout genomen worden. Hun glans moet het IRA doen verbleken. Dit gezegd zijnde, hun foto-murals geven wel goed weer wat de Bogside te verduren kreeg; Een van de sterkste beelden is Motorman: een Britse soldaat die een voordeur inslaat met een voorhamer tijdens de operatie Motorman.
Niet alleen de murals zijn fake. Zelfs de meest huizen zijn nieuw gebouwd. De historische
Divis flats in de Falls Road in Belfast, waar de gewonden van Bloody Sunday werden binnengedragen –en vanwaar de Britse Motorman-soldaten werden bekogeld met alles wat niet te heet of te zwaar was - zijn afgebroken in 1992. Er woonden 2400 mensen in 850 flats, waarvan 98 percent mensen die zich zelf Katholiek verklaarden. En het is niet dat zij bouwvallig waren: die flats waren ingehuldigd in 1972! Ze waren de top van eigentijdse architectuur: gedaan met de HLM’s en wat men de konijnenkoten van Le Corbusier noemde. Een gevarieerd grondplan, met terrassen van waarop men, zoals in de steegjes van een stad, toegang had tot de appartementen. Men had het over “walks,” “paths” en “rows.”Maar die moderne wirwar van straatjes waren ook ideaal voor de patrouilles van Britse soldaten. En de inwoners hadden de indruk dat elke voordeur zichtbaar was voor de Britse post in de Divis-toren. Alleen die toren is trouwens blijven staan, maar is sinds 2005 « gedemilitariseerd ».
Nu doet mij dat ook wel denken aan de Droixhebuildings in Luik, waarvan de helft ook binnenkort tegen de vlakte gaat.
De nieuwe huizen in Falls Road, en trouwens overal in Ierland, zijn gebouwd op het honderdjarige stramien van de werkmanshuisjes in een rij. Eigenaardig. Tenzij dat soort urbanisme aan de inwoners een gevoel heeft van samenhorigheid en bescherming.
De MUUR van de vrede
Het enige wat niet fake is is de MUUR, hoewel ook die opgesmukt is met pacifistische ceramiek en met witte muren waarop de toeristen hun hart kunnen luchten. De Black taxidrivers houden stiften ter beschikking van de toeristen. Beeld je echter niet in dat je een boodschap schrijft voor het nageslacht: ook die muurkranten worden om de zoveel weken overschilderd.
Men kan zich natuurlijk afvragen: waarom zouden die murals niet mogen worden weggemoffeld? Werd het niet tijd het blad van die verschrikkelijke periode om te slaan?
Het antwoord is die muur zelf. Geen enkele politieke kracht in Ierland of Groot Brittannië vraagt vandaag dat die zou worden afgebroken.
En net zoals in Cisjordanië zijn de koertjes van de huizen achter de muur afgeschermd met traliewerk, tegen eventuele projectielen.
fugitive art
Ik ga mij niet dik maken over het gebrek aan respect voor de artiesten die deze eerste murals hebben geschilderd. Hoewel ik vind dat die murals grote kunst zijn, in die mate dat die beelden wortelen in het onderbewustzijn van die verschillende gemeenschappen. Maar ook grote kunst kan heel vluchtig zijn. Veel wereldberoemde kunstenaars maken ‘fugitive art’; denken wij maar aan de grote emballeur Christo. Net zoals Christo leven die oorspronkelijke murals verder via Internet en via posters enz. En tenslotte worden een aantal van die artiesten vandaag goed betaald om die te overschilderen met andere onschuldiger thema’s.
En trouwens kunnen wij vragen stellen over de originaliteit van de meeste van onze grote meesterwerken. In Brugge liep in 2004 een tentoonstelling 'fake or not fake'. De grote Belgische restaurateur Jef Van der Veken « restaureerde » de Maagd met kanunnik Van der Paele van Jan van Eyck. Hij krabde 85% van de oorspronkelijke verf eraf. De Jan Van Eyck die wij zien is dus statistisch een Van der Veken. Dezelfde Van der Veken schilderde onder de tweede wereldoorlog een kopie van het Lam Gods, waarvan het origineel in 1934 gestolen was. Hij heeft trouwens een aantal valse Vlaamse Primitieven geschilderd op oude eiken planken…
Het Iers rampentoerisme presenteert, zoals elk toerisme, een mengeling van droom en werkelijkheid, van wat geweest is en van wat de mensen zich daarover inbeelden. Carcassonne is geen middeleeuws slot; architect Viollet Le Duc heeft het stadje heropgebouwd zoals hij vond dat ze het hadden moeten doen, zeshonderd jaar terug. Veel grote kathedralen zijn fameus verbouwd in het einde van de 19de eeuw, met de opkomst van het toerisme. En dan heb ik het nog niet over historische tuinen: wat schiet daar nog over van het oorspronkelijk concept?
De vraag « fake or not fake » is dus niet ter zake. De Political Tours doen ongetwijfeld nadenken over wat in Ierland gebeurd is en wat bij ons zou kunnen gebeuren, en zijn dus zinvol. Zelfs wanneer men morgen de « Mona Lisa » van de sluipschutters in Shankill overschildert, zal men nog geconfronteerd worden met die metershoge muur tussen die twee wijken. Men probeert die mooier te maken, met een aantal ceramieken die over vrede gaan. Maar tot op vandaag vraagt geen enkele politieke kracht in Ierland die vredesmuur af te breken. En vandaag heeft 95% van de mensen, aan de twee kanten, geen enkel contact met mensen van de andere gemeenschap.
Still Under siege
In Londonderry staat geen muur. Of liever: je ziet hem niet want je loopt erop. Op de stadswallen die in 1613 de eerste uitvalsbasis voor de kolonisering van Ierland moesten beschermen tegen de woede van de originals. Op het stadwapen prijkt een skelet, geen aandenken aan de Grote Hongersnood van de 19° eeuw, maar als aandenken aan de vijftien weken lange belegering in 1688 door de Ierse inboorlingen. Van boven op die wallen kijk je neer op de Bogside; een moeras waar de hongerige Ieren zich in de periode van de grote hongersnood kwamen vestigen, omdat het dichtbij een stad, zelfs in een moeras, nog beter was als op het platteland.
Op die stadwal, pal boven de Bogside, staat het voetstuk van de kolom waar tot in 1973 een standbeeld stond van de Reverend George Walker. Deze Eerwaarde was de man die Londonderry verdedigde tegen de Ieren in 1688. Op die stadwallen passeren nog altijd de Oranjemarsen. Als je daar staat versta je zo waarom de IRA dit standbeeld opblies. een lichtpunt wel: de kolom en het standbeeld zijn nooit terug opgebouwd.
Een beetje verder kijk je vanop de stadwal neer op de « West Bank Loyalist still under siege » met hun blauw wit rood Union Jack geschilderde trottoirs. Je kunt natuurlijk relativiseren: zijn die beschilderde trottoirs wat anders als de geelzwarte verkeerspalen in Vlaanderen? Maar dat is geen geruststelling.
En hiermee komen wij op het grootste probleem met het overschilderen van de murals. Het is zoals met de Spaanse griep: eenmaal het lichaam een weerstad heeft opgebouwd is er geen probleem meer. Maar zijn de problemen die aan de basis lagen van de « troubles » dan wel opgelost? Indien niet, zou het dan niet beter zijn de confrontatie te laten met die Kalashnikovs en andere ‘Grim Reapers’?
Oppervlakkig gezien is er vooruitgang. De huizen in de katholieke wijken zijn zelfs nieuwer en beter als die in de protestantse wijken. De Sinn Fein zit mee in de regering. Tony Blair heeft zelfs voor de tweede maal een Commissie http://www.bloody-sunday-inquiry.org.uk/ die zoekt naar de verantwoordelijken van de Bloody Sunday, in 1972. Op de website is de recentste boodschap: 12 augustus 2005: « Final Report. The report is currently in preparation. It has been necessary for the Tribunal to look at a very large quantity of material so that it is not possible at this stage to give any firm estimate of when the report is likely to be finished ». In 2008 verklaarde de Engelse Secretary of State dat de Commissie nog altijd £500,000 per maand kostte hoewel de laatste zittingen dateren 2005. Men verwacht nu het definitief rapport tegen begin 2010.
Sommige murals zijn overschilderd, maar de Ulstervlaggen, Union Jacks en vlaggen van paramilitaire organisaties zijn overal aanwezig in het landschap. De eerste dag zie je die vlaggen als decoratie. Als je Belfast bezocht hebt weet je dat dit niet onschuldig is.
Een eerste reactie is: 'Fuck Religion'? Protestanten? Katholieken? Vechten voor een godsdienst, in de XXI eeuw? De huizenrijen aan de twee kanten in Belfast zien er hetzelfde uit. Arme dompelaars tegen andere arme dompelaars. Heeft dat nog zin?
De Ieren zouden hun buik vol hebben van die steriele gevechten. Op het eerste zicht is dit een positieve basis om op verder te bouwen. Maar een beetje inzicht in de geschiedenis leert ons dat dit onvoldoende is.
In mijn volgende bijdrage zal ik proberen wat dieper in te gaan op de bronnen van dit conflict. Maar daarvoor moeten wij de teletijdsmachine in, vierhonderd jaar terug. Ik haal er zelfs de grote Spaanse Armada bij. Misschien een beetje vergezocht. Hoewel: een van de vlaggeschepen van die vloot, La Girona is gezonken aan de Giants Causeway, op een paar knopen van Lieve en Ross.

vendredi 21 août 2009

Noord Ierland (eerste deel)

Ik geniet van een reis drie keer: de voorbereiding; de reis zelf en een derde keer nagenieten met het schrijven van een reisverhaal.
Maar dit reisverslagje is ook een klein monumentje voor het verliefde koppel dat wij in Ierland hebben zien trouwen. En een knipoogje naar de gelukkige ouders Leo en Marie Jeanne. Hun geluk en inzet voor die trouw was zo aanstekelijk dat wij niets anders konden dan de oversteek maken.
In juli 2009 is Lieve Hertogen in het huwelijksbootje gestapt met haar Ierse zeeman Ross, in Grey Abbey, een dertigtal kilometer onder Belfast. Sinds Ryanair kan het Kanaal en de Ierse Zee voor de nonkels en tantes Hertogen geen excuus zijn om dit trouwfeest te missen. En tenslotte wil iedereen ook eens met eigen ogen zien in welke omgeving het jonge paar - en hun kroost - zullen leven.
Het feest zelf is een ideale kennismaking met de familie en vrienden van het jonge paar. Daarom niet direct allemaal « locals »: Lieve en Ross zijn alle twee wereldburgers. Een vriend is voor het feest overgevlogen uit Australië. En een paar andere paraderen in authentieke kilts. Wie denkt dat onder een kilt onvoorwaardelijk een Schot schuilt, moet opletten met dergelijke veralgemeningen: een van die mannen in kilt is van Noord Ierland. Hij is een van de vele afstammelingen van de Schotten die naar Ierland zijn overgestoken.
Vanuit Donaghedee, waar Ross en Lieve een huisje hebben gekocht, liep al in 1616 een ferry naar Portpatrick in Schotland. De uurrooster was niet vast: er moeten minimum een dertigtal passagiers zijn. Maar die overzet was toch goed voor een zevental oversteken per week. Lieve heeft een jaar in Schotland gewerkt, en heeft daar haar Ross ontmoet. Hun liefde stond dus als het ware in de sterren geschreven.
Het heeft trouwens geen haar gescholen of men kon te voet van Ierland naar Schotland. 60 miljoen jaar geleden vormde een vulkaanuitbarsting de Giant Causeway, vandaag werelderfgoed. De basaltstroom stolde in grote zeshoekige vormen. Er is niet veel verbeelding nodig om daarin een dam te zien waarlangs reuzen van Ierland naar Schotland trokken. Of Ross naar zijn Lieveke…
Donaghedee heeft, naast die ferry, trouwens nog andere historische troeven. Grace Neill's is « the oldest pub in Ireland », met certificaat van de Guiness. Niet de Guiness van het bier, maar het Boek van de records. Het opende in 1611 onder de naam 'King's Arms'. Achter de historische pub schuilt een van de beste restaurants van de streek. Dat kan de familie Hertogen bevestigen, want daar had Leo afspraak gegeven de dag na het feest.
Het feest is georganiseerd in een tent in Greyabbey. En ook het officiële huwelijk zelf. 95% van de Noord Ieren trouwt in ‘zijn’ kerk en deze huwelijken zijn rechtsgeldig. Het is dan ook nog maar eerlijk dat voor de vijf procent die alleen voor de wet trouwt de schepen zelf ter plaatse komt. Ook voor onze ambtenaar van de burgerlijke stand een niet alledaagse gebeurtenis, en de gelegenheid om in een pakkende tekst haar ideeën over wat het huwelijk kan zijn in de XXI eeuw te ontwikkelen.
Dit gezegd zijnde, het zou me niet verwonderen was het trouwboek een basis voor de nog altijd aanwezige discriminatie tussen wat men protestanten en katholieken noemt. Op het continent gebruikte een interim-bureau de melding BBB – Blanc Bleu Belge – om werknemers van vreemde afkomst te selecteren. In Noord Ierland weet men al genoeg als de man of vrouw in het protestantse Shankill Road, of in het katholieke Falls Road of de Bogside woont. Maar waar het adres niet volstaat, geeft het trouwboek onmiddellijk uitsluitsel.
Maar laten wij niet met het moeilijkste beginnen. De kortste weg om de Noord Ierse realiteit te benaderen loopt langs de maag.
Pubfood, Irish Stew en speenvarken
Wij krijgen de avond van aankomst een goede inleiding op het Ierse pubfood in de Wildfowler, een van de enige pubs in Grey Abbey. Op een voorwaarde: dat wij voor 21 uur zouden bestellen. Dat was op de valreep: na ons bezoek aan Dublin verloren wij zeker een uur in de opstoppingen bij het buitenrijden van de stad.
Een pub waar op een subtiele manier het publiek geselecteerd wordt: tatoos en piercings niet gewenst. Maar voor de rest interessant, en daarom ook aanbevolen in de Trotter. Pubfood is geen junkfood!
Een must in die pubfood is de Irish Stew. Een soort Vlaamse karbonaden, maar met lamsvlees en vooral een grote proportie aardappelen en wortels.
De volgende dag klimmen wij op het feest culinair een trapje hoger. Op het menu stond speenvarken en lam, uren gebakken in een mobiele oven.
Maar daar stopt de Ierse keuken natuurlijk niet. Onze B&B zweert bij Angusrund. Onze saucissen bij zijn Ierse breakfast zijn als het ware direct uit een dikbil gesneden: zijn zoon heeft een boerderij van producent tot verbruiker. Zijn gegrilde tomaatjes komen direct uit zijn serre. Op onze laatste morgen serveerde hij ons zijn eerste zoete tomaten. Ik had bijna gedacht dat hij ze gesuikerd had. Voor wat hoort wat: ik vertel hem van het bestaan van de tomaat « cœur de bœuf », een grote tomaat in de vorm van een ossehart. Ideale begeleiding bij een Angusbiefstuk.
Noorse kreeft uit Portavogie
Het haventje van Portavogie, een paar kilometer van bij Lieve, is gekend voor zijn kreeft. En dit is geen fake voor toeristen. Het is een haven waar nog gewerkt wordt, met roestige schepen: alles behalve een ansichtkaartje. Sommigen betreuren het beton dat het pittoreske haventje heeft vervangen, maar dat is de prijs die vandaag voor de vis moet betaald worden. Maar wij kunnen niet uit eigen ervaring vertellen hoe de kreeften smaken: wij kwamen er toe op dinsdag, wanneer het enige restaurant van het dorp gesloten is. En om volledig te zijn: het gaat hier over Noorse kreeft. Maar daar kan een wereldburger toch niet moeilijk over doen.
Ik had gelezen dat in het Lough Neagh, boven Belfast, iedere nacht tonnen paling worden bovengehaald. Ze vissen er met lijnen van een kilometer, met honderden haken. Ik heb in een vorig leven, in mijn studententijd, als jobstudent honderden manden paling in mootje gesneden, in de Siphon (zie foto hierlangs), een van de bekendste palingrestaurants van de Oostkust. Ik heb dan ook een van mijn tafelgenoten de pieren uit zijn neus gehaald om te weten waar die paling kon verorberd worden. Het antwoord is: in Damme misschien, maar niet in Ierland. Ze lusten daar geen paling; de vangst wordt praktisch integraal uitgevoerd! Ze weten niet wat lekker is. Bij mij moeten ze niet meer komen klagen over hun Great Famine! Wie voor paling zijn neus ophaalt moet maar patatten eten!
Ierse maneschijn
Voor wat de drank betreft heb ik van het trouwfeest geprofiteerd om een marktonderzoek te doen naar de toekomst van de cider. Deze met appelen gebrouwen drank was rond 1900 de basisdrank in heel het Verenigd koninkrijk en in grote delen van Frankrijk. En jawel, net als in Bretagne of Normandië verliest de cider veld. De pils vloog de frigo uit. Maar de cider bleef staan. Zelfs de Guiness laat het afweten tegen de wereldwijde opmars van de pils.
A propos, de Guiness laat bij elke slok een kring na op het glas. De Ier laat een achttal kringen na. De Amerikaan een 25. Ik stel vast dat ik op dat vlak dicht bij de Ier sta.
Wij zijn tenslotte in het vaderland van de whiskey, en vader Phil had dan ook voor een fles Bushmills gezorgd. De oudste whiskeystokerij van de wereld: 1608. Op een boogscheut van Donaghedee. Voor ons een aanmoediging om een paar dagen later die stokerij te gaan bezoeken. Ze maken niet veel tamtam van de manier waarop hun alcohol wordt verkregen. In De smaak komt eigenlijk van het vat: de Ieren kopen oude sherry, porto en bourbonvaten op, waarin de whiskey tot vijftien jaar rijpt. Na drie keer wordt het vat verkocht aan de tuincentra. Maar ondertussen is dat vat honderd jaar oud: drie maal vijftien jaar in de whiskey, en evenveel tijd in de sherry. Zou je daarin durven geraniums planten?
In Schotland echter wordt de malt gedroogd boven turfvuur, wat een typische turfsmaak geeft aan hun whisky (zonder e). Vader Phill belooft ons bij de eerste gelegenheid een fles van de enige Ierse turfwhiskey te laten geworden.
De Ierse whiskey wordt drie keer gedistilleerd. Er hangt zoveel alcohol in de lucht dat zelfs GSM’s bij het bezoek verboden zijn. Die driedubbele distillatie levert 57° alcoholgehalte op: teveel om op flessen te trekken. Het brouwsel wordt aangelengd met water bij het bottelen. Wie een Bushmills onversneden wil proeven kan proberen een Bushmills 1990 Bourbon cask 57.5% vast te krijgen. Het toevoegen van water zou eventueel een turfsmaak zou kunnen verklaren aangezien overal in Ierland het leidingwater er een zware (bos)grondsmaak heeft. Maar ja, het water is er (voorlopig) nog gratis. Dat zou er nog maar aan mankeren, met al het water dat uit de lucht valt. De Wc’s hebben dan ook een « chasse » van 15 liter.
Maar de Ierse Republiek wil in het kader van zijn crisisplan het water doen betalen. Ze hebben wel een probleem: er zijn niet eens watermeters…
Vader Leo en Phil verhogen de waakzaamheid als het gerucht loopt dat er illegale whiskey op tafel zou komen. De aantrekkingskracht van de Poteen of Poitin (letterlijk 'kleine pot', voor de distilleerkolf waarin het spul wordt gebrouwen) is waarschijnlijk, net zoals bij drugs, voor een deel te wijten aan het plezier van het verbodene. Die illegale whiskey wordt gebrouwen bij maneschijn in afgelegen streken zoals de Connemarra.
Net als bij de drugs is het onwettelijke omgekeerd evenredig met kwaliteit. De Ierse maneschijners (moonshiners) gebruiken zowat om het even wat kan gisten als basismateriaal. Wie zegt dat de poteen op basis van aardappelen is heeft de prijs van de aardappel nooit van dichtbij bekeken. De Ieren zijn weliswaar aardappeleters, sinds Sir Walter Raleigh ermee begon in Cork in 1589, om er zijn Ierse lijfeigenen nog goedkoper mee te voeden als dat al het geval was. De patat was werkelijk de basis van de voeding geworden, zodat een aardappelplaag in 1845-1849 een ware hongersnood meebracht in Ierland, met 1 miljoen doden en 1 miljoen uitwijkelingen.
Maar daarom gaat men er nog geen poteen mee stoken. Behalve misschien met de schillen. Patatten bevatten maar 15-18% gistbaar materiaal terwijl graan tot 50-67% kan gaan. 10 kg patatten zijn dus goed voor 1 liter alcohol terwijl uit 10 kg graan 4 liters kan gepuurd worden. Maar onafgezien daarvan wordt veel van die poteen waarschijnlijk gebrouwen op basis van alle soorten plantenafval zoals melasse enzovoort.
Turf en Bog
Lieve en Ross wonen dus in Donaghedee, aan de voet van een schiereiland. Zij zitten op honderd meter van de kust van de Ierse Zee, waar Leo als een dief in de nacht stenen gaat pikken om de tuin van zijn dochter aan te leggen.
Hij zal, zoals elke Ier, ook moeten leren turfgraven. Misschien kunnen ze hem in de Peel nog uitleggen hoe dat gaat. Anders neemt hij maar een boek van Theun de Vries. Ross en Lieve hebben centrale verwarming, maar in hun living branden zij, bij de grote gelegenheden, turf in hun open haard. Dat is volgens Leo moeilijk aan te steken, en het stinkt. Maar dit illustreert dan maar weer de grote wet van de psychologie: wat de mensen associëren met gezelligheid krijgt ook een positieve betekenis. Eigen scheten rieken niet. Dat moeilijk aankrijgen van turf heeft alles te maken met de capaciteit van dit materiaal om water op te nemen: negen maal zijn eigen gewicht.
Wij zijn trouwens op de terugweg naar Dublin in de Bog of Allen gepasseerd: een van de grootste nog bestaande turfgebieden. Die worden nu massaal afgegraven door elektriciteitsmaatschappijen. De techniek is dezelfde als in de Peel, alleen gebeurt dit nu met enorme graafmachines. Dit levert een desolaat bruin landschap op, doorsneden met kanalen die een deel van het water laten afvloeien in een schuimend bruin sopje. Wie in de Hoge Venen heeft gewandeld weet waar ik over spreek.
Na een tijd scheppen machines dit op een soort droogbedden. Maar ondanks dat zit er nog 60% vocht in de turf die wordt afgevoerd naar de elektriciteitscentrales, waar die verder wordt gedroogd met de restwarmte van de centrales.
Sommige verenigingen ijveren voor het behoud van die bogs. Zij worden trouwens massaal gesponsord door de Nederlanders, die zich misschien op die manier een goed geweten willen kopen omdat zij in Holland zelf zowat alle turf hebben afgegraven.
Maar die groene jongens jagen de Ieren ook tegen zich in het harnas doordat ze geen onderscheid maken tussen die centrales en de Ier die een eeuwenoud recht heeft om zijn turf te gaan steken. Op gezette tijden trekt heel de familie naar het bog om zijn turf op te doen. Dat moet zowat te vergelijken zijn met de Italianen die hun tomaten op flessen trekken, ambiance incluis.
Strangford Lough en Kearney
Lieve en Ross hebben voor het feest in Grey Abbey een aantal cottages afgehuurd, ingericht in een vroegere boerderij. Daar komt trouwens de tent te staan.
Wij zitten een paar honderd meter verder, in de B&B Trasnaghhouse, met een prachtig zicht op het Strangford Lough. Deze baai is ooit uitgeslepen door een gletsjer. Nu groeien er palmbomen.
Dat Lough geeft uit op de zee via een nauwe geul: de Narrows. De getijdenstroming van de tonnen water die bij eb en vloed de Lough in- en uitstromen is er zo sterk dat er in 2007 Portaferry het eerste commerciële getijdencentrale kon gebouwd worden. In het midden van de Narrows staat een soort modernistische aanlegsteiger waarvan wij ons afvroegen waar dat voor diende. Onder die steiger zit een turbine die stroom genoeg levert om 1.000 huizen van stroom te voorzien, met een veel kleinere impact op het milieu als getijdencentrales zoals die op de Rance in Bretagne waar een dam het water naar de turbine leidt.
Vroeger stonden langsheen het Ardsschiereiland 82 windmolens, waardoor het de naam “Klein Holland” kreeg. Helemaal op de punt, bij Portaferry, staat trouwens nog de romp van een van die molens. Wie een frisse neus wil ophalen moet absoluut naar boven klimmen. Hij krijgt er nog een prachtig zicht op het Lough én de Ierse Zee als premie bij.
Wat mij verwonderd is dat die elektriciteitsbarons hier nog geen windmolens neergeplant hebben. Maar dat komt waarschijnlijk nog wel!
De abdij Grey Abbey
Greyabbey is en charmant eenstraatdorpje, met een tiental antiquairs en een pittoreske pub. Maar van de abdij Grey Abbey zelf blijft alleen nog een ruïne over, en je zoekt in het dorp met dezelfde naam vergeefs naar een wegwijzer. Eigenlijk geen toeval: Ierland is een kolonie, waar de veroveraar alle sporen van de vroegere beschaving heeft uitgewist.
Cromwell heeft er met zijn ironheads alle Ierse kastelen en abdijen afgebrand, en wat hij eventueel had laten staan is door de Ieren zelf in brand gestoken. De tactiek van de verbrande aarde is geen monopolie van de Russen!
Markiezin Londonderry en Mount Stewart
Grey Abbey is zoals vele andere domeinen door de Engelse koning cadeau gedaan aan een Engelse Lord. De Stewart familie kocht het domein in 1744. In 1789 verkregen de Stewarts de titel Baron Londonderry, in 1795' Viscount Londonderry', in 1796 Earl of Londonderry en tenslotte in 1816 Markies. Maar titels zijn niet alles: de derde Markies Charles huwde in een tweede huwelijk Lady Frances Anne Vane-Tempest, een van de rijkste erfgenamen van haar tijd. Deze bouwde het kasteel zoals wij het nu kennen. De vierde markies huwde de weduwe van Viscount Powerscourt en ging daar wonen. Een van de mooiste tuinen van Ierland, vlak bij Dublin. Wij zijn er spijtig genoeg niet geraakt: wij zijn te lang in Ulster blijven plakken. Mount Stewart blijft er wat verlaten bij liggen tot de vrouw van de 7de Markies besluit haar tijd te vullen met er een prachtige tuin aan te leggen. Zij werd daarbij bijgestaan door Gertrude Jekyll, die meer dan 400 tuinen aanlegde in de Engelse cottagestijl. En door een twintigtal oorlogsinvaliden. Wij schrijven 1918.
Lady Londonderry had een « striking sense of humour ». Een juweeltje is de Mairi Garden, opgedragen aan haar dochter Mairi.
Mary, Mary, quite contrary,
How does your garden grow?
With silver bells, and cockle shells,
And pretty maids all in a row.
Dit kinderrijmpje
staat in schelpen in de rand van een fonteintje, bekroond door een prachtig kindje. Daarrond, silver bells (campanulas) en Pretty Maids (saxifraga). En het geheel groeit « quite contrary » in contrast met de formele tuinen erlangs. Een aantal planten van de Italian garden zijn in Gent gekocht in 1923.
Die « striking sense of humour » heeft wel een dubbele bodem. De hagen van de Shamrock Garden zijn bekroond met prachtige en originele topiary, met als hoogtepunt een 4.5 meter hoge harp. Maar het centrum van de tuin is de rode hand van Ulster. Wat kun je anders verwachten van een markies die de titel Londonderry voert? Een heel programma: Derry is de eerste koloniale inplanting in Ierland geweest, en noemde sindsdien Londonderry. Vandaag nog is die naam gebruiken op eieren lopen. Derry of Londonderry of London-Derry. Vanwege dat streepje spreken sommigen van stroke-city. Maar stroke betekent ook slag of stoot. Over die rode hand in de Ulstervlag wordt een sprookje verteld. Er was een wedstrijd om te weten wie koning zou worden van Ierland. De eerste die met zijn hand de grond raakte over de streep zou koning worden. Een van de kandidaten kapte zij n eigen hand af en gooide die over de streep. Maar ik kan mij moeilijk van de indruk ontdoen dat de kolonialisten als intimidatie de deurstijlen van de onafhankelijkheidsstrijders merkten met die rode hand.
Waar zit die humor dan, hoor ik je vragen, en die dubbele bodem? Het Dodo Terrace staat vol met dierenbeelden zoals de -uitgestorven – dodo, dino’s, krokodillen, eenhoorns, honen. Het pronkstuk is de Ark van Noë. Zogezegd familievrienden die van de Lady een bijnaam kregen. In feite gaat het om de Ark Club, het bastion van het Unionisme. De Markies verzette zich als een duivel in een wijwatervat tegen de Home Rule, en vond in Winston Churchill een gehaaid medestander.
Het familiekerkhof, Tir Nan Og, maakt ook deel uit van het park. Edith, Lady Londonderry, stierf in 1959, na in 1955 de tuinen aan de National Trust te hebben gegeven, waardoor zij gerust voor eeuwig kon inslapen: de tuin was in goede handen. De National Trust is een typisch Engels verschijnsel dat wel ergens een kwaliteitslabel is. Haar enige kind Mairi was ook niet zo contrary: zij gaf het huis en zijn inhoud aan de Trust in 1977.
Vandaag is het domein als enige in Noord Ierland voorgesteld als Werelderfgoed.
De trust beheert ook landschappen, soms op een uiterst discrete manier. Zo komen wij op de top van het schiereiland, in Portaferry, terecht op de Nugent’s woodwalk. Deze prachtige wandeling, in een oud bos langs het Lough, maakte vroeger deel uit van de Nugent's Estate. Een pad met kortgesneden gras volgt de flanken van het Lough, langs eeuwenoude bomen. Discreet landschapsbeheer: de Trust spreekt er op zijn site bijna niet over, en voor de toeristische dienst van Portaferry bestaat die wandeling zelfs niet.
De Trust doet ook prachtig werk een paar kilometer verder, waar zij het vissersdorp Kearney beheert en restaureert, et hier ook weer een prachtige wandeling langs de kust, op een kort gesneden graspad. De discretie van de Trust wordt hier overtroffen door Tomtom die verstek geeft en Kearney niet erkent.
Die National Heritage Trust is trouwens ‘incontournable’: wij ronden ons bezoek aan Belfast af met een bezoek aan een pub die door de Trust is gerestaureerd: de Famous Crown Liquor. En het landschap van de Giant Causeway is beheerd door – jawel – de Trust.
De weg naar het brein gaat langs de maag. Wij hebben de Ierse realiteit benaderd vanuit het pubfood, de paling van het Lough Neagh, de poteen in de maneschijn, de reuk van de ‘peat’, de Noorse kreeften van Portavogie en de humor met dubbele bodem van Lady Londonderry.
Rampentoerisme
Nu wordt het stilaan tijd om wat dieper in te gaan op de sociale realiteit.
De Ieren hebben de kunst om van ongelukken en rampen toeristische attracties te maken. Er zijn ontelbare Famine museums. Als ik morgen in Outremeuse met het voorstel op de proppen kom om een choleramuseum te openen word ik gek verklaard. In Ierland vinden zij dat normaal.

In Belfast heb je de Titanic tour. Als bij ons de Herald of Free Entreprise kapseisde veranderde de rederij Thowsend Thoresen haar naam in P&O. In Ierland zouden ze er zich op roemen die te hebben gebouwd.
In 67 begon de zoveelste republikeinse opstand. Gedurende jaren lag alle openbare leven stil. Honderden huizen werden in brand gestoken en tientallen mensen gedood. De Ieren maken er een toeristische attractie van: je kunt in Belfast met de « black taxis » een political Tour maken.
Dit wordt dus het vertrekpunt van ons tweede deel van dit reisverhaal.

vendredi 23 janvier 2009

Een vloek op de familie Simenon? Juni 2002: een lijk in de Avenue de la Basilique

De werkelijkheid is sterker dan de sterkste Maigret. In juni 2002 verschijnt Geneviève Simenon, achternicht van Georges Simenon, voor de assisen. De moord was bijna volmaakt. De begrafenisondernemer, een verwoed Maigretlezer, kreeg argwaan.
Een bijna volmaakte misdaad
Christophe Meert is begrafenisondernemer. Hij wordt opgeroepen om een lijk af te leggen in de avenue de la Basilique. Op de gevel een naamplaat: «Dr G. Simenon». Christophe denkt direct aan de Simenon van de Maigrets. Een vrouw in jogging, 40 jaar, komt opendoen. Zij is dokter Geneviève Simenon, reumatoloog en achternicht van Georges Simenon. Het lijk is boven, in een fitnesskamer. Christophe schat hem op 100 kg. Geneviève Simenon legt uit dat het haar vriend is, Georges Temperman, 54 jaar, makelaar, die s’nachts gestorven is aan een hartcrisis. Christophe Meert ziet dat het gezicht van de dode vol blauwe plekken staat. Geneviève Simenon zegt dat hij op een kast gevallen is. Zij toont aan Christophe een C3, een Belgisch overlijdenscertificaat, getekend door dokter Edouard Adrianssens: Georges Temperman is een natuurlijke dood gestorven, als gevolg van een zwaar infarct. Christophe Meert begint zijn werk, ondanks zijn gevoel van onbehagen. Geneviève Simenon dringt aan op een snelle crematie.
De begrafenisondernemer was een fan van Maigret
Bij de begrafenisondernemer onderzoekt de directeur Freddy Hulsmans het lijk nog eens. Ook hij is geïntrigeerd door de kwetsuren van Temperman: een diepe wonde boven het linkeroog, en andere op het achterhoofd, en vooral een oor dat half afgescheurd is. Freddy is geen gewone begrafenisondernemer. Hij was tien jaar bij de gemeentepolitie van Sint-Agatha Berchem. Freddy Hulsmans weet uit ervaring dat in de chique wijken de meeste mooie moorden gebeuren. Freddy roept de wetsdokters die hem aanraden de politie te verwittigen. In feite heeft Freddy Hulsmans heimwee naar zijn vroegere baan. Hij kan niet weerstaan aan de drang om een affaire Simenon in gang te zetten en in de schaduw te komen van Maigret.
Geneviève Simenon wordt aangehouden. Geneviève begint met alles te ontkennen. Maar de enquêteurs spuiten de kamer van het drama onder de Luminol, een stof die bloedvlekken groen fosforescerend doet oplichten. Er is bloed tot op het plafond. Dokter G. Simenon komt met verschillende versies voor de dag. Als een slechte Simenon. Ze valt door de mand.
Een vloek op de familie Simenon?

Op het proces begint Geneviève over haar relatie met haar vader Georget, neef van Georges Simenon. Een eenzaat die aan de fles was. Voor Geneviève een spookvader. En voor iedereen de zoon van een man waarover men zweeg. De zoon van Christian, broer van Georges Simenon, na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld voor collaboratie.
De advocaten spelen op het thema van de vloek op de familie. Meester Nathalie Dumont riep het ' nazi-verleden' van de 'vervloekte tak’ van de familie van de bekende schrijver in om deze 'coup de sang' van haar cliënte uit te leggen: “Geneviève Simenon heeft in de schaamte geleefd. Gedurende jaren herhaalt zij de zin die voortdurend terugkomt in de werken van Georges Simenon: ‘Wat doen wij op aarde?’ Heel haar leven lang heeft de beschuldigde alles verkropt, en vooral dan de angst voor het nazi-verleden van haar grootvader en vader. Genevieve Simenon heeft ook de overdreven autoriteit van haar moeder verdrongen, en de 'pesterijen' en de gewelddaden die Georges Temperman op haar uitoefende, evenals op haar dochters”. En terloops beschuldigt Genevieve Simenon ook Georges Simenon ervan onder de oorlog in de collaboratie vervallen te zijn.
De advocaten voelen dat dit aanslaat bij de jury. De broer van de beschuldigde, Christian Simenon, 39 jaar, komt uitleggen dat het nazi verleden in de familie taboe was. Christian Simenon legde ook uit dat Georges niet kon uitstaan dat zijn neef – vader van de getuige – dezelfde voornaam droeg als hijzelf. Tenslotte legde hij uit dat zijn vader lid was geweest van de Hitlerjugend, van zijn 8 tot zijn 13 jaar. Volgens hem als gevolg van een sterke familiale invloed...
Het hele verhaal kunt U lezen in de gva of in al zijn details -in het frans- in de Nouvel Observateur op op video op http://www.bluestar-forensic.com/video/Simenon.wmv.
Vijf jaar met uitstel: sterker dan de sterkste Maigret!
De misdaad was niet perfect, maar de verdediging wel ! Genevieve Simenon wordt vrijgesproken! ( in het frans op dh 05/06/2002)
Zij wordt schuldig bevonden, met provocatie als verzachtende omstandigheden, en krijgt vijf jaar met uitstel. De dag na het verdict kan zij de gevangenis verlaten.
Sterker dan de sterkste Maigret! Begrijpen, niet veroordelen! Maar zelfs twee generaties verder komt het uiterst rechtse verleden van die familie bovendrijven. Hoe dan ook een argument om dit aspect van de schrijver Simenon niet te vergeten…